Formidable opponent: Homo-emancipatie

Een onregelmatig terugkerende feature van dit weblog is het, van Stephen Colbert geleende, idee van een echt politiek debat met een echt sterke tegenstander: mijzelf. Het onderwerp is “moeten we de paus geen bloemen sturen vanwege zijn uitspraken over homo-seksualiteit?”

Simon A: Natuurlijk moeten we geen bloemen naar de paus sturen. Immers de Katholieke Kerk is intolerant ten opzichte van homo’s. “Bedankt voor bloemen uit Nederland” is na “Homo’s zijn een gevaar voor de samenleving” gewoon onacceptabel. Dat de volkszangers de drie Js opriepen om de Paus “nou eens een minuutje onder water [te] houden” is niet mijn stijl, maar het sentiment dat er in een vrije samenleving geen ruimte is voor is dit soort middeleeuwse intolerantie deel ik. De acceptatie van homoseksualiteit is de toetssteen of iemand wel mee kan dan doen in de huidige open samenleving.

Simon B: Okay, de paus heeft in een onbegrijpelijk wollig theologische speech weer iets gezegd over homoseksualitei: “Het is nodig, alom de natuurlijke structuur van het huwelijk als een verbintenis tussen man en vrouw te erkennen en de waarde ervan te benadrukken, tegenover pogingen om radicaal andere vormen van verbintenissen juridisch hieraan gelijkwaardig te maken. Zulke pogingen beschadigen en ontwrichten het huwelijk, en vertroebelen de specifieke aard ervan en de onvervangbare rol ervan in de samenleving.” In de boerenkooltijd (de winterse tegenhanger van komkommertijd) zorgt dit voor grote consternatie. Ik neem de Katholieke Kerk niet zo serieus. Maar dat heeft misschien meer te maken met het feit dat ze zelf geloven dat kannibalisme van hun eigen godheid onderdeel is van hun religieuze ceremonie dan dat ze opvattingen over het homo-huwelijk hebben die tot recent tot in de progressiefste landen gedeeld werden. Homo-rechten zijn pas recent erkend: pas in 1974 werd homoseksualiteit geschrapt in het breed gebruikte Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Daarvoor was het een breed gedeeld idee dat homoseksualiteit een geestelijke afwijking was. Tot in de jaren ’70 golden er in Nederland andere regels rondom seksuele meerderjarigheid voor homo’s en hetero’s. De erkenning van het homo-huwelijk, de kroon van de tolerantie van homoseksualiteit, is nog nieuwer: in Nederland werd dit gelegaliseerd in 2001. In Belgie in 2003. Daarop volgden Scandinavische, Iberische en Latijns-Amerikaanse landen. Maar zelfs in de Verenigde Staten zijn er meer staten die het homo-huwelijk in hun grondwet verbieden dan die het erkennen. De acceptatie van homoseksualiteit in het Westen is een recent fenomeen dat nog lang niet afgerond is. Nederland heeft een langere traditie van kerstbomen, vuurwerk en oliebollen, dan van tolerantie van homoseksualiteit. Waarom is de acceptatie van homoseksualiteit plotseling the end all, be all van Westerse vooruitgang?

Counterpoint: homo-rechten zijn gratis
Simon A: De tolerantie van homoseksualiteit is gratis. Je verliest niets als hetero door het samenzijn, samenwonen of trouwen van homo’s te erkennen. Het erkennen van het recht van Christelijke ouders om hun kinderen op een Christelijke manier op te voeden, betekent dat ook seculieren de kosten van Christelijk onderwijs moet opbrengen. Het erkennen van het recht van Moslims en Joden op ritueel slachten, gaat ten koste van dieren. En het erkennen van het recht van mensen om vuurwerk af te steken, kost andere mensen hun nachtrust. Homoseksualiteit kost helemaal niets: homoseksualiteit was, toen het nog een misdaad was, een victimless crime. Niemand had er schade van. Bovendien: homo’s zijn een heel kleine groep, ongeveer drie procent van de bevolking is homoseksueel, zelfs als je het rottig vindt om homo’s hand in hand te zien lopen, is de kans daarop kleiner dan dat je een vrouw met hoofddoek ziet.
Je moet dus wel heel onverdraagzaam zijn om het te verbieden. Welke wetgever gaat tussen twee mensen staan die van elkaar houden en ontzegt hen hun liefde? Welke wetgever wil per se in de slaapkamer van twee volwassenen kijken? Welke wetgever verklaart iemand voor gek alleen maar omdat hij van een ander houdt? Intolerantie van homoseksualiteit is, juist omdat de tolerantie gratis is, bijzonder irrationeel.

