Wat is er gebeurd bij de Oostenrijkse Groenen?

Terwijl in Duitsland de Groenen een magere verkiezingsuitslag haalden, haalden de Oostenrijkse Groenen 12.4% van de stemmen. Dat is de beste uitslag van een Groene partij in nationale verkiezingen ooit. Wat is het geheim van de Oostenrijkse Groenen?

Eén achtste van de stemmen klinkt mooi, maar lag onder het doel van de Oostenrijkse Groenen. Ze wouden 15% van de stemmen halen, de derde partij van Oostenrijk worden en in de regering komen. Dat is allemaal niet gelukt.

De Groenen gingen de verkiezingen in met twee thema’s: een schone milieu en een schone politiek. Met het eerste, het hoofdthema van iedere groene partij, was weinig te winnen. Alle partijen in Oostenrijk hebben het milieuthema opgepakt. Zelfs Team Stronach, de anti-Europartij die werd opgericht door een Canadees-Oostenrijkse ondernemer, had een lange milieuparagraaf in haar programma.

Anticorruptie

Het tweede thema was des te belangrijker. De Oostenrijkse Groenen stelden zich op als de partij van de integere politiek. De laatste jaren kwamen er om de week berichten naar buiten over corruptieschandalen waar politici of partijen bij betrokken waren. Het Oostenrijkse parlement deed, onder leiding van een Groene afgevaardigde, uitgebreid onderzoek naar corruptie. Daarbij bleken met name populistisch rechtse partijen betrokken maar ook de Christendemocratische ÖVP die al sinds 1987 in de regering zit en een monopolie lijkt te hebben op de macht. Oud-premier Schüssel moest zich terugtrekken uit het parlement vanwege de aanklachten. Een deel van de gelden kwam terecht bij partijen. De Groenen dwongen daarom een nieuwe partijfinancieringwet af. Tijdens de campagne wezen ze er fijntjes op dat alle andere deelnemende partijen deze wet schonden. Als een partij zo staat op integriteit dan wordt je natuurlijk ook zelf onderzocht. De ÖVP beschuldigde de Groenen van het aannemen van geld van Qadhafi, begin jaren ’90. De Groenen ontkenden. De zaak brak de Groenen niet op.

De Groenen positioneerden zich zo als de partij van transparantie. Ze werden daarmee de stem van de Oostenrijkse burgers die ontevreden zijn over de democratie. In Oostenrijk is er al zeven jaar sprake van een grote coalitie van de ÖVP en de sociaaldemocratische SPÖ: een kabinet van links en rechts die in een permanente patstelling staat. Maar ook een coalitie van twee partijen die al sinds de Tweede Wereldoorlog politiek maar ook maatschappelijk de lakens uitdelen. Voor veel maatschappelijke functies is een partijkaart nodig van ÖVP of SPÖ.

Een groot deel van de kiezers hoopten dat de groenen zouden gaan regeren. Hun deelname aan een kabinet werd gesteund door 40% van de stemmers. Na de uitslag lijkt dit echter niet realistisch: de grote coalitie heeft net een meerderheid. Maar bovendien: de Groenen hebben de andere partijen sterk tegen de haren ingewreven door ze aan te vallen op met corruptieaanklachten.

Uitwisselingen

De Groenen wonnen de meeste stemmen van de gevestigde partijen: 50 duizend stemmen van de ÖVP en 40 stemmen van de SPÖ. Tegelijkertijd verloor de partij bijna 60 duizend stemmen aan de nieuwe partij NEOS, een klassiek liberale partij, die net als de Groenen zich konden opstellen als een schonehandenpartij. Hiermee komt er wel een spanning in de Oostenrijkse Groenen boven: de partij heeft een alternatieve vleugel en een liberale vleugel. Omdat er in Oostenrijk jarenlang geen liberale partij was -de liberalen voeren sinds de jaren ’80 een populistisch rechts koers- vonden deze middenklassekiezers een onderkomen bij de Groenen. De NEOS vormen echter een goed alternatief voor de kiezers. De moralistische toon waar de Duitse Groenen kiezers op hadden verloren, werd door de NEOS ook de Oostenrijkse Groenen aangewreven. De Groenen waren de partij van de lagere maximumsnelheden.

De Oostenrijkse Groenen zijn zoals alle Groenen partijen van hoger opgeleiden, professionals en vrouwen. De partij was de grootste onder mensen met een universitair diploma. Anders dan veel Groenen zijn de Oostenrijkse Groenen geen generatiefenomeen (een partij die met name goed scoort onder de babyboomgeneratie) maar staat ze ook sterk onder jonge kiezers. Dat is voordelig want Oostenrijk heeft zestien- en zeventienjarigen het stemrecht gegeven.

