De Staat: een fictie

Ik heb laatst twee artikelen van Alexander Wendt gelezen. Hij is een politicoloog, gespecialiseerd in de studie van internationale betrekkingen vanuit sociaal constructivistisch perspectief. So far so good. Hij is echter ook een staat-centrist. Ik geloof dat hier, vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief, de grootste onzin onstaat. Ik wil hier laten zien dat wat sociaal-constructivisten doen, ongeveer het zelfde is als een huis bouwen op drijfzand.

Wendt stelt dat staten identiteiten hebben en dat deze door andere staten worden beinvloed, net als mensen onderling elkaars identiteiten beinvloeden. Ik denk dat dit een grove misvatting is: staten kunnen geen identiteit hebben. Staten bestaan namelijk niet, het zijn nuttige ficties, waar mensen zich onderschikken.

De fictie is gebaseerd op een stijlfiguur: als ik zeg “ik bel het museum” dan is dat een short hand om te zeggen ik bel met iemand van het museum. Musea, namelijk gebouwen, kunnen geen telefoon op nemen. Als je zegt “Belgie verklaart de oorlog aan Nederland” maak je gebruik van net zo’n metonymia: je zegt namelijk “de politiek elite van Belgie verklaart de oorlog aan de politieke elite van Nederland.” De staat is dus op deze manier een fictie.

Dit is echter een cheap shot immers sociaal constructivisten zullen zeggen, dat de politieke elites en de receptioniste van het museum, Nederlandse staat of het museum vertegenwoordigen, dank zij de gedeelde perceptie dat zij Nederland vertegenwoordigen. Dat vind ik acceptabel: de staat is een sociaal-psychologisch fenomeen. Hiermee is het geen objectief feit, maar een gedeelde fictie. Het heeft geen locatie. Het moet ongeveer dezelfde eigenschappen hebben als een willekeurige gedachten in iemands geest, want het enige verschil met een willekeurige gedachte en deze is dat iedere Nederlander (schijnbaar; lijkt mij een empirische vraag) het over eens is dat omdat zij de Nederlandse staat vertegenwoordigen, de politieke elite bepaalde rechten heeft.

Zo’n gedeelde gedachte kan dus niet handelen: een gedeelde perceptie kan niet een ander land binnen vallen. Dat kan alleen een leger, op bevel van de politieke elite, in naam van de staat. Een sociaal psychologisch fenomeen heeft ook geen eigen identiteit: immers het is een gedachte, een gedeelde mening, een gedeelde fictie. Hebben jouw gedachte een identiteit?

Het centrale wetenschapsfilosofische probleem is of er zinnige ideniteiten bestaan buiten mensen. Heeft de geschiedenis een eigen dynamiek? Beheerst de kerk ons leven? Onstaat er als veel mensen bijeen zijn een kwalitatieve sprong van groep naar gemeenschap? Ik denk dat je heel goed op moet passen in hoeverre deze zaken waar zijn. Volgens mij bestaan mensen, maar bestaat de “loop van geschiedenis” niet buiten deze mensen. Er bestaan geen supra-individuele structuren, geen holistische systemen. Alleen maar individuen en hun percepties. Als je wel gelooft dat deze bestaan, moet je de metafysische vraag beantwoorden: waar zijn die structuren dan?

Wat Wendt doet is dus op drijfzand bouwen. Staten per-se bestaan alleen maar omdat wij vinden dat er staten bestaan. Hiermee zijn ze een bepaalde klasse entiteit, namelijk gedachten en zijn ze dus geen objectieve feiten. Hiermee krijgen ze bepaalde kenmerken, waarvan het hebben van een identiteit, typisch voor behouden aan intentionele wezens als mensen en dieren, er geen is.

Ik wil best accepteren dat staten bestaan als sociaal geconstrueerde entiteiten en dat het nuttig is om over politieke elites van staten te spreken in termen van staten, als een useful fiction, maar staten hebben geen identiteit. Het zijn de politieke elites in die staten die een identiteit hebben (bv. die van politieke elite van Nederland): deze wordt gevormd. Als je er op deze manier naar kijkt, is het centraal stellen van de staat en het zijn van sociaal-constructivist niet houdbaar.

Leave a Reply