Gratis dus waardeloos
Simon B: Als homoseksualiteit gratis is, is het tolereren daarvan ook niet heel erg ingewikkeld. Het is gemakkelijk om te zeggen: “kijk mij eens even superieur zijn omdat ik homoseksualiteit tolereer” terwijl het je niets kost. Waarden als tolerantie krijgen pas kracht als je er iets voor moet inleveren. Dus als ik iets zou verkiezen tot het end all of be all van tolerantie zou ik niet het homo-huwelijk verkiezen, omdat het kosteloos is om het te tolereren. Zoals jij zei: tolerantie van Christendom betekent dat ik moet accepteren dat mijn belastinggeld wordt gebruikt voor Christelijke scholen. Dat vereist een veel grotere opoffering van mij dan van hen: immers hun Christelijk onderwijs wordt betaald van mijn belastinggeld, terwijl ik mijn homo-huwelijk uit eigen zak moest betalen.

Homo-huwelijk is niet gratis
Simon A: Maar als het te makkelijk zou zijn om homoseksualiteit te tolereren, waarom accepteren we dan nog steeds onverdraagzaamheid ten opzichte van homo’s, bijvoorbeeld door de erkenning van de weigerambtenaar? Door de dictatuur van een kleine minderheid gereformeerde fundamentalisten, mogen ambtenaren weigeren om de wet uit te voeren. Dat laat zien dat iets wat heel gemakkelijk zou moeten zijn, dat niet is zelfs in Nederland. Het principe van non-discriminatie betekent dat de overheid iedereen gelijk moet behandelen, dus dat er geen ambtenaren mogen zijn dus die weigeren de wet uit te voeren. Maar Christenen eigenen zich het recht toe om intolerant te zijn, vanwege hun religie.

Homo-intolerantie accepteren is een vorm van tolerantie
Simon B: Het homo-huwelijk is in links Nederland verworden tot het symbool van tolerantie. Maar tolerantie betekent toch juist ‘ontspannen omgaan met verschillen’ of ‘daar komen we samen uit’. Stel dat een gemeente besluit haar gemeentehuis op zondag te openen (‘de wet’) en een Christelijke ambtenaar zegt: ik werk op zondag niet (‘ik voer de wet niet uit’). Dan betekent tolerantie toch dat er een schema komt waarin hij niet op zondag hoeft te werken? Het principe van non-discriminatie betekent dat de overheid iedereen gelijk behandeld. Het zegt niets over individuele ambtenaren en hun opvattingen. En zeker omdat het aantal homo-huwelijken niet heel groot is en iedere gemeente meer dan een trouwambtenaar heeft, is dit een non-probleem. En bovendien: het idee dat weigerambtenaren een probleem zijn, is de armoede van huwelijken die gesloten worden door volslagen vreemden. Tolerantie van homo’s door Christenen en van Christenen door homo’s moet van twee kanten komen: je moet niet de rechten van een minderheid weg nemen en om een andere minderheid te verdedigen.
Om terug te keren naar de Paus: in een vrije samenleving hebben mensen het recht om hun opvattingen te uiten, hoe zeer ik het er ook niet mee eens ben. Tolerantie betekent dat ik het recht van mensen om hun mening te uiten verdedig, zelfs al vind ik die mening abject. Siertelers hebben het recht om wie ze ook willen bloemen te sturen. Je mag ook op facebook iedere petitie beginnen die je wil, voor of tegen de Paus, maar ik ga het niet steunen of liken. Maar oproepen tot geweld, zoals door de 3Js, zelfs al is het ironisch bedoeld, raakt de grenzen van de tolerantie.

