Vrijheid, Wilders en Nederland

Hoe moeten we de positie van de PVV in het Nederlandse partijenlandschap begrijpen? Hoe past de partij in de traditionele Nederlandse politieke tradities van liberalisme, Christen-democratie en sociaal-democratie?

Ik denk dat er twee aspecten van het denken van Wilders bijzondere aandacht verdienen. Eerder schreef ik al over hoe we sociaal-economische positie van de PVV moeten begrijpen. Ik wil me nu richten op de sociaal-culturele positie van de PVV, in het bijzonder vrijheid van godsdienst.

Als je de Acte van Verlatinghe leest, de tekst waarmee de Nederlanden zich onafhankelijk verklaarden van de Spaanse koning dan zie je dat religieuze vrijheid een belangrijke reden was voor de Nederlandse opstand. Nederlanders wilden vrij zijn van religieuze vervolging, en vrij zijn om zelf hun eigen geweten te volgen en om op hun eigen manier God te aanbidden. En jarenlang was Nederland ook een land waar in vergelijking met andere landen een grote mate van religieuze tolerantie bestond. Er was wel een angst in Nederland voor de katholieke kerk, een kerk die moest worden ingedamd, in de ogen van de Protestantse meerderheid, om de godsdienstvrijheid te verzekeren. Het idee van godsdienstvrijheid werd langszaam omgevormd naar het idee dat de overheid die neutraal moet zijn ten opzichte van de ideeen van het goede leven. Meer en meer werd Nederland een land waar iedereen zelf aan zijn eigen identiteit kon vormgeven: Protestanten van alle kleuren, Joden, Katholieken, vrouwen, homo's, Moslims voor iedereen was ruimte.

In de Nederlandse politiek komt deze centraal plaats van individuele vrijheid in het bijzonder naar voren in de liberale traditie. Deze heeft twee centrale principes: economische en culturele vrijheid. Dat uit zich in het ideaalbeeld van een beperkte overheid, een vrije markt en een tolerante samenleving. Voor liberalen staat het individu centraal. Maar in de socialistische traditie is er altijd oog geweest voor emancipatie en tolerantie. Dit wordt echter gecombineerd met een overheid die zich actief inzet voor een eerlijkere verdeling van arbeid, macht en inkomen. Ook in de Protestants-Christelijke traditie speelt religieuze tolerantie een belangrijke rol. Het is deze traditie die Nederland zag als een land gebaseerd op godsdienstvrijheid.  

Het interessante is dat de PVV naar de Acte van Verlantinghe verwijst in haar verkiezingsprogramma: Wilders wees erop dat Nederland zich vrij maakte van de Spaanse koning, op dat moment de grootste macht van Europa. Heel interessant, maar heeft Wilders wel oog voor de reden waarom Nederland zich heeft vrij gemaakt van Spanje?

Volgens velen heeft Wilders lak aan de godsdienstvrijheid: door allerlei maatregelen te nemen die zich specifiek op een religieuze groep richten lijkt hij de Nederlandse traditie van religieuze tolerantie met zijn voeten te treden:

  • De PVV verzet zich tegen de bouw van moskeeen, maar niet van kerken;
  • Wilders is tegen de Islamitische scholen, maar niet tegen Gereformeerde scholen;
  • De partij ageert tegen tegen Islamitische media, maar niet tegen Studio RKK;
  • De PVV pleit voor een immigratiestop voor mensen uit Islamitische landen;
  • De partij wil hoofddoekjes verbieden in overheidsgebouwen en daarbuiten het dragen ervan belasten;
  • De PVV wild de Koran verbieden, maar de Bijbel niet;

Echter onder zijn voorstellen ligt een argumentatie ten grondslag die zich baseert op indivduele vrijheid. In de ogen van Wilders is de Islam een totalitaire politieke ideologie die uit is op wereldheerschappij en zo een gevaar vormt voor onze Westerse vrijheden: de vrijheid van homo's en vrouwen  om op hun eigen manier hun seksualiteit en relaties vorm te geven. De vrijheid van Joden om zich op straat veilig te voelen. De vrijheid van kunstenaars en cartoonisten om zich uit te spreken over de Islam. In de ogen van Wilders is er in de Islam geen ruimte voor verdraagzaamheid en Nederland moet niet zo'n onverdraagzame groep in haar midden accepteren. De kern van de kritiek van Wilders op de linkse partijen in Nederland is dat ze te laks zijn ten opzichte van de Islam. De vraag die Wilders ons stelt, is, moeten we intolerantie tolereren? Ik denk dat deze vraag voor iedere liberaal geldt: hoever reikt onze tolerantie? Tolerantie houdt in dat we accepteren dat dingen bestaan die ons niet wel gevallig zijn. En intolerantie bevalt mij niet. Karl Popper noemt dit de paradox van tolerantie. Wilders neemt een bijzondere positie in dit vraagstuk. Een maakt daarbij keuzes die ik niet maak, maar daar heb ik al eerder over geschreven. Hij kiest daarbij een plaats in het liberale spectrum.

Wilders bouwt dus verder op een liberale traditie. In deze traditie staat vrijheid centraal. Niets voor niets heeft Wilders zijn partij Partij voor de Vrijheid genoemd. Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen dat Wilders deze naam onterecht heeft gekozen en dat zijn Partij een van Verbieden is. De partij heeft echter een bepaalde opvatting van vrijheid. In de ogen van Wilders is iemand vrij als hij gelooft in de Westerse Verlichte waarden, zoals homo-emanicipatie, vrouwenemancipatie en religieuze vrijheid. Moslims moeten zich aan die waarden aanpassen. In die zin is de partij een verlichtingsfundamentalistische partij. Zo'n radicale fundamentalistische politieke opvatting past bij een positief-vrijheidsbegrip: het idee dat mensen gedwongen kunnen worden om echt vrij te zijn. Dat vrijheid niet zo zeer bestaat uit kunnen doen wat je wilt, maar willen wat je echt goed voor je is. Dat vereist voortdurende interventie van de overheid in de samenleving om ontwikkelingen die tegen de vastgestelde verlichte waarde in gaan tegen te houden.

In mijn ogen is de PVV een liberale partij, maar wel een partij die in cultureel opzicht een radicale, essentialistische, fundamentalistische vorm van het liberalisme aan hangt. De vragen die Wilders stelt over de grenzen van vrijheid van godsdienst kunnen door liberalen niet simpel weg naast zich neer gelegd worden.

Leave a Reply