De Uitslag I

Het blijft spannend. Ik ben om 0u30 weg gegaan bij de uitslagen avond van GroenLinks toen duidelijk werd dat de uitslag verschrikkelijk raar zou worden.

Een aantal duidingen midden in de nacht. Het ziet er naar uit dat de uitslag 31-31 wordt voor PvdA en VVD. 24-21 voor de PVV en CDA. 15 voor de SP. 10-10 voor D66 en GroenLinks. 5 voor de CU. 2-1 voor de SGP en de PvdD. Er zijn grote gelijkenissen met de verkiezingen van 1994, de periode 1967-1972 en de periode 1897-1918.

De verkiezingen van 1994

Er is een sterke gelijkenis tussen de uitslag van 1994 en de uitslag nu. Bij de verkiezingen domineerden sociale thema’s en met name de AOW-sterk. De PvdA en CDA die toen ook een kabinet vormden waren door een economische crisis gedwongen om bezuinigingen op de AOW, de zorg en de sociale zekerheid voor te stellen. Dit leidde tot grote maatschappelijke weerstand. De PvdA verloor veel, het CDA verloor echter nog veel meer: 20 zetels. Ondertussen wonnen de VVD en D66 (heel veel): er werd een paars kabinet gevormd. Maar er waren ook in de marges sterke verschuivingen: de CD ging van 1 naar 3, de SP kwam met 2 zetels in de kamer, en U55+ kwam de kamer in met 1 zetel en de AOV met 6 zetels. Deze vier partijen deelden twee standpunten: bescherming van de verzorgingsstaat en in het bijzonder de positie van ouderen. En harde standpunten op immigratie en integratie. GroenLinks verloor onverwacht 1 zetel.

Terug naar 2010: de AOW speelde een prominente rol in de campagne. Het zittende kabinet van PvdA, CDA en CU wou tegen de wil van de vakbeweging de AOW hervormen. Deze drie partijen verliezen allemaal. De PvdA minder dan verwacht maar het CDA wederom 20 zetels. Onverwacht weet de CU niet te profiteren van de val van het CDA. In plaats daarvan winnen VVD, D66 (en GroenLinks). De grote winnaar is echter de PVV die de AOW wil beschermen, en harde standpunten inneemt over immigratie en integratie. De lijn van de AOV/SP/U55+/CD van een mengsel van "linkse" en "rechtse" standpunten uit zich nu in een hele grote PVV.

De periode 1967-1972
In 1994 stierf het CDA. Om in 2002 te herleven. In de periode 1963-1972 stierf Christelijke politiek ook al: toen vielen de KVP/ARP/CHU van meer dan 50% van Nederland naar minder dan 33%. Linkse en rechtse politieke partijen waren sterk gepolariseerd. Aan de ene kant de VVD met een aantal populistische partijen zoals de Boerenpartij. En aan de andere kant de PvdA die een coalitie vormde met de groene PPR en D66. De stervende Christelijke partijen vormden samen het CDA: een meestervondst: de positie van het CDA stabiliseerde en de partij werd de grootste in de jaren ’80.

Terug naar 2010: het CDA sterft weer. Een val van 20 zetels. Van 41 naar 21. Maar ik denk dat dit niet de definitieve dood van het CDA is. Deze partij heeft een ongelovelijke overlevingsdrang. Een nieuwe leider, een herbronning op de koers. En veranderende maatschappelijke ontwikkelingen zullen conservatieve middenpolitiek in een jaar of 10 weer groter maken.

De periode 1897-1918
De laatste liberale premier was Pieter Cort van der Linden. In de periode 1897-1918 waren er wisselende linkse en rechtse coalitie. Die linkse coalities bestonden uit liberalen en socialisten. En de rechtse coalities uit katholieken en protestanten. Er waren liberale minderheidskabinetten die electoraal en in de kamer op de socialisten steunden. De liberalen waren toen ook voor het laatst de grootste partij met 25-30%. Toen was er alleen nog geen algemeen kiesrecht. Maar een grote liberale stroming was dus verbonden met samenwerking met het socialisme.

Terug naar 2010. De VVD wordt zo te zien de grootste. Maar met wie moet ze samenwerken: de anti-immigratiepartij PVV? Of de uitgeregeerde machtspartij CDA. Er is eigenlijk maar een kabinet mogelijk: VVD-PvdA-D66-GL. Samenwerking tussen liberalen en socialisten. Dat noemde ze rond 1905 een linkse coalitie.

Leave a Reply