Gelijke kansen of eerlijke uitkomsten

Gister was een debat van het panel beginselen over sociale politiek. Een van de sprekers was Dick Pels, een uitermate linkse liberaal, die pleitte voor radicale gelijke kansen. Zo snel mogelijk moest in zijn ogen de overheid ingrijpen om ervoor te zorgen dat kansen echt gelijk worden.

Roerend mee eens, tot dat Pels begon te pleiten voor een maximuminkomen.  Met een maximuminkomen maak je typisch de keuze voor een rechtvaardige uitkomst. Het maakt niet uit wat je doet, hoe hard je werkt, er is een grens aan wat je rechtvaardig meer dan anderen kan verdienen. Er zijn bepaalde eindsituaties die wij onrechtvaardig vinden.

Begrijp me goed, ik realiseer dat voor een programma van radicale kansengelijkheid herverdeling nodig is: tussen hen die kansarm en hen die kansrijk zijn. Tussen rijke ouders en arme kinderen, tussen mensen met veel talenten en mensen met weinig talenten, tussen mensen die gehandicapt zijn en die "gezond" zijn. Dat zal misschien inhouden dat je de facto een maximuminkomen krijgt omdat je boven een bepaald bedrag zo veel wilt belasten dat het voor mensen geen zin meer heeft om meer te verdienen.

Ik vind echter een opgelegd maximuminkomen onrechtvaardig: als jij er hard genoeg voor werkt en een zeer groot gedeelte afstaat aan de gemeenschap die jouw opleiding heeft betaald en je talenten gestimuleerd, waarom zou je dan niet meer mogen verdienen dan een bepaalde grens? Als alle kansen gelijk zijn gemaakt, kan hier dus slechts de voorkeur voor een bepaalde eindstaat uitspreken. Waarom zou ik het beste weten welke eindstaat rechtvaardig is? Waarom is het onrechtvaardig als ik na het bereiken van dat maximuminkomen mensen mij nog steeds geld willen betalen? Zolang ik maar afdraag aan de gemeenschap voor hun bijdrage aan mijn inkomen.

Een nivilering is geen doel op zich maar het is het gevolg van gelijke kansen. Je kan het vergelijken met de quota’s voor vrouwen die ze nu in de top van het bedrijfsleven willen invoeren. Het is onrechtvaardig als vrouwen daar niet besturen. Nee, het is onrechtvaardig als vrouwen niet de kans krijgen om daar te komen, als er sprake is van ongelijke kansen voor bepaalde maatschappelijke posten. Je grijpt dan niet in door daar meer vrouwen neer te zetten (onafhankelijk van hun talent), maar door het bereiken van die posten alleen maar afhankelijk te maken van talent en niet meer van sekse. Dan zouden, omdat vrouwen even getalenteerd zijn als mannen, er even veel vrouwen in de top van het bedrijfsleven komen.

Het zelfde geldt voor inkomensnivilering, als je kansen radicaal gelijk maakt, zullen inkomens gelijker liggen, omdat je inkomensongelijkheden door talenten, geboorte, opvoeding etc. elimineert. Gelijkmatig verdeelde inkomens zijn een symptoom van een rechtvaardige samenleving, geen wezenskenmerk.

Ten slotte, gelijkheid in inkomens kan juist ongelijke kansen veroorzaken. Laten we de niet al te rare aanname doen dat er talentvolle, hardwerkende mensen in het bedrijfsleven werken. Als we nu alle banen in de (semi-)publieke sector maximeren aan een bepaald inkomen, dan maken we de overstap voor mensen in het bedrijfsleven naar banen bij de overheid veel moeilijker. We voorkomen hiermee dat onze overheidsbedrijven, woningbouwcorporaties, ziekenhuizen etc. geleid en bemand worden door de meest capabele mensen. Dat kan zeer negatieve gevolgen hebben voor het maatschappelijk welzijn dat deze instellingen generen, maar belangrijker nog, het kan ongelijke kansen instand houden. Als je de keuze hebt voor een secretaris-generaal van het ministerie van onderwijs, kies je dan voor iemand die een "groot" inkomen wil verdienen en die instaat zal zijn om het onderwijs zeer veel te verbeteren, of kies je voor iemand die een "klein" inkomen wilt verdienen, maar die daar veel minder goed toe instaat zal zijn. In plaats van dat je kiest voor de kansen gelijkheid (hoeveel kunnen ze doen voor het onderwijs?), kies je bij maximering van de inkomens voor het prijskaartje. Dat is pennywise, maar pound-foolish.

Leave a Reply