Lessen

De Oostenrijkse Groenen staan er zo goed voor omdat zij naast hun groene thema met het thema transparantie een breed bestaande onvrede in de Oostenrijkse maatschappij hebben geraakt. Die onvrede gaat niet slechts om een aantal corrupte politici maar om de Oostenrijkse democratie, die door sommigen wordt omschreven als een karteldemocratie omdat SPÖ en ÖVP politiek en maatschappelijk al sinds de Tweede Wereldoorlog een grip hebben op alle prominente posten. De Oostenrijkse Groenen zijn nog steeds een anti-partijenpartij en geen onderdeel van de gevestigde macht. Zo kan een Groene partij stemmen winnen.

Dit artikel verschijnt gelijktijdig op GLweb

Wat is er gebeurd bij de Duitse Groenen?

Ze stonden er zo goed voor: de Duitse Groenen. De Groene doorbraak zou er komen: een verhaal waarmee de Duitse groenen ook sociaal-liberale FDP-kiezers en waardeconservatieve CDU-kiezers konden aanspreken. Een groene deelstaatspremier in conservatieve staat als Baden-Wuerttemberg. Peilingen die tot in de hemel groeiden.

Gister, op 22 september was de partij ‘bitter teleurgesteld‘ over de uitslag. In plaats van de winst, verloor de partij. Al met niet schokkend veel: zo’n 2.3 van de 10.7%. De partij verloor maar vijf van haar 67 zetels. Wat is er gebeurd?

Peilingen Gruenen copyIn de figuur hiernaast zie je het verloop van de peilingen sinds januari. Het is een zevendaagsgemiddelde van alle peilingen die op wikipedia verzameld worden. Het verloop van de peilingen laat zien dat de partij er eigenlijk hele jaar goed voorstond: permanent en vrij stabiel rond de 14%. Dat zou een overwinning betekenen, maar geen monsterzege. Vanaf midden augustus komt daar de klad in: de partij daalt vrij gestaag. De virtuele winst verdampt en wordt ingewisseld voor een bescheiden verlies.

Het is daarom gemakkelijk om de schuld te geven aan de affaires die de Groenen achtervolgden in de laatste maanden: een discussie over het standpunt van de partij over pedoseksualiteit in de jaren ’80, een voorstel voor een verplichte vegetarische dag in kantines. De uitstraling van de mannelijke lijsttrekker, Trittin. Een slimme campagnewatcher die ik gister sprak, Jelmer Uitenthuis zei: ‘De Duitse Groenen hebben verloren, omdat ze er niet opgerekend hebben dat ze zouden verliezen’. Ze hadden hun verdediging niet op orde.

Een nuchtere vaststelling is dat een kleine partij als De Groenen altijd een beetje zal verliezen tijdens de laatste maand van een campagne, als camera’s gericht worden op de grote partijen en als de machtsvraag centraal staat.

Fundamenteler lijkt het probleem in de positionering van De Groenen. Zij namen tijdens de campagne een heldere linkse positie in. Zo spraken ze zich helder uit voor een belastingsverhoging voor de allerrijksten. De hele verkiezingscampagne hebben ze moeten uitleggen dat hun belastingplannen een verbetering voor 90% van de burgers betekende, maar het beeld was gevestigd: de Groenen willen, in crisistijd, aan uw inkomen komen. De Duitse Groenen zouden zich onvoldoende inzetten voor de belangen van hun eigen middenklassekiezer.

Opvallend is dat de Duitse Groenen, volgens peilingen, juist verloren hebben onder handarbeiders (ongeveer 40% van hun kiezers verloren) en minder onder middenklassegroepen, zoals zelfstandigen en hoofdwerkers (ongeveer 20% van hun kiezers verloren). Ze lijken niet de middenklassekiezers weggejaagd te hebben, maar de arbeidersklasse. De Groenen hebben tegelijkertijd sterker verloren onder jonge kiezers dan onder oudere kiezers: in de leeftijdscategorie 45-59 verloor de partij maar 17% van de stemmen en onder 18-24 jaren 27%. Dat lijken ook niet de kiezers te zijn die iets te verliezen hebben met een belastingverhoging. Bovendien blijft de partij het het best doen onder de best opgeleide kiezers.

De Groenen zijn netto een miljoen kiezers verloren: een-derde daarvan gaat volgens peilingen naar de SPD. 30% van de Groene kiezers blijft deze verkiezingen thuis. Een kwart van de kiezers stapte over naar de anti-Europapartij Alternatief voor Duitsland. De uitwisseling met de CDU, Die Linke en de FDP waren veel kleiner. Dit geeft aan dat De Groenen inderdaad deels last hebben gehad van strategische concurrentie van de SPD maar ook in voldoende mate in staat zijn geweest hun eigen kiezers te mobiliseren.

De Duitse Groenen hebben een onderzoek aangekondigd naar de verkiezingsuitslag. We zullen het met interesse lezen.

Duitsland: een, twee of vijf partijensystemen?

Via Stuk Rood Vlees kwam ik een interessante link tegen: de uitslagen van de vorige Duitse verkiezingen. Dat levert mooi kaartmateriaal op, maar kaarten zijn vaak lastig te interpreteren. Ruimtelijke modellen zijn vaak inzichtelijker.

