Hebben woorden richting, positie of betekenis?

Vergelijk deze twee uitspraken eens:

"Nederland is een wereldland. Dat verschuilt zich niet achter de dijken. Hoop, politieke inzet en
betrokkenheid doen er toe."


"Nederland is een prachtig land. Maar het
staat onder druk. Om tal van redenen. De politieke elite in Nederland
negeert stelselmatig de belangen en problemen van de burger."

De eerste uitspraak is links, de andere uitspraak is rechts. Maar waarom? Een vraag politicologen en in het bijzonder politicologen die net als ik geinteresseerd zijn in het verkrijgen van partijposities uit teksten, bezig houdt.

Als je denkt over politieke teksten zijn er min of meer twee variabelen die interessant kunnen zijn: de thema’s worden besproken en de posities die worden ingenomen. Beide stukjes tekst praten over Nederland maar koppelen dat aan heel andere onderwerpen. GroenLinks koppelt Nederland aan het thema "internationaal", Wilders koppelt Nederland aan het thema "democratie". Grofweg. Verschillende partijen benadrukken verschillende thema’s. Er zijn verschillende thema’s die deze partijen zich hebben toe geeigend en waar ze graag over praten. De VVD praat graag over belastingen, GroenLinks graag over het milieu en de SP graag over zorg. Dat zijn namelijk onderwerpen waar de meerderheid van de bevolking het met ze eens is: burgers willen minder belastingen, een beter milieu en betere zorg. Op basis van dat idee is de saliency theorie van competition ontstaan. Deze zegt grofweg: partijen praten langs elkaar heen: linkse partijen praten over heel andere onderwerpen dan rechtse partijen. Als je partijen wilt onderscheiden kan je ze het beste onderscheiden op hun thema’s. Als je op deze manier naar tekst kijkt, zeg je: kom ik het woord "belasting" tegen dan is het de VVD, het woord "milieu" is het GL en het woord "zorg" dan is het de SP. Dat zien we ook terug in deze twee stukjes tekst. GroenLinks gooit het over de internationale boeg en de PVV over de democratische. Ze benadrukken heel andere issues.

Hier tegenover staat een confrontational benadering van politiek. Deze benadering zegt dat politieke partijen juist positie in nemen. Bijvoorbeeld: linkse partijen zijn voor een generaal pardon, rechtse partijen tegen. Diametraal tegenovergestelde posities op hetzelfde thema. Rechtse mensen hebben het over "belastingverlaging", linkse partijen over "belastingverhoging" laten we zeggen. Woorden hebben dan een positie in de ruimte tussen extreem links en rechts. Je ziet het ook weer terug in het voorbeeld: tegenover de populistisch-nationalistische retoriek van Wilders staat het elitaire-kosmopolitische verhaal van GroenLinks. Dat is geen verschil in thema’s maar in standpunten over waar Nederland naar toe moet.

Je kan het nog een stapje complexer maken door een onderscheid te maken tussen theorieen die zeggen dat woorden alleen maar positie hebben of theorieen die zeggen dat woorden alleen maar richting hebben. De eerste theorie zegt dat een woord als "belastingverhoging" vaak rechtse partijen gebruikt wordt en hoe dichter je bij het centrum komt hoe minder vaak het woord gebruikt wordt. Er zijn dan ook woorden die door middenpartijen gebruikt worden, en woorden die door linkse partijen gebruikt worden. Je kan woorden en partijen in dezelfde ruimte plaatsen. Het woord "nuance" is denk ik een mooi voorbeeld van een middenwoord.
Maar er zijn ook theorieen die zeggen dat er geen woorden in het midden zijn. Het midden is niets anders dan een mengsel van rechtse en linkse woorden. In deze theorie hebben woorden geen positie, maar alleen maar richting. Naar mate je meer naar links gaat zal je bepaalde woorden vaker zien, maar in principe is ieder woord of links of rechts, of het wordt door iedereen (links, rechts en centrum) gebruikt.

De vraag is welke theorie overeenkomt met wat er daadwerkelijk in de programma’s gebeurd. Nemen partijen posities in? Of leggen ze de nadruk op thema’s? En als ze posities in nemen, doen alleen de extremen ertoe of zijn er ook juist woorden die in het midden zitten.

In principe lijkt me de woorden hebben alleen maar richting theorie onjuist. Er zijn woorden van het centrum denk maar aan woorden als "nuance", "gematigd", "gemengd". Dan is de vraag: praten partijen langs elkaar heen of met elkaar? De vraag is of er een scherp onderscheid te maken is. Tussen hoe partijen altijd praten. Soms praten partijen met elkaar, soms langs elkaar heen. Er is niet een theorie die altijd waar is.

Het onderscheid tussen links en rechts zit hem in posities en thema’s. Het is niet of-of, maar en-en. Of is dit te gematigd, gemengd en genuanceerd?

Leave a Reply