Waarom 50+ moet blijven bestaan

De Volkskrant het lijfblad van progressief Nederland heeft haar pijlen gericht op 50+. Eerst gaven ze uitgebreid de ruimte aan Yvonne Hofs om de inhoudelijke boodschap van 50+ te fileren: ouderen zijn niet arm en zielig. Vorige week richten ze zich op 50+-voorman Krol: zijn bedrijf zou geen pensioenpremie hebben afgedragen. Dat is op zijn minst hypocriet voor iemand die zich nu zo begaan toont met de oudere medeburgers. De partij maakt nu een scherpe val in de peilingen. Ik denk dat de race nog niet gelopen is: een politieke overlever als Jan Nagel zal zijn partij niet onderuit laten gaan.

In mijn omgeving van politiek geëngageerde linkse jongeren wordt er meewarig gekeken naar 50+. Zo’n belangen partij voor ouderen is overbodig. Volgens mij is dat alles behalve waar: 50+ speelt een cruciale rol in het verkrijgen van een linkse meerderheid.

Laten we uitgaan van twee simpele feiten: 50+ stemt mee met links en haalt stemmen bij rechts. Daarmee is 50+ een onmisbare schakel in een linkse meerderheidsstrategie.

Een linkse meerderheid zou het hoofdstreven moeten zijn van linkse politieke partijen. Bedenk maar wat een linkse meerderheid voor een verschil maakt voor asielkinderen die in Nederland geworteld zijn. Toen CDA-PVV-VVD 76 zetels hadden waren ze kansloos.

Het is een lastig spel om een linkse meerderheid te krijgen. Alhoewel de meest kiezers inhoudelijk wel links zijn op sociaaleconomische thema’s, identificeert maar een minderheid zich met de term links. De kern van links (PvdA, SP en GroenLinks) haalt in de laatste tien jaar zo’n 55 tot 65 zetels. Niet genoeg voor een meerderheid. Daar kunnen we een aantal centrumlinkse partijen bij optellen: D66, ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en 50+. De beste manier om een linkse meerderheid te halen is door onafhankelijk van elkaar op te trekken. Wouter Bos had dat door: hij hield in 2006 een verbond met SP en GroenLinks af. Zijn argument: alleen halen we meer stemmen dan samen. In 2006 en 2012 haalden deze partijen zeven partijen een meerderheid.

Dat kwam omdat ze in verschillende electoraten konden inbreken. Gerrit Duits vergeleek het met een prijsvechter. Veel grote merken hebben een goedkoper zusterbedrijf: het goedkope automerk Skoda en het dure automerk Audi komen uit dezelfde stal (Volkswagen). Met verschillende merken kan een bedrijf verschillende marktsegmenten bespelen. Het zelfde geldt in de politiek. In 2006 haalde links een meerderheid omdat de SP scoorde onder ontevreden kiezers, die ook naar de PVV zouden kunnen gaan; de ChristenUnie inbrak op het CDA electoraat; en De Partij voor de Dieren apolitieke stemmers mobiliseerde die anders thuis waren gebleven. De meerderheid in 2012 is gerealiseerd omdat D66 stemmen in het midden wist te winnen, en kreeg 50+ grip kreeg op een groep ontevreden ouderen die daarvoor anders CDA of PVV gestemd hadden. Als er één Progressieve Volkspartij was geweest die zowel ontevreden ouderen als het hipster D66-electoraat had moeten aanspreken dan was dat nooit gelukt.

50+ is een cruciale schakel. Deze partij scoort goed onder kiezers die anders naar rechts zouden gaan. Concrete cijfers heb ik niet maar er zijn wel een aantal indicaties dat dit zo is.

figure 2 copyIn de figuur hieronder staat een analyse van stemgedrag in gemeenten uit 2012. Gemeenten waar dezelfde partijen sterk staan staan dichter bij elkaar (grijze cirkels). Partijen die in dezelfde gemeenten sterk staan staan ook dicht bij elkaar (zwarte cirkels). 50+ scoort goed in dezelfde gemeenten als VVD en PVV.  En niet in de gemeenten waar PvdA, PvdD en D66 scoorden.