Ruimtelijke modellen

Ik heb de Duitse uitslag per deelstaat voor de zeven grootste partijen geanalyseerd met correspondentie-analyse. Het simpele idee is we kijken in welke deelstaten bepaalde partijen bovenmatig sterk staan. Deelstaten waar dezelfde partijen goed scoren worden bij elkaar gezet en partijen die in dezelfde deelstaat goed scoren worden bij elkaar gezet. Dat levert het volgende beeld op:

De Oost-Duitse deelstaten, (Brandenburg, Thueringen, Sachsen en Sachsen-Anhalt, Mecklenburg-Vorpommern) worden aan een kant van het figuur geplaatst. De meest West-Duitse deelstaten aan de andere kant. Berlin en Saarland liggen in het midden. Er is een duidelijke oost-west structuur langs de horizontale lijn. Langs de verticale lijn zien we een concentratie van de stadsstaten aan een kant (Bremen, Hamburg, Berlin) en het grote, landelijke Bayern aan de andere kant.

De partijen zijn ook langs een horizontale en een verticale dimensie verdeeld. Die Linke, een fusie van een linkse afsplisting van de sociaal-democratische SPD en opvolger van de voormalige Oost-Duitse communistische paritj SED ligt aan de linkerkant, samen met de extreem-rechtse NPD. Dat laatste is wel ironisch, want tijdens de communistische periode leidde de SED een anti-fascistische alliantie waarin alle partijen waren verenigd.

De oude West-Duitse partijen, de Christen-democratische CDU, de SPD, die Gruene en de liberale FDP, liggen samen met de Piraten aan de rechterkant. Daarnaast kunnen we een dynamiek zien tussen bovenzijde (SPD) en de onderzijde (CDU/CSU).

Oost versus West

Er is een Oost-Duitse partij systeem waarin Die Linke een centrale plek innemen, ten koste van de andere partijen en met name Die Gruene en de FDP. De figuur hiernaast geeft de uitslag weer in Oost- en West-Duitsland (uitgezonderd Berlijn en Saarland). In West-Duitsland waren bij de verkiezingen twee grote partijen: de CDU/CSU en de SPD. Ook FDP en Die Gruene  halen meer dan 10% van de stemmen.

In Oost-Duitsland is de positie van de SPD als tweede partij overgenomen door Die Linke. Ondertussen staat de CDU/CSU nog steeds sterk. De FDP haalt nog net 10% van de stemmen. Maar met name Die Gruene vallen weg. Dat laatste is opvallend, want Die Gruene heten officieel Buendnis ’90/Die Gruenen waarbij dat eerste staat voor een samenwerkingsverband van anti-communistische protestgroepen. Van die stroming lijkt weinig over te zijn.

Beide systemen zijn dus eigenlijk een vierpartijensysteem met twee linkse en twee rechtse partijen. Maar de linkse partij wisselt. Programmatisch verschillen Die Linke en Die Gruene niet zo veel, in het Duitse Kieskompas staan ze vlak bij elkaar, maar ze hebben heel andere prioriteiten en ze spreken heel andere kiezers. Oost-Duitsland heeft een post-communistische linkse protestpartij die met name sterk staat in lagere sociaaleconomische klassen. Dat Die Linke voortkomt uit het communisme maakt haar voor de SPD een lastige coalitiepartner. Deze bemoeilijkt linkse coalitievorming. West-Duitsland heeft een post-materialistische linkse groene partij die met name sterk staat in hogere sociaaleconomische klassen. En juist Die Gruene en de SPD hebben een goede band. West-Duitsland heeft een culturele revolutie doorgemaakt, die er in Oost-Duitsland niet is geweest.

Noord versus Zuid

Het verticale dimensie onderscheidt de sterke gebieden van de CDU/CSU in het platteland van het Katholieke Zuiden en de sterke gebieden van SPD, de steden in het Protestantse Noorden. Overigens is een verschil hier weggemoffeld: in het landelijk en Katholieke Bayeren doet niet de CDU mee aan verkiezingen maar de CSU. Deze zusterpartij van de CDU is duidelijk wat rechtser en conservatiever.

Conclusie

Zo heeft Duitsland dus twee of misschien zelfs wel drie, vier of vijf partijensystemen: een West-Duitspartijsysteem met een linkerblok van Die Gruene/SPD en een rechterblok FDP/CDU. In het Oost-Duitse partijensystem staat de SPD zwakker zowel electoraal als qua bondgenoten: Die Linke staat sterk in de tradionele arbeidersklasse maar staat vanwege de communistische geschiedenis verder van de SPD af. De CDU en FDP zijn hier, zij het iets minder sterk wel aanwezig.

