Bescherming van de democratie tegen het populisme

Zoals het er nu naar uit ziet zal de Nederlandse partijpolitiek voor de komende jaren gekenmerkt worden door populisme van links en van rechts en door snel wisselende verkiezingsresultaten. Ik wil hier een constitutionele agenda ontwikkelen om in deze tijd politieke stabiliteit te bieden en om onze Nederlandse rechtsstaat te beschermen tegen het populisme.

Ik denk hierbij met name aan het versterken van machtenscheiding en checks and balances die voorkomen dat als een populistische bewegingen het eenmaal het heel goed doet in verkiezingen deze de komende vier jaar alles kan doen wat ze willen. Ik laat mij hierbij direct inspireren door de Founding Fathers van de Verenigde Staten, die checks and balances tot kern van hun politieke stelsel maakten.

Het mooiste zou zijn om 6 hoge colleges van staat, die aan elkaar gewaagd zijn, in te stellen. Te weten: de Staten Generaal, het Kabinet, de Algemene Rekenkamer, de Ombudsman, de Hoge Raad, en de Raad van State.

Staten Generaal
De Staten Generaal, zou de echte wetgevende macht moeten worden. De wetgevende macht moet niet langer gedeeld zijn tussen Staten Generaal en Regering. Zij zou moeten bestaan uit twee Kamers, die even machtig zijn maar anders zijn samengesteld. Dit houdt in dat de macht van de Eerste Kamer moet worden uitgebreid zodat zij ook het recht van
initiatief en amendment krijgen. Eerste Kamerleden worden voltijds aangesteld. Er komen ook meer Eerste Kamerleden, maar minder Tweede Kamerleden: beide moeten honderd leden hebben. Ze worden beide direct laten verkozen, maar
op andere momenten (bv. om en om iedere twee jaar) en met een ander
kiesstelsel: de Tweede Kamer op basis van proportionele representatie,
de Eerste Kamer op basis van districten ter grootte van de huidige
kiesdistricten, of misschien zelfs enkelvoudige districten. Dit zorgt
ervoor dat nooit een partij de meerderheid in beide kamers zal kunnen
krijgen. Beide kamers krijgen meer geld voor ambtelijke ondersteuning, om haar nieuwe wetgevende taken waar te kunnen maken.

Kabinet
Het kabinet behoudt haar slechts haar uitvoerende taken. Zij verliest het recht om wetgeving, anders dan begrotingen, te initieren. De koningin, als neutraal staatshoofd, krijgt een grotere rol in kabinetsformatie. Het moet daarnaast veel moeilijker worden om kabinetten te laten vallen als zij
geen steun meer hebben van het parlement, mogelijk valt te denken aan
het Zwitserse stelsel, waarbij ministers eenmaal verkozen niet meer afgezet kunnen worden door het parlement. Dit versterkt het dualisme. Daarnaast moet de positie van de premier worden verzwakt. Het aparte ministerie van Algemene Zaken kan worden opgeheven: de premier is ook
vakminister, misschien zelfs de positie van premier laten rouleren
onder de ministers.

Raad van State
De adviserende rol van de Raad van State in het wetgevingsproces moet worden versterkt: mogelijk val te denken aan een terugzendrecht aan de Staten Generaal als rechtsprincipes worden geschonden. De koningin wordt uit de Raad van State gehaald.

Hoge Raad
Er moet constitutioneel toetsingsrecht geven worden aan rechters, te beginnen bij de Hoge Raad met name waar het de grondrechten betreft, zodat wetten nooit tegen de beginselen van de rechtsstaat kunnen indruisen. Daarnaast moet de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie versterkt worden.

Ombudsman en Algemene Rekenkamer
De controlerende rol van de Algemene Rekenkamer moet versterkt worden, naar het model van de Taiwanese Control Yuan. Ook de Ombudsman versterkt en beter ondersteund worden. Andere onafhankelijke controle organen als de Commissie
Beschermingpersoonsgegevens moeten ook meer macht en ondersteuning krijgen. Versterking van de controle functie van de
media.

Overigen
Gemeenten, provincies en waterschappen moeten een sterkere autonomie krijgen, met name een financiele autonomie. De zogeheten `horizontale scheiding der machten´moet worden versterkt, zodat als een partij  of coalitie de macht heeft op het nationale niveau, zij niet onmiddelijk het hele land controleren.
Sterkere verzelfstandiging van bestuursorganen met een helder omschreven takenpakket. Hiermee worden bepaalde beleidsterreinen buiten het bereik van bepaalde politieke bewegingen gelegd, denk hierbij bijvoorbeeld aan de Europese Centrale Bank dat zich geheel onttrekt aan politieke controle.
Ten slotte moet het moet veel moeilijker worden voor Nederland om zich aan internationale verdragen te ontrekken. De internationale rechtsorde moet worden verstevigd. Ook in Nederland: alleen een twee derde meerderheid van het parlement kan een verdrag op zeggen. 

Leave a Reply