Het Grootkapitaal

Ik kan me enorm ergeren aan de jaloerse, pietlutterige discussie over topinkomens. Natuurlijk is het binnen de publieke sector onwenselijk dat veel ambtenaren meer verdienen dan de premier. Natuurlijk is het raar dat die mensen in de private sector die het meest te zeggen hebben over het geld, het meest verdienen. De vraag is alleen of dat nou de meest fundamentele kritiek op het kapitalisme is die je kan geven.

Daarom wil ik hier mijn eigen voornaamste bezwaren tegen het kapitalisme uit een zetten (waarbij ik me zal beperken tot nationale sociaal-economische problemen, ik laat milieuproblemen en vraagstukken van internationale solidariteit over aan specialisten), vervolgens laten zien hoe je dat zou kunnen oplossen (waarmee het probleem van de topinkomens opgelost is). Ten slotte zal ik kort reflecteren op de voordelen van een kapitalistische econome. Ik ga hier it van de meest extreme vorm van kapitalisme, namelijk een nachtwakersstaat en verder alleen maar private ondernemingen. Uiteraard zal ik hier met zeven mijlslaarsen door heen rennen (ach was de wereld maar zo simpel).

Het eerste probleem is dat in een kapitalistische economie iedereen wordt gedwongen te werken, omdat alleen loonarbeid voor de meeste mensen de enige manier is om in het noodzakelijk levensonderhoud te voorzien. Mensen wordt zo een idee van het goede leven opgelegd: alleen een leven waar arbeid een substantieel onderdeel van is, is een mogelijk leven in een kapitalistisch systeem. Hiermee is het kapitalisme niet te verenigen met de meest basale liberale opvattingen van (zelfs negatieve) vrijheid.

Oplossing: een basisinkomen, dat mensen voorziet in hun basisbehoeften, zodat ze voor de rest zelf kunnen kiezen hoe zu hun leven inrichten.

Het tweede probleem is dat er in een kapitalistisch systeem een ongelijke machtsverhouding bestaat tussen werknemers en werkgevers. Werkgevers nemen alle beslissingen terwijl werknemers volslagen machteloos zijn en alleen maar kunnen staken of ontslag kunnen nemen om hun onvrede te uiten. De redenering om werkgevers alle macht te geven is dat zij het kapitaal bezitten waaruit het bedrijf wordt gefinancieerd. Dat klinkt aardig, maar bezitten de werknemers de arbeid niet waarmee het bedrijf is opgebouwd.

Oplossing: het bestuur van een bedrijf overlaten aan vertegenwoordigers van investeerders en werknemers.

Het derde probleem is dat verschillen tussen mensen zoals handicaps, gebrek aan talent, inkomen van de ouders, leiden tot verschillen in inkomens. Dit is niet rechtvaardig omdat mensen beloond worden (met een hoger inkomen) voor eigenschappen die ze toevallig bij de geboorte hebben gekregen, waarvoor ze niets hebben gedaan. De enige eigenschap die volgens mij tot inkomensverschillen zou mogen leiden is inzet: mensen die harder werken zouden meer mogen verdienen dan mensen die minder hard werken.

Oplossing: mensen compenseren voor een gebrek aan talent, inkomen ouders en handicaps, door kosteloos onderwijs en gezondheidszorg, uitkeringen en speciale programma’s voor zulke groepen.

Ten vierde, instabiliteit, de vrije markt is dynamisch en daarmee ook instabiel. Dat geldt voor het aanbod van goederen (die plotseling niet meer winstgevend zijn), vraag naar arbeid (wat sommige mensen economische zelfstandigheid noemen is eigenlijk afhankelijkheid van een onvoorspelbaar systeem) en de gehele economie (conjunctuur anyone?).

Oplossing: overheidsingrijpen in de economie, met name de arbeidsmarkt, om deze te stabiliseren, aanbod van belangrijke goederen onder overheidscontrole.

Kritische vragen over financiering: een progressieve belasting op al het inkomen, dat er toe dient de gevolgen van onverdiende verschillen in verdiencapaciteit te compenseren.

Hiermee is dan ook het probleem van de topinkomens in het bedrijfsleven opgelost: vertegenwoordigers van werknemers die de bedrijven mee besturen zullen moeten in stemmen met zulke topinkomens. Het is aan hen om een evenredige stijging van de lonen te eisen. Daarnaast worden inkomensverschillen verkleind door de compensatie die mensen met achterstanden krijgen.

Kort samengevat: een extreem kapitalistisch systeem dwingt mensen te werken, zorgt voor een ongelijke machtsbalans, versterkt onverdiende inkomensverschillen en instabiel. Hiermee heb ik een onderdeel van het kapitalistische systeem niet bekritiseerd: de vrije markt. Ik vind marktwerking sowieso een mooi zelfregulerend systeem. Een markt is responsief naar de vraag die er bestaat en koestert zo diversiteit. Door concurrentie werkt een markt efficient en innovatief.

Volgens mij is het mogelijk om de voordelen van de vrije markt, te ontdoen van de nadelen van het kapitalisme door de oplossingen die hier zo even de revue zijn gepasseerd: door een basisinkomen in te stellen, door werknemers en werkgevers samen bedrijven te laten besturen, door mensen te compenseren voor onverdiende verschillen en de overheid een sterke rol te laten spelen, als tegenhanger van de vrije markt.

Natuurlijk zitten de meeste Europese landen op die lijn, maar ik vind de uitvoering die er in de verzorgingsstaat aan is gegeven (zo’n typisch sociaal-liberaal compromis) niet radicaal genoeg: omdat het uitkeringen voorwaardelijk maakt, werknemers wel inspraak geeft maar geen macht, te weinig compenseert en gebaseerd is op het idee dat als de overheid iets moet controleren, dat het dat dan zelf moet uitvoeren.

Leave a Reply