Dilemma’s in de publieke ruimte II

Voor de Leidse programmacommissie spreek ik met heel wat lokale GroenLinksers als experts op allerlei gebieden. Gisteren had ik een expert meeting over veiligheid met een van de weinige echte conservatieven die ik binnen GroenLinks ken. Al eerder had zij de vrij opmerkelijke opvatting dat GroenLinks een moraliserende elitepartij moest zijn.

Het gesprek ging lange tijd over overlast en dat mensen weerbaarder moeten worden om daar iets over te zeggen. Ze pleitte voor "burgerlijke weerbaarheid", de moed om mensen aan te spreken. We hebben in de publieke ruimte soms overlast van andere mensen: mensen die luid telefoneren, auto’s met te harde muziek, schreeuwende kinderen, jongeren die onguur op pleintjes hangen, mensen wiens sigaretrook net jou kant op komt waaien, of mensen die op dat stukje van de weg willen fietsen waar jij net stil wilt staan.

Ze stelde dat mensen meer moed moeten hebben om op te staan tegen mensen waar ze overlast van hebben, mensen aan te spreken op hun gedrag, als dat overlast geeft. Mensen die overlast geven lijden volgens haar aan de Veronica-mentaliteit: I want it all and I want it now, no matter what the consequences. Mensen die overlast veroorzaken houden geen rekening met anderen. Het maakte ze geen bal uit als anderen niet van hun rust kunnen genieten.

Maar geldt dat niet even zeer voor mensen die klagen over overlast? Lijden juist die zelf ook niet aan de Veronica-mentaliteit: ik wil van alles zonder dat ik daarbij rekening hoef te houden met wat anderen willen? De een wil rust, de ander wil herrie. De herrieminnende persoon kan zich aan de rustminnende persoon aan passen door zijn herrie zachter te zetten, de rustminnende persoon kan zich aan de herrieminnende persoon aan passen door zich niets van de herrie aan te trekken. In beide gevallen moet de een een beetje van zijn vrijheid op geven voor de ander. In beide gevallen eist iemand dat een ander zich aan past. Hoe je het ook wendt of keert, of je het nu opneemt voor de herrieminnaar of de rustminnaar iemand moet zich passen aan een ander. Iemand die rust wil, heeft niet meer recht op wat hij wil dan iemand die herrie wil. 

Is het niet juist een belangrijk onderdeel van een vrije, open samenleving dat je een ander ruimte geeft? Een dikke huid, een beetje weerstand, ontwikkelt voor overlast. Leert te accepteren dat niet altijd iedereen precies zo doet als jij zou willen? Burgerlijke weerbaarheid? Ik zie meer in burgerlijke weerstand!

Leave a Reply