Religieuze voorrechten en gelijkheid voor de wet

Martijn Samsom verdedigt op de website van de Trouw vandaag religieuze voorrechten, zoals het recht van Joden en Moslims om hun kinderen te besnijden en hun vee onverdoofd ritueel te slachten. Klopt de argumentatie? Is traditie een reden om privileges uit te delen?

Er zijn aardig wat sterke argumenten om besnijdenis en onverdoofde rituele slacht te verbieden. Toch laten ‘religieuze voorrechten’ zich wel degelijk verdedigen. Besnijdenis en onverdoofde rituele slacht worden bijvoorbeeld niet uitgevoerd om te mishandelen, maar als onderdeel van een traditie. Veel mensen horen het niet graag, maar verminking is een relatief begrip.’

Het cruciale punt van Samsom is dat een kleine inbreuk van de fysieke integriteit van het kind en beperkte leiden van het rund opweegt tegen het respecteren van een culturele traditie. In mijn ogen is dat een onterecht uitruil. Burgerrechten zijn geen kleren van H&M die je zomaar mag omruilen.

‘Als iedereen decennialang zijn kleine teen laat afhakken, spreken we niet meer zozeer van verminking, maar vooral van traditie. Voor Joden en moslims is besnijdenis geen verminking, precies zoals het heel ver oprekken van oorlellen in veel culturen ook geen verminking maar traditie is.’

Die kleine teen is een uitermate slecht gekozen voorbeeld, dat de discussie geheel kan afleiden. Want we hebben niet zomaar zonder reden een kleine teen. Dat is geen zinloze appendix. Een kleine teen is uitermate belangrijk om te balanceren. Als we iemand’s kleine teen afhakken doen we schade aan zijn of haar vermogen om te lopen. Volgens mij kunnen we verminking definiëren als een inbreuk op essentiële menselijke vermogens.

‘Nu kun je natuurlijk niet alles verdedigen met een beroep op ‘traditie’. Een traditie die extreme ellende voortbrengt moet worden gestopt. Maar volgens mij is bij besnijdenis noch bij ritueel slachten sprake van extreme ellende.’

Het cruciale begrip dat Samsom hier introduceert is het begrip ‘extreme ellende’. We mogen tradities verbieden als ze leiden tot extreme ellende. Ik zou hier kunnen voorstellen om de keel van Samsom door te snijden en hem te laten dood bloeden. En hem daarna te vragen wat extreme ellende is. Gelukkig mag dat niet. Ik zou kunnen stellen dat de term ‘extreme ellende’ niet hanteerbaar is, en het alternatief ‘essentiële vermogens’ kunnen introduceren. Dat lijkt me gezien de laatste stand van de ontwikkeling van de filosofie een beter principe (omdat we niet geluk c.q. ongeluk centraal stellen zoals in de doodlopende weg van het utilisme, maar vermogens zoals in de nieuwe capabilities-stroming). Doodbloeden is extreme ellende en ‘essentiële vermogens’ zijn wat het leven waardevol maakt en wat we dus niet mogen schaden.

Dan komen we terecht in een discussie of besnijdenis een inbreuk is op essentiële vermogens. Dat vrouwenbesnijdenis een inbreuk op essentiële vermogens is, staat volgens mij buiten kijf. Hierbij worden de genitialen van vrouwen zo verminkt dat allerlei vermogens (urineren, seks, baren) ernstig bemoeilijkt worden. Maar geldt dat ook voor mannenbesnijdenis? Het schijnt seksualiteit niet plezieriger te maken.

Maar dat gaat allemaal uit van de verkeerde assumptie. Namelijk dat het rechtvaardig zou zijn om mensen toe te staan dingen te doen met een verwijzing naar traditie, behalve als dat ernstige schade doet (in welke vorm dan ook). Maar volgens mij is het de rol van de overheid om het maatschappelijk leven te ordenen. Zij maakt hierbij regels die voor iedereen gelden. ‘We laten het lichaam van kinderen heel, behalve als een inbreuk nodig is voor de gezondheid van het kind’ is zo’n regel. Als mensen vanwege religieuze tradities uitzonderingen zouden krijgen op die regels, toon je geen respect voor religie. Waarom niet? Als je dingen toe staat voor religieuze mensen die niet voor ongelovige mensen gelden, dan moedig je dus eigenlijk mensen aan om of lid te worden van een religie als ze bepaalde voordelen willen, of om hun eigen religie op te richten. Dat betekent dat mensen religie gaan veinzen om daar voordeel van te hebben. En dat moet je nooit willen. Religie is alleen waardevol als het een vrije keuze is.