Berlin en Saarland nemen een middenpositie in. Zij het dat de CDU/CSU zwakker staat en juist Die Gruene sterker: zeker in het grote en hippe Berlijn. Saarland ligt overigens zeer Westelijk maar neemt deze middenpositie in omdat het thuisstaat is van de oud-SPD prominent en Die Linke leider Lafontaine. En dan heb je nog het partijsysteem in Bayern met de rechtse CSU, die nergens anders deelneemt aan verkiezingen, maar wel een zeer dominante rol speelt hier.

Op het landelijke niveau komen al deze elementen samen: hier staan de CDU en SPD sterk, maar zijn er vier middelgrote partijen: de FDP en de CSU, bondgenoten van de CDU en Die Linke en de Die Gruene die ideologisch dichtbij de SPD staan, maar waarbij de een acceptabele bondgenoot is en de andere niet. Op 22 september doet dat landelijke beeld ertoe: de stroeve relatie tussen SPD en Die Linke kan nog wel eens voorkomen dat er een links kabinet komt. Maar ook al die lokale constellaties zijn belangrijk, want Duitse deelstaten hebben echt nog wat in de melk te brokkelen.

Het gras is altijd groener aan de andere kant van het hek

Ik krijg veel vragen over de Duitse Groenen. Waarom gaat het hen zo goed? Waarom leveren die nu de premier in de traditionele, Katholieke staat als Baden-Württemberg, terwijl GroenLinks in het traditionele, Katholieke Noord-Brabant drie zetels heeft.

Het beeld leeft bij veel GroenLinksers dat de Duitse Groenen in staat zijn om rechtse kiezers aan zich te bieden. Dat er en-masse Christen-democraten en liberalen naar de De Groenen toe komen. En zo zouden de Groenen misschien wel de de tweede partij van Duitsland kunnen worden.

De feiten laten een ander beeld zien: als we kijken naar waar de Groenen hun kiezers vandaan halen dan zien we dat de SPD de belangrijkste leverancier is van De Groenen kiezers. In de figuur hiernaast zien we waar de kiezers van De Groenen vandaan kwamen bij de Bundestag verkiezingen van 2009. De Groenen haalden 870.000 stemmers bij de sociaal-democratische SPD vandaan en 50.000 bij de Christen-democratische CDU/CSU.

In Baden-Würrtemberg waar de Groenen de premier leverden omdat ze groter zijn van dan hun sociaal-democratische bondgenoot haalden De Groenen 140.000 stemmen bij de SPD vandaan en 87.000 bij de Christen-democraten. Als we kijken naar de 14 meest recente landelijke of deelstaatverkiezingen, dan zijn er maar twee verkiezingen waren waar de uitwisseling met de CDU/CSU groter dan de uitwisseling met de SPD: Thüringen en Bremen. In nog eens twee verkiezingen, in Schleswig-Holstein en Nordrhein-Westphalen winnen De Groenen licht van de Christen-Democraten om (veel) meer kiezers te verliezen aan de Sociaal-Democraten.

In alle verkiezingen gecombineerd winnen De Groenen 1.747.000 stemmen bij de SPD en 243.000 bij de CDU/CSU. Kortom: het succes van De Groenen komt met name bij sociaal-democraten vandaan.

En daar komt dat alhoewel De Groenen er niet slecht voor staan, de hype wel een beetje van de partij af is: in 2011 was de partij inderdaad groter dan de SPD in sommige peilingen, maar nu is de SPD al maanden ongeveer twee keer zo groot als De Groenen. De sociaaldemocraten halen ongeveer 25% van de stemmen en De Groenen ongeveer 13%. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat ze samen niet groter zijn dan de Christen-Democraten.

Electoraal wijken de Groenen niet sterk af van GroenLinks: deze partij wisselt met name stemmen van hun sociaal-democratische zusterpartij. En met de SPD gaat het eigenlijk al jaren niet bijzonder goed. Sinds het vertrekt van Schröder heeft de partij geen aantrekkelijke leider weten te vinden. Bovendien, veel linkse alternatieven voor de SPD zijn er niet: De Linksen, een samenwerkingsverband van voormalige Oost-Duitse communistische partij en wat SPD-dissidenten is voor veel mensen in West-Duitsland onacceptable vanwege het DDR-verleden. Daar profiteren De Groenen van.

Als u meer wilt leren over Duitse verkiezingsuitslagen, de ARD heeft een goede website met uitgebreide peilingen.

Deze column verschijnt tegelijkertijd op de website van GroenLinks.

725 and counting

725 blogs heb ik geschreven in de laatste vijf jaar. Dat is wel heel veel. Wat is de centrale boodschap? Wat zijn de beste stukjes? Ik schrijf over vier (aan elkaar gerelateerde) onderwerpen: GroenLinks, Nederlandse politiek, politieke filosofie en politieke fictie. In mijn ogen heb ik daar wel een consistente lijn in: vanwege mijn eigenzinnige links-liberale politieke filosofie voel ik me verbonden met de progressief-linkse partij GroenLinks die een bijzondere plek in het politieke landschap heeft. De vijf artikelen met een (*) worden bijzonder aangeraden.

