Drie redenen om geen politicus te worden

Op mijn achtste wilde ik politicus worden: lid van het Europees Parlement zelfs, omdat dit het politieke centrum van een kruising tussen een kosmopolitisch ideaal en een wereldmacht is (niet dat ik dat precies zo onder woorden kon brengen). Nu veertien jaar later wil ik geen politicus meer worden, niet zo zeer omdat idealen of macht mij niet meer aanspreken. Maar wel om de volgende drie redenen:

Ik kan het niet. Op het GroenLinks congres in september had ik een amendement in gediend, dat ik stamelend, zenuwachtig en zonder overtuigingskracht heb proberen te verdedigen voor de grote zaal. Ik kreeg nauwelijks steun en vond het verschrikkelijk. Daarentegen had ik ook samen met DWARS, de GroenLinkse Jongeren een aantal amendementen voorbereid mee gedacht over de tekst, de inhoud, de verdediging. De DWARSe woordvoerders Mieke en Steven hebben met veel charisma deze amendementen wel aan de man gekregen. Wij hebben allemaal zo onze sterke kanten en zwakke kanten. Dingen die we leuk en niet leuk vinden. Mee denken en mee helpen met een politiek process is valt voor mij in de eerste categorie, dat zelf moeten doen valt in de tweede.

Ik wil het niet. De partijraad van GroenLinks heeft net de samenstelling van een bepaalde commissie (waar ik voor was gevraagd) afgewezen, omdat de partijraad (het partijkader) een conflict met het bestuur (de partijtop) heeft. Mijn kans om mee te denken en mee te helpen met GroenLinkse politiek is (in elk geval tijdelijk, maar misschien ook wel zeker) de bodem ingeslagen vanwege een conflict waar ik zelf buiten sta. Ik wil niet zo afhankelijk zijn van onvoorspelbare en onbeinvloedbare krachten buiten mij. Een sollicitatiecommissie overtuigen okay, maar moeten vertrouwen op kiezers, congressen of parlementen: mij niet gezien.

Ik vind iets anders leuker. Veertien jaar na mijn droom om lid van het Europees Parlement te worden wil ik wetenschapper worden: empirisch politicoloog met gevoel voor wetenschaps- en politieke filosofie. Dat vind ik echt leuk, daar ben ik echt goed in. Zonder overigens mijn politieke idealen te verliezen: het mee denken en mee helpen aan GroenLinkse politiek zal ik altijd willen doen. De ultieme combinatie van mee denken, mee doen en politieke wetenschap en filosofie, is voor mij directeur van het Wetenschappelijk Bureau. Op afstand met GroenLinkse politiek mee denken, mee schrijven aan verkiezingsprogramma’s en mee helpen met het formuleren van problemen en alternatieven: prachtig!

Leave a Reply