Een zelfde beeld is te zien in de peilingen: in week 10 haalde 50+ haar beste score: 12% van de stemmen. De linkse en centrumlinkse partijen haalden een meerderheid van 57% van de stemmen in de peiling. In de huidige peilingen is daar nog 51% van over (-6%). 50+ is ondertussen teruggevallen naar 6% (-6%). Wat we hier in elk geval uit kunnen concluderen is dat linkse partijen niet geprofiteerd hebben van het leeglopen van 50+. Als we 50% buiten beschouwing laten zou links aan het begin van het jaar 44% van de stemmen hebben gehaald en nu 44%.

Deze gegevens duiden erop dat 50+ met name stemmen bij rechts weghaalt. Tegelijkertijd stemt ze in de Tweede Kamer mee als een linkse partij. De volgende figuur van Tom Louwerse (afkomstig van Stuk Rood Vlees) mooi zien.Untitled 50+ stemt mee met de linkse oppositie. Ze staat het dichtst bij GroenLinks en D66. Ze staat het verst af van de PVV. Dat komt omdat de partij ook niet mee stemt met weinig constructieve voorstellen: zoals de motie van wantrouwen van Wilders bij de Algemene Beschouwingen. 50+ toont zich een linkse, constructieve oppositiepartij met een eigen thema (pensioenen). De verschillen met GroenLinks zijn niet heel groot: dat is ook een linkse, constructieve oppositiepartij met een eigen thema (klimaat). GroenLinks-denker Dick Pels noemde het programma van 50+ de spreekbuis van het collectieve egoïsme en materialisme van verwende babyboomers.‘ En die partij staat nu in de Tweede Kamer het dichtst bij GroenLinks.

Ik ben daarom niet blij dat Nagel en de zijnen stemmen verliezen: ze halen stemmen weg bij de PVV en stemmen vervolgens ook op veiligheid, immigratie en integratie mee met GroenLinks. Dat Nagel uiteindelijk zijn principes boven electorale argumenten laat gaan weten we uit 2002, toen liet Nagel Fortuyn gaan omdat er tussen Fortuyn de partij een fundamenteel verschil van inzicht was over immigratie.

De 50+ die PVV, VVD en CDA-stemmers trekt en vervolgens stemt als GroenLinks in de Tweede Kamer is een progressieve politieke prijsvechter. Dat is zou een blijvende speler in de landelijke politiek moeten zijn. Ten minste als u net als ik droomt van een kabinet-Samsom I.

Een kat met negen levens. De politieke carrière van Jan Nagel.

Vanwege de val van Henk Krol en de voortdurende onrust in 50+ is hij weer in het nieuws: Jan Nagel. Nagel’s politieke carrière toont een uitzonderlijk overlevingsvermogen.

Jan Nagel komt uit de sociaaldemocratische politieke familie: hij was redacteur bij de ‘rode’ VARA en voorzitter van een NVV-bond voor omroeppersoneel. Hij bedacht het populaire programma De Rode Haan en daar bracht hij samen met Maurice de Hond de maandelijkse zetelpeiling naar de Nederlandse radio.

Nagel was tegelijkertijd actief in de PvdA: vanaf 1965 zat hij in het partijbestuur. Daar toonde hij al een dwarse en democratische inslag: hij sprak zich uit tegen de kabinetsdeelname van de PvdA aan het kabinet-Cals, omdat er geen nieuwe verkiezingen waren geweest. Hij verzette zich tegen het regenteske optreden van sociaaldemocratische voormannen van de vorige generatie. Hij sloot zich aan bij Nieuw Links. Nieuw Links was een verjongingsbeweging in de PvdA. Het was een generatiebeweging die een nieuwe generatie sociaaldemocraten aan de macht wil helpen. Een generatie die meer oog had voor democratische verhoudingen.

Nagel bleef tot 1977 lid van het partijbestuur.  In 1977 werd hij lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Hij bleef dat zes jaar. Hij stelde zich onafhankelijk op en stemde vaak met een minderheid van zijn fractie tegen wetsvoorstellen. Tegelijkertijd klom hij op in de VARA en schopte het tot hoofd radio en televisie. Bij de VARA richtte hij zich op de kloof tussen burger en politiek met het programma De Kloof. De relatie tussen Nagel en zijn collega’s bij de VARA was lastig: hij kwam in conflict met VARA-voorzitters André Kloos en Marcel van Dam.

Begin jaren ’90 was hij nog actief in de PvdA. Er was veel onvrede over de koers van de partij, die onder Kok een hardvochtig bezuinigingsbeleid voerde. Samen met oud-Nieuw Linkser André van der Louw zocht Nagel naar een manier om de achterban en de partijtop bij elkaar te brengen. De partijleiding zag dit als een coup.