‘Inderdaad, bij het maken van de keuze of je baby religieus besneden moet worden, staat het kind buitenspel. Is dat erg? Je zou kunnen zeggen: voor baby’s en kinderen worden duizenden besluiten genomen die veel ingrijpender zijn. Wie je ouders zijn, heeft bijvoorbeeld een erg grote invloed op het verloop van je leven. Aan dergelijke factoren kunnen we nauwelijks iets veranderen – niet op persoonlijk en niet op politiek niveau. Willekeur en beslissingen door anderen spelen nu eenmaal een grote rol in ieders leven.’

Dit is een curieus standpunt. Eigenlijk zegt Samsom hier: ouders kunnen besluiten hun kinderen op andere manieren te verminken, dus dan valt dat besnijden nog best mee. Maar een ouder heeft een bijzondere verantwoordelijkheid. Hij of zij voedt het kind op, in relatieve vrijheid, naar eigen inzicht. Dat kind staat daar relatief willoos tegenover. De overheid heeft een rol om kinderen te beschermen tegen mishandeling, ondervoeding en andere vormen van kindermisbruik. De grens van de ouderlijke autoriteit is het belang van het kind. Als dat geschaad wordt, dan eindigt de ouderlijke autoriteit. Je kan een gelijkenis trekken met de macht van de Chinese keizer. Hij mocht voor zijn volk beslissen. Hij wist het beter. Maar als hij de belangen van zijn volk schaadde, dan mocht het volk in opstand komen. En omdat kinderen niet in opstand kunnen komen, hebben we een overheid die hun belang verdedigt, als hun ouders verzaken.

‘Wie (zoals de Partij voor de Dieren of de Duitse rechter die besnijdenis ‘mishandeling’ noemde) strikt rationeel naar dit soort problemen kijkt, ziet enkel fysiek leed. Dat is maar de helft van het verhaal. Rituelen zijn ook een kwestie van religie en cultuur, van zaken die ons maken tot wat we zijn. Als we mensen dat ontnemen, dan ontnemen we ze een deel van hun identiteit en vrijheid. Een goede reden om religieuze voorrechten niet zonder meer af te schaffen.’

Dit is in mijn ogen het cruciale punt van Samsom. Traditie is niet op zich waardevol, maar waardevol omdat het mensen identiteit en zelfs vrijheid geeft. Cultuur vormt ons. Zonder cultuur zijn we niemand. Cultuur is het kompas in ons leven dat ons richting geeft. Zonder cultuur weten we niet wat we willen.

Dit is de kern van het multiculturele denken. Culturen vormen mensen. Het is de rol van de overheid om een minderheidscultuur te verdedigen tegen de conventionele cultuur. En ik kan daar een stuk in meegaan. Ik vind dat we best kinderen in Friesland Fries mogen leren op school, om die taal te beschermen. En als een Sikh geen helm wil dragen op een scooter, omdat hij zijn tulband op wil houden, prima.

Het Fries-voorbeeld gaat om kinderen, net als de besnijdenis. In beide gevallen houden we een traditie in stand, namelijk het spreken van een taal en het mishandelen van kinderen. De vraag is waarom zijn die twee anders? Ieder kind moet onvermijdelijk taalonderwijs krijgen om te kunnen communiceren, terwijl besnijdenis geen ander doel dient dan de godsdienstige traditie. De eerste is een traditie-respecterende inkleuring van een bestaande maatschappelijke functie; de ander is een uitzondering op een nogal belangrijke maatschappelijke regel (ouders dienen het belang van hun kind) met geen andere grond dan het respecteren van traditie.

