Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

One thought on “Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

  1. wat denk ik ook nog over is van de CPN is de voorkeur voor bestuursposities, ook wel ‘de lange mars door de instituties’ genoemd. vanuit een ander uitgangspunt was dat natuurlijk ook wel de inzet van de PPR. de CPN voelde de benoeming van de eerste (en enige) burgemeester uit de partijgelederen (Hanneke Jagersma in Oost Groningen) als een erkenning. en dat gevoel proef ik eigenlijk nog steeds.

Leave a Reply