In 1993 richtte Nagel Leefbaar Hilversum op. De partij boekt in de jaren ’90 grote successen en zo wordt Nagel het gezicht van een nieuwe politieke stroming die een grote onvrede in de maatschappij weet aan te spreken. Een stroming die zich verzette tegen de arrogantie van ambitieuze bestuurders, die geen oog hadden voor de leefbaarheid van de stad en met grote infrastructurele problemen slechts wilden bijdragen aan de prestige van de gemeente. Nagel moest wel er zijn PvdA-lidmaatschap voor inleveren. In 1998 had Leefbaar Hilversum één derde van de raadszetels in Hilversum. En kwam ze in het college, kortstondig want al binnen een half jaar ontstonden er conflicten binnen de coalitie. In 2001 wordt Nagel als nog wethouder voor Leefbaar Hilversum.

In 1999 bundelen deze lokale leefbaarheidspartijen zich in Leefbaar Nederland. Nagel werd voorzitter. De partij kwam eerst in een electorale stroomversnelling maar even later evenzeer in zwaar water als  Pim Fortuyn aantrad en aftrad als lijsttrekker. Het bestuur, geleid door Nagel, zette uiteindelijk Fortuyn de wacht aan vanwege zijn extreme uitspraken over de Islam.

Leefbaar Nederland koos crime fighter Fred Teeven tot lijsttrekker. In de verkiezingen werd Leefbaar Nederland overvleugelt door de LPF die dezelfde populistische retoriek koppelde aan een anti-Islam-sentiment. Leefbaar Nederland haalde twee zetels en ging vervolgens ten onder aan interne conflicten: de afwezigheid van een bindende leider, van een gedeelde ideologie of van een gemeenschappelijke partijcultuur brak de partij op.

Nagel, die raadslid in Hilversum bleef, laat zijn idee van een politieke partij die stem kan geven aan de onvrede van mensen, niet varen. In 2005 experimenteerde hij met een populistische middenpartij rondom om misdaadjournalist Peter R. de Vries, de Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang. Die club kwam niet tot de grond. De partij moest de steun halen van 41% van de leden van het opiniepanel van Maurice de Hond. In 2009 volgde er een nieuw experiment, de Onafhankelijke Ouderen en Kinderunie (Ooku), een ouderenpartij. Formeel was dit een rechtsopvolger van de PRDV. Ooku werd op haar beurt omgevormd tot 50+. Deze partij raakte een sentiment onder ouderen die vanwege bezuinigingen (zoals de verhoging van de AOW-leeftijd) zich in hun financiële zekerheid  gepakt voelen. Net als Nieuw Links is 50+ een generatiebeweging: ze vertegenwoordigden dezelfde generatie die met Nieuw Links een nieuwe positie voor zichzelf moest bevechten.

In 2011 deed de partij mee aan de provinciale statenverkiezingen. In Noord-Brabant was oud-VVD’er en oud-homojournalist Henk Krol lijsttrekker. Veel andere 50+’ers waren afkomstig uit andere middenpartijen: CDA, PvdA en VVD. Ze wonnen genoeg zetels voor één senaatszetel. Via een slimme samenwerking met een aantal lokale partijen werden het er twee. Nagel raakte echter als snel gebrouilleerd met zijn collega senator De Lange. Ook binnen 50+ ontstonden er conflicten oud-PPR staatssecretaris (en politiek zwerver) Michel van Hulten verliet al snel de partij over de politieke koers. Nagel bleef de machtigste speler in 50+: het congres, dat hij als enige politieke vertegenwoordiger en partijvoorzitter ook nog eens zelf voorzat, bespeelde hij als een viool. In 2012 won Krol twee zetels. Na de vorming van het kabinet schoot de partij in de peilingen omhoog. Het wetenschappelijk bureau van de partij laat met name Maurice de Hond kiezersonderzoek doen.

In 2013 ontstonden er conflicten. Hoofdvraag was of de partij zou deelnemen aan gemeenteraadsverkiezingen. Nagel, die veel banden heeft met lokale partijen zag daar weinig in. Andere 50+ leden wilden dit wel: politieke zwerver Dick Schouw (ex-VVD, ex-Piraat, ex-DS70, ex-Trots) wil met lokale OPA’s aan de slag. Dit leidde tot een conflict. Parallel daaraan werd de positie van Krol vorige week onhoudbaar vanwege het niet-betalen van pensioenpremies.

