Onze monarchie is een testament van onze democratie

Het was vandaag een bijzondere Koninginnedag. In Nederland werd een nieuw staatshoofd ingehuldigd. Dit was, zoals het al bijna 200 jaar gaat, een Koning. Een monarchie is een overblijfsel uit het verleden. Het past beter bij de tijd van tribale stammen dan bij de tijd van smartphones.

In de wereld zijn er achtentwintig regerende koninklijke families. Een deel hiervan regeert onderontwikkelde staten als Lesotho of oliestaten waar democratische vernieuwing is afgekocht met oliegeld zoals Kuweit. Maar er zijn ook elf koninklijke families die regeren in de democratische landen, zoals Noorwegen, Denenmarken en Luxemburg. Een derde van de leden van de club van ontwikkelde landen, de OECD, is een monarchie. Hoe kan het dat zulke ontwikkelde landen een monarch als staatshoofd hebben? Als we kijken naar enkele van deze landen kunnen we veel zien van hoe monarchie en democratie kan samenhangen:

  • Japan is de oudste monarchie van de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Amerikanen bewust ervoor gekozen om de monarchie te laten bestaan, sterker nog de Japanse vorst, Hirhito, leider tijdens Pearl Harbour, mocht aanblijven. Zo bleef een illusie van continuiteit in stand, want Japan werd onder Amerikaanse druk sterk gedemocratiseerd.
  • Het Verenigd Koninkrijk is een zeer oude monarchie. De Engelse monarchie gaat terug naar 895. Sindsdien breidden de Britten langszaam hun terrein uit: het Britse koningshuis heerst nog steeds over vele landen, van Canada tot Australie. Al heel vroeg kregen de Engelse monarchen te maken met een opstandig parlement. In de Engelse burgeroorlog (1642-1651) gingen koningsgezinden en parlement-gezinden met elkaar op de vuist. Maar sindsdien wordt er een balans gezocht tussen Koning en parlement, dat geleidelijk meer en meer richting parlement schuift. Oude aristocratische elementen, zoals het House of Lords en curieuze titels als Lord of the Privy Seal, worden verenigd met algemeen stemrecht (in 1928) en een majoritair politiek stelsel, waarbij over alles fel gedebatteerd wordt, behalve de monarchie.
  • De Zweedse monarchie gaat terug tot mythische tijden. Gedurende de negentiende en vroege twintigste eeuw is Zweden langzaam gedemocratiseerd. En alhoewel Zweden een sterke socialistische stroming kende, is het Koningshuis nooit in gevaar geweest.┬áHet Zweedss Koningshuis accepteerde uiteindelijk dat het parlement politiek het initiatief had en speelt sindsdien een ceremoniele rol. De socialisten werden, na invoering van het algemeen kiesrecht in 1919, ingebed in de parlementair-democratische instellingen en regeerden jarenlang consensueel in een minderheidsregering.
  • Nederland werd een monarchie in 1806 toen ons land van buitenaf een vorst kreeg opgedrongen, namelijk door de Franse Keizer Napoleon. Zo maakte hij niet alleen een einde aan de eerste Franse Republiek, maar ook aan de Nederlandse Republiek, eeuwenlang een toonbeeld van vooruitstrevendheid en vrijheid. In 1813 kwam er een Oranje op de troon, als teken van continuiteit, want de Oranjes waren al jarenlang effectief staatshoofd van Nederland geweest, namelijk als stadshouder van Holland. De Nederlandse vorsten toonden zich plooibaar en gematigd. Toen in 1848 een liberale revolutie zich over Europa uitstrekte, liet Willem II Thorbecke een liberale grondwet schrijven. Dat kenmerkte ook de politieke stijl van de Nederlandse vorsten en elite: meebuigen met maatschappelijke veranderingen, niet tegenstribbelen. Het algemeen kiesrecht werd in 1917, bijvoorbeeld, ingevoerd als onderdeel van een typische Nederlands compromispakket, waarbij socialisten en conservatieven hun deel kregen.
  • Belgie werd in 1839 onafhankelijk van Nederland en koos in lijn met de reactionaire wind in Europa sinds het Congres van Wenen voor een monarchie. Belgie had een zeer liberale grondwet en gold jarenlang als de meest vooruitstrevende staat van Europa, zeker op het gebied van vrijheid van meningsuiting. Behalve de oorlog van onafhankelijkheid kende Belgie geen revoluties of intern geweld. Zoals de federalisering van Belgie nu verloopt, in horten en stoten met kleine stapjes, verliep ook de democratisering van Belgie sindsdien.
  • Spanje is de nieuwste monarchie van de wereld. In 1975 volgde Juan Carlos, de zoon van de 1931 afgezette Koning, de fascistische dictator van Spanje, Franco, op, als staatshoofd. In de fluwelen democratische revolutie was Juan Carlos een teken van stabiliteit.

Wat deze voorbeelden laten zien is dat monarchieen voortblijven bestaan in landen waar hervormingen geleidelijk verlopen; waar elites de roep op democratie niet wegwuiven, maar schikken en plooien. In Spanje en Japan gaf de monarchie de illusie van stabiliteit in een snel veranderend land.

Vele landen verloren hun monarchen in revoluties: Frankrijk deed dit wel vier keer: twee Koningen en twee keizers werden afgezet. De Russische Revolutie maakte een eind aan de Tsaren. De Duitse monarchie viel door de roep om democratisering na de Eerste Wereldoorlog. De Oosterrijks-Hongaarse monarchie viel door de roep om nationale zelfbeschikking in Centraal Europa. De Italiaanse monarchie werd afgeschaft vanwege de collaboratie van de Koning met de fascisten in de Tweede Wereldoorlog. Deze monarchieen zijn ten onder gegaan omdat de roep om democratisering werd tegengehouden door de elite en dat leidde tot een soms geweldddadige eruptie van onvrede.

Als een land ondanks dat dit een reliek uit het verleden is een monarchie is gebleven, dan komt dit omdat de monarchen hebben geaccepteerd dat hun rol steeds kleiner werd. Dat Nederland nog steeds een monarchie is, is een testament van de democratische gezindheid van onze elite.

Leave a Reply