Rechts en de bankiersbonussen

De voortdurende controverse over de bonussen bij ING stelt rechts voor een interessant dilemma. Rechtse filosofieen over de rechtvaardiging van inkomensverschillen werken namelijk perfect als mensen competent zijn en alles werkt zo als het hoort. Er onstaan echter grote problemen als mensen hun werk niet goed doen.

Volgens rechtse liberalen, libertariers, zijn inkomensverschillen gerechtvaardigd omdat mensen bepaalde vermogens hebben waarvoor anderen willen betalen. Werken mensen hard, presteren ze goed, dan worden ze voor hun inspanningen beloont. Een bankier die keihard werkt, allerlei zware verantwoordelijkheden draagt en welvaart creeert mag doorvoor betaald worden. Bonussen, optieregelinen zijn een prima manier om werknemers te stimuleren hun best te doen. Als ze goed hun best doen worden ze daarvoor beloont.

Er onder lijkt een vrij simpele theorie van inkomensverdeling te liggen het prestatiebeginsel. Iemand die welvaart genereert heeft recht op (een deel van) de welvaart die hij zelf geneert. Als ik een schilderij maak en dat aan iemand verkoop, heb ik recht op die hele verkoopprijs. Er is niemand ander die daar aanspraak op maakt. Het was immers mijn arbeid die die welvaart creeerde. Het zelfde geldt in een bank. Als iemand grote winsten maakt heeft hij recht op die winsten. Het bedrijf dat mogelijk maakte dat zij die winsten maakte, maakt natuurlijk ook gedeeltelijk aanspraak. Dus krijgen ze allebei een deel. Easy as pie zou je zeggen.

Echter dat is niet het hele verhaal. Rechtse liberalen benadrukken ook vaak een ander argument: vrije keuze. Kijk als ik een mooi schilderij maak en dat aan iemand verkoop dan is dat een geheel vrije transactie. Er is geen dwang in de verkoop geweest. We hebben er allebei voor gekozen. Voor veel rechtse liberalen is dat argument genoeg om de verschillen in inkomensverdeling te rechtvaardigen. Zolang mensen maar zelf gekozen hebben om hun eigen geld her te verdelen, is er geen onrechtvaardigheid. Want iedereen heeft daar toch vrij voor gekozen. Laten we dit het vrije keuze beginsel noemen.

Vaak gaat dit goed samen: als mensen goed presteren, willen andere mensen hen in huren. Ze worden betaald voor hun prestatie omdat die dat waard is en ze dat af hebben gesproken. Het vrije keuze beginsel en het prestatie beginsel gaan hand in hand.

Bij de bankiers bij ING is dit echter niet het geval. Mensen die voor armoede en chaos hebben gezorgd worden beloont met grote bonussen. Niet welvaartcreatie wordt beloont maar de destructie van welvaart. Volgens het prestatie criterium mogen ze niet beloont worden.

Volgens het vrije keuze principe is echter niets aan de hand. Mensen hebben in vrijheid besloten om geld over te dragen. Dat mensen een vergissing hebben gemaakt en nu onkunde in plaats van kunde belonen is hun fout. Maar dat betekent niet dat het onrechtvaardig is, want mensen hebben daar zelf voor gekozen.

Hier gaan vrije keuze en prestatie niet samen. De bank heeft er zelf voor gekozen om geld te geven aan incompetente mensen. De VVD en de PVV de vertegenwoordigers van rechts liberalisme en Nederland waren de eerste die opriepen de beloningen van de ING bankiers af te romen. Ze stonden niet voor dit dilemma. Als ze konden kiezen voor een vrije markt of een economie waar het prestatie criterium gold kozen ze voor het prestatie criterium. Een interessante keuze omdat veel marxisten beweren dat juist in een planeconomie het prestatie criterium het beste in stand wordt gehouden.

Leave a Reply