Er zijn drie thema’s die voortdurend terugkomen in het politieke leven van Nagel. Het eerste thema is zijn anti-autoritaire houding. Hij verzet zich tegen paternalisme: ‘een houding van stil maar we weten wel wat goed voor u is’, aldus Nagel in een interview in 1999. Die houding tekende hem als Nieuw Linkser die zich verzette tegen de regenteske sociaaldemocraten, als VARA-journalist die de burger een stem wou geven, maar ook als oprichter van lokale en landelijke protestpartijen. Nagel behoorde nooit tot de inner circle van de Nederlandse politiek maar was voortdurend de outsider die stem vergeten groepen wou vertegenwoordigen. Een opvallende bondgenoot in deze is de opiniepeiler Maurice de Hond, die ook afkomstig was uit de rode familie maar die zich sindsdien tot geluidsversterker van de gewone man heeft gemaakt.

De tweede hoofdlijn is ruzie. Nagel is eigenzinnig en strategisch. Hij wordt wel de ‘Raspoetin van Hiversum’ genoemd. Bij de VARA, de PvdA, Leefbaar Nederland en 50+ waren er in de tijd dat Nagel er zat conflicten. Soms vanwege Nagel maar vaak ook buiten hem om. Politiek is voor Nagel, een getalenteerd schaker een spel van confrontatie. Een spel dat je speelt om te winnen. Maar nieuwe partijen en vernieuwingsbewegingen trekken ook een bepaald soort mensen aan.

Het derde thema is het politieke overlevingsinstinct van Nagel. In die zin lijkt het ook op Raspoetin die volgens de overlevering verschillende moordaanslagen overleefde. Als hij bij de PvdA definitief aan de zijkant geschoven is, vindt hij zichzelf opnieuw uit: de oud-senator en -partijbestuurder gaat als outsider de strijd voor de gemeenteraad van Hilversum aan. Daar blijft hij twaalf jaar lid van. Als Fortuyn hem Leefbaar Nederland uit zijn handen dreigt te slaan komt er een nieuwe lijsttrekker. Vlak na de uiteindelijke ondergang van Leefbaar Nederland in 2006 werkt hij zes jaar aan een nieuwe protestpartij van het midden. Die dreigt het tot twee keer toe niet te redden, maar Nagel geeft zich niet gewonnen: hij geeft nooit op.

Lekker knus: 50Plus

Volgens sommige peilingen staat 50Plus, de nieuwste loot van het Nederlandse partijenstelsel op 24 zetels. De centrale vraag van weldenkend Nederland: Hoe moeten we de opstand der ouderen begrijpen?

50Plus is een voortzetting van de Partij voor Rechtvaardigheid, Vrijheid en Democratie die in 2005 door Jan Nagel was opgericht om Peter R. de Vries politiek te lanceren. Maar er waren niet genoeg mensen het vage programma van de misdaadjournalist steunde. Een opvallende misser voor Nagel, die al sinds de jaren ’60 een neus heeft voor wat er leeft. Hij was een van de voornaamste exponenten van de jongerenbeweging Nieuw Links, die PvdA in elk geval electoraal omhoog stuwde. In de jaren ’90 richtte hij zijn eigen Hilversumse protestbeweging Leefbaar Hilversum op. In 1999 voegde hij die samen met andere Leefbaren tot Leefbaar Nederland. Deze partij raakte een breed gevoeld misnoegen met het Paarse managementkabinet en met Pim Fortuyn als boegbeeld wist deze partij als geen ander de maatschappelijke onvrede te verwoorden.

En ook 50Plus weet een maatschappelijke onderstroom te raken. Een onderstroom die al grofweg sinds 2006 haar hoofd regelmatig laat zien: het fundamentele conflict tussen kiezers die rechten verworven hebben en overheidsmanagers die zich beseffen dat het niet mogelijk is om ieder te geven wat hen beloofd is.

