725 and counting

725 blogs heb ik geschreven in de laatste vijf jaar. Dat is wel heel veel. Wat is de centrale boodschap? Wat zijn de beste stukjes? Ik schrijf over vier (aan elkaar gerelateerde) onderwerpen: GroenLinks, Nederlandse politiek, politieke filosofie en politieke fictie. In mijn ogen heb ik daar wel een consistente lijn in: vanwege mijn eigenzinnige links-liberale politieke filosofie voel ik me verbonden met de progressief-linkse partij GroenLinks die een bijzondere plek in het politieke landschap heeft. De vijf artikelen met een (*) worden bijzonder aangeraden.

1. GroenLinks
GroenLinks is gevormd als een fusie van de links-socialistische dissidentenpartij PSP, de proto-groene PPR, de communistische emancipatiepartij CPN en de progressief-Christelijke EVP. GroenLinks lijkt ideologisch sterk op de PPR, maar heeft veel oud-PSP’ers in zijn gelederen, heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als de Deense PSP en heeft een vergelijkbare partijcultuur als de PSP. Van de CPN is weinig zichtbaar. De naam GroenLinks was een compromis tussen de PPR-leden die een vernieuwende groene beweging wilden vormen en de PSP-leden die machtsblok links van de PvdA wilde vormen. Het groene profiel van GroenLinks was deels een strategische zet (* – luister ook naar dit debat op radio 1). Het progressieve profiel dat GroenLinks zich in de laatste jaren heeft aangemeten staat in spanning en in lijn met de vrijzinnig-Christelijke en links-socialistische traditie waar GroenLinks uit voorkomt. Het progressieve profiel van GroenLinks is deels gekomen door een veranderende politieke realiteit, maar is ook aangemeten om GroenLinks een geloofwaardige coalitiepartner te maken. De opvallendste draai: GroenLinks was de grootste tegenstander van Paars maar nu de partij van Paars+.

De discussies binnen GroenLinks gaan vaak over samenwerking met andere linkse partijen, terwijl andere partijen niet noodzakelijkerwijs met GroenLinks willen. GroenLinks is een van de weinige groene partijen in Europa die nog niet heeft geregeerd. En hoewel, GroenLinks nog nooit aan de macht geweest is, zijn de schandalen van de laatste jaren, schandalen van de macht. GroenLinks moet niet gaan regeren met CDA, VVD en D66 of toch wel?

GroenLinks wordt soms verweten een moraliserende elitepartij te zijn, dat lijkt me niet het geval: GroenLinks is een radicale systeempartij (*). Ik heb het GroenLinks-prisma ontwikkeld om na te denken over de positionering van GroenLinks op verschillende onderwerpen: democratie, kunst, sport en veiligheid. GroenLinks moet haar Kamerleden balanceren tussen groene Europarlementariers, tolerante Senatoren en linkse Tweede Kamerleden.

GroenLinks moet zich niet richten op het electorale midden. GroenLinks is uitgesproken sociaal, tolerant en groen, maar op ieder van die onderwerpen niet de meest uitgesproken partij. GroenLinks moet zich als groene partij profileren en niet als tolerante partij. GroenLinks moet meer oog hebben voor de dagelijkse problemen van gewone mensen.

In de politiek worden, de cruciale beslissingen genomen door de mensen achter de schermen en daar lijkt politiek verdacht veel op het echte leven.

2. Politiek
Het Nederlandse politieke landschap is aan verandering onderhevig: wat ooit links was, is nu rechts en vice versa. Maar die analyse is misschien iets te simplistisch: er ontstaat een nieuwe tegenstelling over economische en Europese onderwerpen tussen progressief en populistisch, terwijl de links/rechts tegenstelling steeds meer gaat over culturele onderwerpen (naast economische en ecologische) (*). En juist progressieven moeten kiezen tussen links en rechts. Dat populisme is niet nieuw: zowel de sociaal-democraten als Christen-democraten hebben hun wortels als populistische bewegingen

3. Politieke filosofie
Centraal in mijn politieke filosofie staat het socratische idee van aporeia. De erkenning dat we fundamentele kennis missen. Ik noem mijn filosofie daarom ook wel epistemisch liberalisme: omdat we het niet eens zijn wat het goede leven is, moeten we kiezen voor een neutrale overheid (*); omdat er inkomen is dat niemand verdiend heeft, moeten we kiezen voor verdelende rechtvaardigheid (*); en omdat we het niet eens zijn over wat rechtvaardig is, moeten we kiezen voor een democratische overheid. Dat idee van aporeia moet ik wel iets nuanceren als ik geloof in mijn eigen ethische normen.

