Bos en Rawls: Topinkomens II

Ik had ‘t al eerder ergens gelezen, dat Rawls voor Bos een van de voornaamste politieke inspiratie is, omdat hij van hem geleerd had dat niet iedere ongelijkheid onrechtvaardig is. In het recente debat over top inkomens liet Bos weer eens zien dat hij een klassieke Rawlsiaan is. Een echte sociaal-liberaal dus.

Bos zegt het volgende: de topinkomens zijn gerechtvaardigd omdat dit ten goede komt aan ons allemaal. Als door hogere inkomens te geven aan mensen aan de top van het bedrijfsleven zullen de grootste talenten worden binnen gehaald, omdat deze grote talenten hun bedrijven het (veel) beter zullen doen. Dat is goed voor de werknemers in het bedrijf en goed voor de Nederlandse economie in z’n geheel. (Bos formuleert dit liever in negatieve termen: het is nodig om Nederlands internationale concurrentie positie te behouden). Bos zegt ‘t zelf zo: “Wie hard werkt, mag heel veel verdienen, zeker als wij daar uiteindelijk allemaal beter van worden.” Dat echoot Rawls’ “Social and economic inequalities are (…) to be arranged so that they are reasonably expected to be to everyone’s advantage.” (ToJ, p.53)

Wat Rawls probeert te laten zien in zijn A Theory of Justice is inderdaad dat rechtvaardigheid niet behelst dat inkomen gelijk verdeeld wordt onder de burgers, maar dat een verdeling de absolute delen van iedere individuele burger moet vergroten.
Rawls bewerkt zijn principe echter in zijn boek en herformuleert ‘t een aantal pagina’s verder: “Social and economic inequalities are to be arranged so that they are (…) to the greatest expected benefit of the least advantaged”. Zo lang de armste mensen in de samenleving het maar ‘t best doen in absolute zin (in vergelijking met andere mogelijke arrangementen) is iedere relatieve ongelijkheid volgens Rawls gerechtvaardigd.

Dit is wat Bos niet heeft laten zien en wat hij wel had moeten laten zien en kunnen laten zien. Dat abstracte gepraat over internationale concurrentie positie heeft juist betrekking op diegene die in de hoek zitten waar de klappen vallen. Als grote Nederlandse multinationals het slecht doen, zijn het de Nederlandse laag opgeleide handarbeiders die het eerste eruit vliegen: als het goed gaat met deze bedrijven des te beter voor hen. Verder nog, als het goed gaat met Nederlandse bedrijven stijgt de vraag naar arbeid, wat weer goed is voor de werkgelegenheid en loonontwikkeling. Weer goed voor die gene onderaan de sociale ladder.

Als Bos dat had laten zien, dat hoge topinkomens goed zijn voor de allerarmste, dan had hij Rawls echt eer aan gedaan, en had hij toch ook de populistische sociaal-democraat kunnen uithangen, dat schijnt ‘t in bepaalde buurten goed te doen.

Leave a Reply