Mijn blogje over lokale kracht heeft een aantal prikkelende reacties opgeleverd onder andere van een der kandidaten zelf. Mijn reactie wordt geplaatst in de kritiese categorie. Ik ben niet kritisch over Rietveld/Bonte ’09. Ik kan het alleen maar toe juichen als kandidaten zich zo sterk profileren: een eigen programma, een eigen benadering en nieuwe ideeen.

Arnoud Boer begint een discussie over de aard van de discussie. Dat lijkt me niet zo’n zinnige discussie. In mijn analyse richtte ik mij op de ideeen en ambities van Rietveld/Bonte.

David Rietveld geeft een uitgebreide inhoudelijke reactie. Goed dat kandidaten het debat met de grass roots aan gaat. Hij richt zich op twee vragen het duo-voorzitterschap. De onduidelijkheid over de precieze implementatie van het duo-voorzitterschap blijft echter bestaan. Als er wordt gekozen voor een top of the ticket/running mate oplossing dan moet er helderheid verschaft geworden over de precieze implementatie: wie is eigenlijk de voorzitterskandidaat. Wie is de vice-voorzitterskandidaat. Voor welke post gaat deze vice-voorzitterskandidaat? Rietveld/Bonte beloven een werkhouding. Ik vraag me af hoe dat georganiseerd wordt. David wijst er terecht op dat er goede en minder goede duo’s zijn (herinnert iemand zich nog Brouwers/Rabbae?) Helderheid over de verhoudingen binnen het duo lijkt me het eerste wat nodig is om in te schatten in hoeverre het kan gaan werken.

Arnoud Boer‘s eigen blog noemt twee interessante andere kwesties. Rietveld en Bonte zijn allebei raadslid. Bonte heeft al bekend door te willen gaan in de Rotterdamse raad als lijsttekker. Lokale binding met lokale kracht, zullen Bonte/Rietveld stellen. Er zitten echter wel wat haken en ogen aan. Niet alleen moet het bestuur een neutrale positie hebben in debatten binnen de partij bv. tussen lokale fracties en lokale wethouders (wat moeilijk kan als partijvoorzitter en fractievoorzitter bent). Daarnaast lijkt het erg zwaar om het fractievoorzitterschap in een van de grootste steden in Nederland te combineren met het partijvoorzitterschap. De vergelijking met Mieke Vogels loopt spaak omdat de plaats van partijvoorzitter in Belgie fundamenteel anders al het partijvoorzitterschap in Nederland. De Nederlandse partijvoorzitter is hoofd van de partijorganisatie, een bestuurlijke fucntie dus. De partijvoorzitter van een Belgische partij zet de politieke koers uit, controleert politieke benoemingen en maken belangrijke besluiten. 

Een echte analyse van de mogelijkheden voor GroenLinkse college vorming kan natuurlijk pas met een beter beeld van de politieke verhoudingen. D66 zal winnen, maar ook de rechtse populisten (hier en daar de PVV, hier en daar misschien TON, en allerhande rechtse opportunisten) en lokale partijen. Voor sommige lokale D66 fracties is GroenLinks, als progressieve partij een natuurlijke bondgenoot. Voor andere lokale D66 fracties zullen we te links zijn. Ik hoop dat we het aantal wethouders weten vast te houden.

Leave a Reply