Op culturele thema’s ben ik uitermate liberaal: juist omdat godsdienst meer is dan een mening, hecht ik aan godsdienstvrijheid en daarom ben ik bijvoorbeeld voor het verbod op ritueel slachten, maar juist tegen een verbod op het rijden door rouwstoeten. Als liberaal ben ik skeptisch over een idee als de ‘ontspannen samenleving‘, omdat dit utilisitsch en niet liberaal isPaternalistisch optreden van de overheid is alleen maar gerechtvaardigd om individuele vrijheid te vergroten. Zo zijn herkenbare homoseksuele rolmodellen goed voor homo-emancipatie. We moeten oppassen voor diegenen die ons met kleine stootjes de juist kant op willen sturen, want wie bepaalt waar heen we gestuurd worden? Ook op sociaal-economische onderwerpen, moet neutraliteit uit het uitgangspunt zijn.

Ik beschouw mijzelf als heel links, maar ik ben daarom tegen het minimumloon, tegen het aanpakken van topinkomens en tegen kunstsubsidie (daarover heb ik niet altijd even subtiel geschreven). Ik ben voor privatisering van de publieke omroep, van het onderwijs (dat moet overigens gericht worden op individuele ontplooing) en van de zorg. Al die (links-)liberale verhalen ten spijt, betekent dat niet dat ik me niet ook verbonden voel met het socialisme. Want uiteindelijk zijn socialisten consequente liberalen.

Ook milieubeleid is uiteindelijk liberaal gerechtvaardigd, dat geldt zeker voor dierenrechten. Overheidsingrijpen is voor milieubescherming wel noodzakelijk, daarbij zou ik kernenergie niet uitsluiten.

Ik heb de laatste tijd ook geschreven over veiligheid: ik vind straffen vanwege vergelding barbaars en zie meer in herstelrecht en in grotere openbaarheid van het strafproces. Als liberaal ben ik een groot voorstander van liberale democratie en dus tegen radicale democratie (en dat zou GroenLinks ook moeten zijn).

Het is filosofisch toch het leukste om een verhaal van iemand anders uit te pellen en de interne contradicties weer te geven: neem Dick Pels over het basisinkomen of Rutger Claassen over de consumptiemaatschappij. FIlosofisch gezien heb ik niets met Nietzsche, die wel hecht aan vrijheid, maar niet aan gelijkheid en met mensen die vinden dat je alles correct moet spellen.

4. Politieke fictie
Ik vind politieke fictie fascinerend. Ik onderscheid hierbij drie genres: science fiction, wat een mogelijkheid geeft tot social science fiction het uitwerken van politieke utopieen. Mooi gedaan in Star Trek: Deep Space Nine. Politiek drama, wat de mogelijkheid geeft om politiek achter de schermen te laten zien. The West Wing kwam wel heel dicht bij de werkelijkheid. En alternative history: een kleine stap had de geschiedenis van GroenLinks een heel andere kant op kunnen sturen.

En als we het dan toch over fictie hebben, minder politiek, maar niet minder geniaal, Wes Anderson: “When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself

Breng de camera de rechtbank in!

Veel Nederlanders vinden dat er zwaarder gestraft moet worden. Ze krijgen van de koppen van De Telegraaf mee wat er zoal in Nederlandse rechtbanken gebeurt. Ze blijven over met het gevoel dat “D66-rechters” met hun softe opstelling de veiligheid van hen en hun kinderen in gevaar brengen door de ene na de andere kinderlokker, moordenaar of loverboy met een taakstraf naar huis toe te sturen.

Als mensen meelopen met een rechtzaak en dezelfde informatie krijgen als een rechter dan geven ze gemiddeld een lagere straf dan de rechters zelf. De roep om zwaardere straffen is in de magistratuur goed aangekomen. Rechters en aanklagers nemen steeds vaker de maatschappelijke impact van een misdrijf mee in de straf of de eis. En toch heeft de Nederlandse burger nog steeds het gevoel dat er te licht gestraft wordt.