In mijn ogen zijn er twee centrale dimensies in het Nederlandse partijenstelsel. Er is een brede links/rechts-dimensie die een aantal onderwerpen omvat: de verhouding tussen markt en overheid, het milieu en de integratie van migranten. Dit is de centrale dimensie tijdens verkiezingscampanges. Welke zijde levert de premier: links of rechts. Daarnaast is er een hervormingsgezind/behoudend-dimensie die twee onderwerpen betreft: Europese integratie en de hervorming van de verzorgingstaat. In de kern gaat het conflict over de hervorming van de verzorgingsstaat tussen gewone burgers die rekenen op verworven rechten (pensioenen, de WW, de AOW, gezondheidszorg) en overheidsmanagers die zich maar al te goed beseffen dat als we dingen blijven doen zoals we deden, we minder overhouden dan we hadden. Met aankomende vergrijzing moeten we wel willen hervormen, willen we niet onze kinderen opzadelen met de kosten van de verzorgingsstaat. Waar verkiezingen gewonnen en verloren worden op de links/rechts-dimensie moeten partijen tijdens de formatie samenwerking vinden in de hervormingsgezinde helft van het politieke spectrum omdat deze de politieke realiteitszin vertegenwoordigd tegenover wat electoraal zouden willen beloven.

De twee belangrijkste partijen in Nederland, de Partij van de Arbeid en de VVD hebben heldere posities op die centrale, electorale links/rechts-dimensie. De PvdA is de vaandeldrager van links en de VVD is de kampioen van rechts. Op de Europese/hervormingendimensie hebben ze echter een precaire positie. Ze dreigen het behoudende deel van hun electoraat te verliezen als ze doen wat politiek noodzakelijk is.

De kern van de politieke samenwerking tussen PvdA en VVD is dat zij elkaar niet konden vinden op een grijs compromis op de links/rechts-dimensie. Daar stonden zij te veel uit elkaar. Maar zowel Samsom als Rutte hebben een hervormingsgezinde neiging. Voor Samsom bestaat die uit het eerlijke verhaal willen vertellen, geen sprookjes over eeuwigdurende zoete rivieren. En voor Rutte is dat zijn natuurlijke houding als manager: “kunnen we daar geen reorganisatietrajectje opzetten?” Paarse samenwerking wil geen stilstand. Ze kunnen niet naar links en niet naar rechts. Dus is er maar een richting: vooruit! Zelfs als dat kiezers vervreemd van hun eigen partij.

Het genie van Nagel is dat hij een partij heeft opgericht die als geen ander op het probleem van de coalitie kan inspelen. 50Plus heeft geen kenmerkende positie op de sociaal-economische links/rechts-dimensie. Daar zitten ze in het centrum. Maar op de hervormingsgezinde vraagstukken, met name waar het gaat om herverdeling tussen generaties, neemt 50Plus een heldere positie in. De ouderen zijn ‘tegen’. Tegen het eerlijke verhaal van Samsom em tegen de bezuinigingen van Rutte omdat ouderen daarvoor moeten inleveren.

Daarmee is de partij de anti-D66 geworden. D66 staat te trappelen om iedere bezuiniging van het kabinet-Rutte II te omarmen: de studienfinanciering, de woningmarkt en de huurmarkt. Er is geen hervorming waar Pechtold zich nog niet voor uitgesproken heeft. 50Plus speelt geniaal in op de natuurlijke aversie die mensen hebben om dat geen wat hen is beloofd te verliezen. En die aversie zit bij de achterban van de PvdA en de VVD en zo kan 50Plus kiezers van beide kampen verwelkomen. Want 50Plus krijgt stemmen van zowel links als rechts. Ook haar politici komen van zowel links als rechts: Krol was VVD-voorlichter en senator Nagel zat eerder voor de PvdA in de senaat.

Ook Wilders en Roemer profiteren electoraal van de hervormingsgezinde samenwerking van sociaal-democraten en liberalen. Al in 2006 sprong de SP omhoog in de kiezersgunst toen de PvdA durfde voor te stellen om ouderen mee te laten betalen aan de AOW. En in 2010 brak de PVV definitief door als kampioen van 65=65. Maar zij kunnen slechts vissen in de linker- en de rechtervijver.

Voor Krol geldt: ‘mensen met verworven rechten aller provinciën verenigt u! U heeft alles te verliezen: uw opgebouwde pensioen, uw basispakket, uw spaargeld, uw provincie, uw eigen huis en uw recht op AOW.’

Stelling 1: Als je de agenda wil bepalen, moet je haar niet volgen

Op 31 oktober hoop ik te promoveren in de politicologie. Bij een proefschrift horen stellingen. Ik wil de komende weken de stellingen van mijn proefschrift kort toelichten, want ik vond het erg leuk om de toelichtingen van Tom Louwerse een jaar geleden te lezen. Vandaag de eerste: een open brief aan Henk Krol.