1. GroenLinks
GroenLinks is gevormd als een fusie van de links-socialistische dissidentenpartij PSP, de proto-groene PPR, de communistische emancipatiepartij CPN en de progressief-Christelijke EVP. GroenLinks lijkt ideologisch sterk op de PPR, maar heeft veel oud-PSP’ers in zijn gelederen, heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als de Deense PSP en heeft een vergelijkbare partijcultuur als de PSP. Van de CPN is weinig zichtbaar. De naam GroenLinks was een compromis tussen de PPR-leden die een vernieuwende groene beweging wilden vormen en de PSP-leden die machtsblok links van de PvdA wilde vormen. Het groene profiel van GroenLinks was deels een strategische zet (* – luister ook naar dit debat op radio 1). Het progressieve profiel dat GroenLinks zich in de laatste jaren heeft aangemeten staat in spanning en in lijn met de vrijzinnig-Christelijke en links-socialistische traditie waar GroenLinks uit voorkomt. Het progressieve profiel van GroenLinks is deels gekomen door een veranderende politieke realiteit, maar is ook aangemeten om GroenLinks een geloofwaardige coalitiepartner te maken. De opvallendste draai: GroenLinks was de grootste tegenstander van Paars maar nu de partij van Paars+.

De discussies binnen GroenLinks gaan vaak over samenwerking met andere linkse partijen, terwijl andere partijen niet noodzakelijkerwijs met GroenLinks willen. GroenLinks is een van de weinige groene partijen in Europa die nog niet heeft geregeerd. En hoewel, GroenLinks nog nooit aan de macht geweest is, zijn de schandalen van de laatste jaren, schandalen van de macht. GroenLinks moet niet gaan regeren met CDA, VVD en D66 of toch wel?

GroenLinks wordt soms verweten een moraliserende elitepartij te zijn, dat lijkt me niet het geval: GroenLinks is een radicale systeempartij (*). Ik heb het GroenLinks-prisma ontwikkeld om na te denken over de positionering van GroenLinks op verschillende onderwerpen: democratie, kunst, sport en veiligheid. GroenLinks moet haar Kamerleden balanceren tussen groene Europarlementariers, tolerante Senatoren en linkse Tweede Kamerleden.

GroenLinks moet zich niet richten op het electorale midden. GroenLinks is uitgesproken sociaal, tolerant en groen, maar op ieder van die onderwerpen niet de meest uitgesproken partij. GroenLinks moet zich als groene partij profileren en niet als tolerante partij. GroenLinks moet meer oog hebben voor de dagelijkse problemen van gewone mensen.

In de politiek worden, de cruciale beslissingen genomen door de mensen achter de schermen en daar lijkt politiek verdacht veel op het echte leven.

2. Politiek
Het Nederlandse politieke landschap is aan verandering onderhevig: wat ooit links was, is nu rechts en vice versa. Maar die analyse is misschien iets te simplistisch: er ontstaat een nieuwe tegenstelling over economische en Europese onderwerpen tussen progressief en populistisch, terwijl de links/rechts tegenstelling steeds meer gaat over culturele onderwerpen (naast economische en ecologische) (*). En juist progressieven moeten kiezen tussen links en rechts. Dat populisme is niet nieuw: zowel de sociaal-democraten als Christen-democraten hebben hun wortels als populistische bewegingen

3. Politieke filosofie
Centraal in mijn politieke filosofie staat het socratische idee van aporeia. De erkenning dat we fundamentele kennis missen. Ik noem mijn filosofie daarom ook wel epistemisch liberalisme: omdat we het niet eens zijn wat het goede leven is, moeten we kiezen voor een neutrale overheid (*); omdat er inkomen is dat niemand verdiend heeft, moeten we kiezen voor verdelende rechtvaardigheid (*); en omdat we het niet eens zijn over wat rechtvaardig is, moeten we kiezen voor een democratische overheid. Dat idee van aporeia moet ik wel iets nuanceren als ik geloof in mijn eigen ethische normen.

Op culturele thema’s ben ik uitermate liberaal: juist omdat godsdienst meer is dan een mening, hecht ik aan godsdienstvrijheid en daarom ben ik bijvoorbeeld voor het verbod op ritueel slachten, maar juist tegen een verbod op het rijden door rouwstoeten. Als liberaal ben ik skeptisch over een idee als de ‘ontspannen samenleving‘, omdat dit utilisitsch en niet liberaal isPaternalistisch optreden van de overheid is alleen maar gerechtvaardigd om individuele vrijheid te vergroten. Zo zijn herkenbare homoseksuele rolmodellen goed voor homo-emancipatie. We moeten oppassen voor diegenen die ons met kleine stootjes de juist kant op willen sturen, want wie bepaalt waar heen we gestuurd worden? Ook op sociaal-economische onderwerpen, moet neutraliteit uit het uitgangspunt zijn.