Er is binnen de Nederlandse rechtsstaat een epistemische kloof, een kenniskloof. Een belangrijke voorspeller van of mensen zwaardere straffen of een hardere aanpak van criminaliteit voorstaan, is hun opleidingsniveau: lager-opgeleiden zijn vaker voorstander van de doodstraf en hebben minder vertrouwen in rechters dan hoger-opgeleiden. Het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is in plain sight:* lager-opgeleiden begrijpen, vanwege hun kortere opleiding en een gebrek aan sociaal kapitaal minder van complexe maatschappelijke fenomenen als politiek of rechtsspraak. Ze weten gewoon niet wat er in de rechtzaal gebeurt. Ze hebben geen idee hoe een straf tot standkomt: immers als Henk en Ingrid een rechtzaak volgen, in een soort burgerjury, dan straffen ze gemiddeld lager dan rechters dat doen. Maar in de ge-emancipeerde samenleving mag de mondige burger wel een mening hebben over wat er in de rechtzaal gebeurd, zelfs als die zwak onderbouwd is, en heeft hij het volle recht om op partijen te stemmen die oproepen rechters te dwingen nog zwaarder te straffen.

De vraag is hoe we deze kenniskloof kunnen overbruggen. Jury-rechtsspraak zou kunnen helpen: burgers worden dat gedwongen opgenomen in de rechtsgang en moeten zelf oordelen over een zaak. Dit lijkt me te rigoreus: je offert de expertise en de neutraliteit van de rechter en daarmee het principe van een fair trial op voor  volksopvoeding. Ik geloof niet dat burgers betere rechters zijn dan rechters zelf, sterker nog: we willen juist het gebrek aan oordeelkundigheid van de burger aanpakken.

Onderwijs is ook een oplossing. Naast media-training, Frans, Duits, wiskunde en verzorging moeten middelbare scholieren ook een inleiding in het recht krijgen. Het fascinerende probleem is natuurlijk dat het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is dat de tweede groep veel minder gevoelig is voor klassikaal onderwijs. Daarom zijn deze mensen lager-opgeleid. Je zou daarom misschien als onderdeel van de middelbare school iedere leerling naar een rechtbank kunnen sturen zodat ze een beeld kunnen krijgen van de rechtsgang dan uit stoffige boekjes. Dat lijkt me een goede investering (alhoewel niet helemaal Dijsselbloem-proof), maar de vraag is of een eenmalig bezoek van een snel-afgeleide puber deze kloof kan overbruggen.

Een interessante oplossing las ik vanochtend in De Volkskrant. Naar aanleiding van de integraal op televisie uitgezonden zaak-Wilders (“rechtzaak van de eeuw”) stelde een commissie voor om de televisiecamera een grotere rol te laten spelen in iedere rechtszaal. Echter, zo waarschuwde de commissie: Court TV was voor hen een stap te ver. Het was niet de bedoeling om nog meer sensatiebeluste journalisten in de rechtszaal toe te laten en 24/7 uit te zenden vanuit de rechtszaal. Maar wat is daar mis mee? Je zou je kunnen voorstellen dat rechters juist door de publieke aspecten van rechtsgang  met een zo groot mogelijk publiek te delen begrip voor hun beslissingen kunnen kweken. Je zou dat kunnen koppelen de mogelijkheid (om virtueel) mee te lopen met een zaak of een afgesloten zaak stap voor stap te volgen. Ik denk dat Court TV, een soort Rechtbank 24, naar analogie van Politiek 24, een interessante manier is om de kenniskloof over de rechtbank (deels) te overbruggen.

De huidige ontwikkeling in de rechtsstaat zit vol van tegenstellingen: rechters en aanklagers worden steeds gevoeliger voor argumenten uit de maatschappij, maar door de camera uit de rechtzaal te weren maken zij de maatschappij niet gevoelig voor hun argumenten.

* Vaak wordt de groeiende kloof tussen hoger – en lageropgeleid ten onrechte gekoppeld aan een verschil in belangen tussen de lager-opgeleide onderklasse, die de internationale concurrentie voelen en de hoger-opgeleide bovenklasse, die een zeker perspectief heeft op werk. Als iemand een tijdje mee loopt op de universiteit (de werkplek van hoger-opgeleiden bij uitstek) zal hij zien dat er geen andere werkplek is met zo’n hoge internationalisering en baanonzekerheid als deze.