Naar een sociaal verzekeringsstelsel

Ik werd er zaterdag in de column van Frank van Kalshoven weer fijntjes op gewezen: belangrijke onderdelen van de Nederlandse verzorgingsstaat volslagen onrechtvaardig zijn.

Laten we als een simpel principe van rechtvaardigheid aanhouden: als wij geld herverdelen dan moeten diegenenen die het minst goed af zijn daar het meest mee geholpen worden. Dit is het onderliggende principe achter Ronald Dworkin‘s hypothetische veiling en John Rawls‘ `difference principle: je probeert mensen die door factoren buiten hun eigen controle er minder goed voorstaan te compenseren voor dit ongeluk.

Nu is het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid niet zo ingesteld. Regelingen als de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA, oude WAO) en de Werkeloosheidswet (WW) zijn zo ingesteld dat mensen die arbeidsongeschikt of werkeloos zijn een bepaald percentage van het inkomen dat ze verdienen voor ze werkeloos of arbeidsongeschikt waren uitbetaald krijgen. Als iemand een groot inkomen had krijgt hij een grote uitkering. Verdiende iemand heel weinig, dan krijgt hij een bepaald percentage van heel weinig.

Deze regelingen schenden een heel basaal principe van rechtvaardigheid. Mensen die al veel hebben krijgen meer dan mensen die slechts weinig hebben

De achterliggende reden is dat onze sociale zekerheid niet wordt gezien als een manier om inkomen te verdelen tussen mensen die goed af zijn en mensen die minder goed af zijn. Het wordt gezien als een (verplichte) verzekering van werknemers tegen inkomensderving. De WW is tijdelijke regelingen die bedoeld is om mensen die op zoek zijn naar werk de middelen geven om die periode te overbruggen. De lengte van de uitkering is afhankelijk van iemands’ arbeidsverleden. Dat zelfde geldt voor de uitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Voor de WW kan je het argument misschien nog wel maken: het is een tijdelijke regeling voor als je even geen werk hebt. Als je meer geld verdient dan heb je meer vaste kosten, met name voor je hypotheek of huur. Om ervoor te zorgen dat je die rekeningen kan betalen krijg je meer geld. Het is ook wel te rechtvaardigen: als je meer verdient, betaal je meer premie, dus mag je ook wel meer krijgen. Maar dan moet je het geen sociale zekerheid noemen en doen alsof deze regelingen behoren tot de kernwaarde van linkse politiek, zoals zoveel mensen binnen linkse partijen. Het is gewoon een private verzekering die de overheid op zich heeft genomen omdat ze die voor iedereen verplicht wil stellen: als je er meer in doet, krijg je er meer uit als je het nodig hebt.

Maar de WIA is een manier om mensen die een groot ongeluk lopen te compenseren voor hun ongeluk.  Als je duurzaam volledig arbeidsongeschikt geldt dat voor de rest van je leven. Twee mensen worden getroffen door de bliksem, maar omdat de een rijker is krijgt hij voor de rest van zijn leven meer geld dan iemand die daarvoor minder verdiende. Waarom is dat rechtvaardig? De WIA is niet bedoeld om mensen een periode te laten overbruggen, maar lijkt erop gericht te zijn inkomensverschillen instand te houden/

In beide gevallen zou sowieso ik de compensatie regelingen aan eerlijk maximum binden. Dus niet meer dan 100% van het modale inkomen uitgekeerd krijgen. Voor de rest kunnen mensen die er toch goed aan toe zijn zich zelf verzekeren op de vrije markt, als ze de hypotheek op hun villa willen af betalen. Het liefst zou ik het zo willen organiseren dat de uitkering regressief is: des te meer je verdiende des te minder je krijgt, natuurlijk uitgaand van een redelijk startpunt bv. 100% van het minimumloon voor mensen op het minimumloon, we noemen het immers niet voor niets minimumloon, toch?

Door de uitkeringen aan maximum te binden hoeft de overheid hier minder geld aan uit te geven: kunnen de lasten verlaagd worden of misschien de overheidsuitgaven vergroot. Is dat geen mooie bezuiningsregel in deze crisistijd, Wouter? 

Leave a Reply