Ik beschouw mijzelf als heel links, maar ik ben daarom tegen het minimumloon, tegen het aanpakken van topinkomens en tegen kunstsubsidie (daarover heb ik niet altijd even subtiel geschreven). Ik ben voor privatisering van de publieke omroep, van het onderwijs (dat moet overigens gericht worden op individuele ontplooing) en van de zorg. Al die (links-)liberale verhalen ten spijt, betekent dat niet dat ik me niet ook verbonden voel met het socialisme. Want uiteindelijk zijn socialisten consequente liberalen.

Ook milieubeleid is uiteindelijk liberaal gerechtvaardigd, dat geldt zeker voor dierenrechten. Overheidsingrijpen is voor milieubescherming wel noodzakelijk, daarbij zou ik kernenergie niet uitsluiten.

Ik heb de laatste tijd ook geschreven over veiligheid: ik vind straffen vanwege vergelding barbaars en zie meer in herstelrecht en in grotere openbaarheid van het strafproces. Als liberaal ben ik een groot voorstander van liberale democratie en dus tegen radicale democratie (en dat zou GroenLinks ook moeten zijn).

Het is filosofisch toch het leukste om een verhaal van iemand anders uit te pellen en de interne contradicties weer te geven: neem Dick Pels over het basisinkomen of Rutger Claassen over de consumptiemaatschappij. FIlosofisch gezien heb ik niets met Nietzsche, die wel hecht aan vrijheid, maar niet aan gelijkheid en met mensen die vinden dat je alles correct moet spellen.

4. Politieke fictie
Ik vind politieke fictie fascinerend. Ik onderscheid hierbij drie genres: science fiction, wat een mogelijkheid geeft tot social science fiction het uitwerken van politieke utopieen. Mooi gedaan in Star Trek: Deep Space Nine. Politiek drama, wat de mogelijkheid geeft om politiek achter de schermen te laten zien. The West Wing kwam wel heel dicht bij de werkelijkheid. En alternative history: een kleine stap had de geschiedenis van GroenLinks een heel andere kant op kunnen sturen.

En als we het dan toch over fictie hebben, minder politiek, maar niet minder geniaal, Wes Anderson: “When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself

Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden

GroenLinks is bij uitstek de partij voor de toekomst, maar soms moet je terugkijken om weer vooruit te kunnen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de collegereeks over het gedachtegoed van GroenLinks keken vier partijleden die betrokken waren bij de oprichting van GroenLinks terug naar het verleden. Wat kan GroenLinks leren van haar oprichters?

Communisten & Feministen

Herman Meijer was uitgenodigd om iets te vertellen over de Communistische Partij Nederland (CPN). Hij maakte duidelijk dat de partij eind jaren ’70 afscheid nam van haar Stalinistische verleden. Binnen de CPN was het Stalinisme vertegenwoordigd door Paul de Groot: ‘De Groot was erevoorzitter van de CPN, nadat hij jarenlang ‘gewoon’ voorzitter was geweest. Hij was een klassieke Stalinist. Zowel in zijn interne partijoptreden als in zijn paranoïde inslag.’ Na het aftreden van De Groot veranderde de CPN. Meijer schreef mee aan het partijprogramma van de CPN: ‘Het was een radicale oproep tot volstrekte democratisering van de hele Nederlandse maatschappij, tot op het diepste niveau, ook in economisch opzicht. Marxisme en feminisme werden als gelijkwaardige inspiratiebronnen gezien. De CPN was de meest feministische partij van Nederland.’

Volgens Meijer kan GroenLinks van de CPN leren om een gezond en goed geformuleerd anti-kapitalisme te koesteren: ‘We moeten een diepgravender, analytischer en intelligenter verhaal hebben over de bankencrisis, wat dat te maken heeft met de liberalisering van de geldmarkt en zo verder. Dat is ver voorbij het banale anti-kapitalisme: “Jullie zijn rijk en wij niet en dat is niet eerlijk.” Dat is ook wel zo, maar we kunnen daar een eind voorbij.’

Meijer ziet wel wat in linkse samenwerking: ‘Voor de verkiezingen moeten linkse partijen op een aantal punten kunnen overeenstemmen: wat we nu nodig hebben is een regering die pro-Europees is, een ruimhartig immigratiebeleid voert en die zorgt voor een grotere inkomensgelijkheid, tegen bonussen en al die shit. Ik zou het programma zo kunnen schrijven.’

Pacifisme, socialisme en milieu

Meijer was tot 1974 lid geweest van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), een andere oprichter van GroenLinks: ‘Wat mij tegenviel in de PSP, was dat de partij een buitengewoon moeizaam bestaan had. In Delft [waar Meijer woonde – SO] had de partij maar een paar leden en die waren altijd aan het tobben. Het was niet zo’n gelukkig clubje.’ Alexander de Roo, de vertegenwoordiger van het PSP-smaldeel, beaamt dat de PSP slecht was georganiseerd: ‘Ik ben in 1974 lid geworden van de PSP in Delft. Ik heb een maand nodig gehad om lid te worden. Die club was behoorlijk onvindbaar. Ik ben lid geworden vanwege de kernenergie. Er was een grote demonstratie in Kalkar tegen de opwekkingscentrale en Bram van der Lek, PSP-Kamerlid riep: “De technici moeten hun werk overdoen.” Dat sprak mij aan.’