Het Sikh-voorbeeld gaat om de individuele vrijheid van iemand om zijn eigen leven op het spel te zetten. Daar heeft niemand anders last van. Vergelijk dit met het voorbeeld van de rituele slacht. Dat betekent dat we juist een ander wezen laten lijden, vanwege een godsdienstige traditie. Als we rituele slacht verbieden, verbieden we niemand om zijn of haar geloof te beleiden. Het zorgt er alleen maar voor dat religieuze mensen geen vlees kunnen eten. Het is geen inbreuk van de godsdienstvrijheid van vleeseters, maar een inbreuk van het recht om vlees te eten voor godsdienstigen. En dat laatste recht staat niet in de Grondwet (en terecht!).

De vrijheid van godsdienst is in Nederland geperverteerd: hij was ooit bedoeld om mensen te beschermen tegen een overheid die bepaalde handelingen verbood vanwege het enkele feit dat ze religieus waren. Die vrijheid is in mijn ogen inderdaad rechtvaardig. Nu wordt voorgesteld om handelingen die anders verboden zijn, toe te staan vanwege het enkele feit dat ze religieus zijn. Dat is volgens mij onrechtvaardig. De kern van een rechtsstaat is gelijkheid voor de wet voor iedereen, niet het privilege van enkele.

Vervang de “weigerambtenaar” door de “vraagambtenaar”

Ik ben in de laatste paar jaar naar een aantal huwelijken geweest. De leukste huwelijksceremonies om bij te wonen waren de meest persoonlijke ceremonies. Dat waren die ceremonies waarbij de getuigen op het huwelijk iets persoonlijks over het paar zeiden, of waar de ambtenaar een bekende van het paar was. Vanuit dat perspectief vind ik die discussie over de weigerambtenaar maar moeizaam.

Natuurlijk is mijn eerste reactie: het is absurd dat er mensen de toestemming van de overheid hebben om te discrimineren. Wat zouden we zeggen van een ambtenaar die een huwelijk tussen een blanke en een zwarte weigert? Wat zouden al die SGP’ers zeggen van een ambtenaar die weigert om Christelijke paren te trouwen? We hebben een overgangsperiode in verband met de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht gehad en all good things come to an end.

Maar achter die hele discussie van de weigerambtenaar ligt een andere tragiek: die van het saaie huwelijk. De ambtenaar houdt een weinig inspirerend verhaal. Hij kent het paar nauwelijks. Hij is een keer langs geweest. Toen is er met name gesproken over de hobby’s van het paar. De ambtenaar heeft daar een verhaaltje om heen gebouwd. Hij merkt op “Jean-Baptiste houdt van vissen. Dat vind ik zelf ook erg leuk.” ” Wagner vindt breien leuk. Mijn vrouw Trijnie vindt dat ook fijn.” Gelukkig is de ceremonie al na een kwartiertje afgelopen. Dan staat de familie al weer aan de slechte koffie en citroencake. Die situatie wordt alleen maar tragischer als de ambtenaar eigenlijk vindt dat het hele huwelijk niet gesloten had mogen worden en zich zelf in bedwang moet houden om niet uit te roepen “deze hele vertoning is een grove belediging van mijn ambt.”

Ik stel voor om het hele idee van de ambtenaar van de burgelijke stand om te gooien. In plaats van een weigerambtenaar moet het uitgangspunt de vraagambtenaar worden. Het kan nu al dat mensen iemand vragen als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Die moet dan een cursusje doen. En dat is nog best kostbaar. Wat nu als we het huwelijk in de eerst plaats laten sluiten door zo’n buitengewoon, tijdelijk ambtenaar? Een bekende van het paar. Iemand die hun heeft zien opgroeien, samen zien komen? Dat kan een oom of een tante zijn, een goede vriend van het paar, de baas van de kroeg waar ze de eerste kus gaven, de hopman van de scoutingvereniging waar het paar elkaar ontmoette. Dat moet natuurlijk goedkoop en bereikbaar zijn voor iedereen. Maar als we al die trouwambtenaren ontslaan ontstaat er vast wat ruimte op de begroting. Voor mensen die helemaal niemand kennen om ze te trouwen of die op donderdagochtend willen trouwen met twee van de straat gepikte getuigen, kan de gemeente een of twee ambtenaren achter de hand houden. Met zo weinig ambtenaren is er geen ruimte voor weigerambtenaren. Maar het uitgangspunt is de vraagambtenaar. Dat maakt van al die grijze huwelijkssluitingen heel persoonlijke gebeurtenissen!