Stelling 1: “Het is voor veel nieuwe partijen lastig om zich aan de parlementaire agenda te onttrekken. En toch moet je deze agenda niet volgen, als je deze wil bepalen.”

Beste Henk Krol,

Laat ik allereerst de mogelijkheid nemen om u, zij het wat laat, te feliciteren met de uitslag van uw partij, 50Plus, bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Nieuwe partijen als de uwe komen vaak met grote ambities naar Den Haag: de Politieke Unie 55+ schreef in 1994 “Natuurlijk zal de Unie, alhoewel er reeds circa 3.5 miljoen potentiële kiezers van vijfenvijfitg jaar en ouder zijn geen meerderheid in de Tweede Kamer verkrijgen (…). Toch kan haar invloed groot zijn. Elke zetelwinst zal ten koste gaan van andere partijen. Door de afgedwongen wijziging van de opstelling van de bestaande partijen en door eigen inbrengen zullen de doelstelling van de Politieke Unie 55+ kunnen worden verwezenlijkt.” In mijn proefschrift kijk ik naar het vermogen van nieuwe partijen om aandacht voor thema’s in de Tweede Kamer te beïnvloeden. U noemt zelf naar de Partij voor de Dieren als voorbeeld. Ik denk dat u dat terecht doet: deze partij is een van de meest succesvolle nieuwe partij geweest als we kijken naar haar effect op de bestaande partijen.

Waarom is de PvdD zo succesvol geweest? Er is hier één belangrijke oorzaak voor: focus. Geen partij in de Tweede Kamer is zo sterk gefocust geweest op één onderwerp, in haar geval landbouw. 69% van haar eerste verkiezingsprogramma ging over landbouw, 36% van haar parlementaire speeches en 68% van haar moties. Daardoor heeft zij de toon gezet van het debat over landbouw. De zeer grote aandacht voor landbouwthema’s leidde zichtbaar tot wrevel bij andere partijen: D66-Kamerlid Boris van der Ham verliet de vergadering en riep “Dit heeft zo geen zin.” toen de PvdD tientallen moties over dierenwelzijn indiende. Maar niets is minder waar: ook D66 heeft meer aandacht besteed aan landbouw en dierenwelzijn sinds de PvdD zo opereert in de Tweede Kamer. Andere partijen moesten wel mee doen met de PvdD, wilden zij de grip over  het debat niet verliezen. Ik zie in mijn eigen onderzoek dat nieuwe partijen zelfs als ze klein zijn, een grote invloed kunnen hebben op de parlementaire agenda, ten minste als ze sterk gefocust zijn op hun eigen onderwerp. Mijn eerste advies is dus focus op uw eigen onderwerp: ouderen. Neem tijdens de financiële beschouwingen de volle tijd om te praten over pensioenen. U zult, gezien uw achtergrond, graag willen bijdragen aan bijvoorbeeld een debat over homo-emancipatie. Mijn advies doe dat niet: het is voor veel nieuwe partijen lastig om zich aan de parlementaire agenda te onttrekken. En toch moet je deze agenda niet volgen, als je deze wil bepalen.

Het tweede advies is: geen ruzie. Nieuwe partijen die ruziemaken hebben minder effect op bestaande partijen. Dat is waar de eerste generatie ouderenpartijen aan onder is gegaan. Er is naast grootte, focus en interne organisatie, een vierde oorzaak voor het succes van nieuwe partijen. Als nieuwe partijen een onderwerp aansnijden dat nog niet gepolitiseerd is, bereiken ze veel meer dan als ze een onderwerp aansnijden dat al op de politieke agenda staat. Hierin staat uw nieuwe partij op achterstand. Uw partij is binnengekomen op het verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en de onzekerheid over de pensioenen. Dit onderwerp is al sterk gepolitiseerd, met de PVV en de SP die de kant van ouderen gekozen hebben. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat uw partij de aandacht voor pensioenen zal vergroten, immers deze onderwerpen zijn al sterk gepolitiseerd.

Intern eenheid en sterke focus. De belangrijkste factoren voor succes voor een kleine partij in de Kamer. Dat kan ik u zeker aanraden. Ik wens u veel succes met uw werk in de Tweede Kamer,

Vriendelijke groet,

Simon Otjes