De Pacifistisch-Socialistische Partij stond bekend vanwege haar pacifisme. De Roo nuanceert dat beeld: ‘Het pacifisme van de partij was nooit absoluut. In de jaren ’70 was er een felle discussie: wat doen we met geweld van bevrijdingsbewegingen? Dat accepteerden we. Het pacifisme van de PSP was veel meer een politiek pacifisme. We verzetten ons tegen de NAVO, dat was een identiteitspunt bij de PSP. GroenLinks worstelt nu nog steeds met militaire interventies. Zodra geweld ter sprake komt hebben we het daar moeilijk mee. Die aandacht voor wat er gebeurt in landen om ons heen, dat was heel kenmerkend voor de PSP.’

De Roo, die als samenwerker te boek stond in de PSP is ook voorstander van progressieve samenwerking: ‘In Duitsland heb je rood-groene samenwerking. Dat is daar een begrip. De meest natuurlijke partner voor GroenLinks is de PvdA. Samsom heeft zelfs ooit geprobeerd om kandidaat voor GroenLinks te worden. We moeten een akkoord sluiten met de PvdA en dan kijken of de SP en D66 aan willen sluiten.’

Groen en libertair

Wim de Boer sprak namens de Politieke Partij Radikalen (PPR): ‘Bij de PPR stonden, onder andere, het serieus nemen van het milieu en de duurzame economie in al haar facetten centraal.’ De partij nam het ook op voor een eerlijkere verdeling van werk en inkomen. Bovendien kenmerkte de partij zich door een libertaire en niet-dogmatische manier van handelen. ‘Dat was de PPR en ik heb glimlachend in de trein vastgesteld dat dat voor mij nog geen spat veranderd is, voor die waarden sta ik nog steeds.’

De Boer was betrokken bij de vorming van GroenLinks. Als lid van de ‘bende van drie’ had hij de onderhandelingen op een cruciaal moment vlot getrokken. Zonder toestemming onderhandelden drie oud-partijbestuurders van de PPR toch met de CPN en de PSP, terwijl het PPR-bestuur zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen. Zelf had hij zich in de onderhandelingen één doel gesteld: ‘Wat ik eruit zal slepen is de naam ‘GroenLinks’. Die naam had nog heel wat voeten in de aarde. Zonder ‘groen’ kreeg je met de PPR geen akkoord. GroenLinks dekt precies de lading. Voor mij zijn groen en links onlosmakelijke aan elkaar verbonden: zonder progressieve politiek krijg je geen goed milieubeleid en zonder milieubeleid krijg je geen duurzame samenleving.’

Je zou kunnen stellen dat qua politiek programma GroenLinks nu het meest op de PPR lijkt, maar De Boer nuanceert dat beeld: ‘Ik ben niet de man van de politieke programma’s. Ik heb ze geschreven, ik heb ze vastgesteld, ik heb er urenlang over zitten vergaderen. De praktijk is dat als een programma is aangenomen het dan verdwijnt in een la en je er er nooit meer naar kijkt. Wat ik belangrijk vind is dat de waarden van de PPR diepgeworteld zijn binnen GroenLinks. Ze krijgen wel een nieuwe vorm. Op grond van nieuwe inzichten kan ik tot een andere beslissing komen. Ik vind het belangrijk dat iedere GroenLinkser glashelder heeft voor welke waarden wij staan. Als hij dat weet dan komen die politieke keuzes vanzelf tot stand.’ De Roo: ‘Qua programma lijkt GroenLinks het meest op de PPR en toch is het een heel andere partij geworden. De partij heeft een veel bredere uitstraling. De partij is meer dan de som der delen. Er ligt nu meer nadruk op het groene, daarmee heeft de partij iets nieuws aangesproken.’

Christelijk dus progressief

Cor Ofman was de laatste voorzitter van de Evangelische Volkspartij (EVP) en de eerste EVP’er op de eerste lijst van GroenLinks (plaats #11). ‘De EVP was een klein clubje. De EVP is ontstaan uit CDA’ers die een andere koers wilden. We hoopten de dissidenten uit het CDA, een stuk of tien Kamerleden, mee te krijgen.’ Maar die bleven in het CDA, ze zeiden: ‘als 90 procent van de achterban toch conservatief blijft dan kan je er moeilijk uitstappen.’ De EVP had drie kernpunten: ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Ook binnen die kerken speelden die trits heel sterk een rol. De partij was tegen de plaatsing van kruisraketten. Ze stond voor een economie van het genoeg en het recht van de arme en de vreemdeling. We hadden een eigen interpretatie van Bijbelse normen en waarden: christelijk dus progressief.’

De Boer vraagt Ofman: ‘Ik heb nooit begrepen wat jullie verhinderde om jullie doelstellingen in de PPR te realiseren. Was dat alleen omdat het woord ‘bijbel’ niet gebruikt werd? De PPR is oorspronkelijk voortgekomen uit Christen-Radicalen.’ Ofman: ‘Het christelijke was tamelijk verwaterd in de PPR. De PPR was libertairder, de EVP was minder individualistisch. Ook GroenLinks is liberaal. Ik zou ook wel wat meer uitstraling willen zien richting een kerkelijke achterban. Als ik op zondag mijn verhaal houdt, denk ik vaak, waarom komen die mensen nou niet bij GroenLinks terecht, terwijl ze al afscheid hebben genomen van het CDA? Ze zijn op zoek naar een partij met een sociaal gezicht, maar die ook oog heeft voor spiritualiteit.’

Is piratenangst terecht of niet?

Bij de laatste deelstaatverkiezingen in Berlijn haalden de Duitse Piratenpartij 9% van de stemmen. Een ongelofelijke uitslag voor deze libertaire pro-transparantie-nichepartij die voor het eerst mee doet aan de deelstaatverkiezingen.

De Duitse Groenen verwachtten een goede uitslag te halen bij de verkiezingen. Renate Kuenast, de voormalig fractievoorzitter van de Groenen in de Bundestag, had zich al kandidaat gesteld voor Regierender Bürgermeister von Berlin. De Groenen bleven steken op 18%. Een goede uitslag maar geen droomuitslag. De uitslag van de Groenen en Piraten lijkt innig aan elkaar verbonden: de Piraten hebben het meeste kiezers gewonnen van de Groenen.

Wat ging er mis voor de Groenen? De deelstaatverkiezingen zijn tweede-orde-verkiezingen. Een kleine nichepartij, als de Piratenpartij, kan dan scoren. Mensen stemmen met hun hart, voor de lol of laten een echt protestgeluid horen. De Zweedse Piratenpartij haalde bij de Europese verkiezingen van 2009 7% van de stemmen en bij de Zweedse verkiezingen van 2010 minder dan 1% van de stemmen. Geen zorgen dus: bij de nationale verkiezingen zullen de Groenen het goed doen.

Of niet? Bij de Zweedse verkiezingen haalden de Zweedse Groenen 7% van de stemmen en bij de Europese verkiezingen 11%. De Groenen zijn net als de Piraten een nichepartij, een protestpartij, een zondagspartij waar mensen met hun hart op stemmen. Als het om de macht gaan dan stem je toch op een gevestigde partij die verantwoordelijkheid kan nemen, en niet op de Groenen.

Of niet? De Duitse Groenen ontwikkelen zich steeds meer in de richting van een regierungsfaehige partij. De eerste Duitse Groene deelstaatpresident, Kretschmann, zit in het zadel in Baden-Wuerttemberg. Ook in Bremen, Saarland, Nordrhein-Westfalen en Rheinland-Pfalz regeren nu Groenen. Meer dan de helft van de Duitsers wordt op het deelstaatniveau geregeerd door Groene coalitie. De Duitse Groenen zijn een gevestigde partij geworden. En daar zit juist het gevaar: “Die Gruenen sind inzwischen doch eine Partei wie alle anderen auch.” zegt een voormalig Groene Piraat. De Piraten winnen omdat de Groenen in de laatste jaren met hun komeetachtige opkomst te ver zijn geraakt van wat ze waren: van een protestpartij, te veel een potentiele regeringspartner; van een radicaal alternatief te veel het redelijk alternatief. Als je oma overweegt Groenen te stemmen, dan is het voor een jonge beatnik niet cool meer. In de wijken waar de Groenen het sterkst staan doen ook de Piraten het het best: kiezers die vroeger tot de kern van het Groene electoraat behoorden, stappen over zeggen analysten.

Of niet? Hebben de Piraten met transparantie misschien het thema te pakken dat als geen ander aansluit bij de huidige tijdsgeest? Het internet is niet alleen een vrijplaats voor meningen, maar bovendien een een plek waar alles in de openbaarheid komt. Wikileaks liet dat al zien. De Piraten hebben zich in Duitsland op dat thema gericht en niet op het recht om anoniem te mogen stellen van musici. En daarom slaan ze aan: een partij die eerlijk en transparant politiek wil bedrijven.

Of niet? In Duitsland heerst een soort onbestemd onrust. Er is geen populistisch alternatief. Geen uitlaatklep voor de onvrede van burgers met gestuntel van de gevestigde partijen. In de laatste jaar vestigde deze ontevredenheid zich op de Groenen. De enige partij die consistent was in een politiek veld van draaiers, de enige eerlijke partij tussen de machiavellisten. Maar nu heeft een gedeelte van die onbestemdheid Piraat gekozen. En misschien kan Duitsland gerust adem halen omdat de onrust heeft gekozen voor een libertaire partij van Internet-geeks en niet voor de vele autoritair rechts-populistische alternatieven die er ook zijn.