Deserving and Undeserving Poor

Je zou simplistisch kunnen stellen dat het “links” is om de
zwakkeren in de samenleving te willen ondersteunen, en dat het “rechts” is om
de eigen verantwoordelijkheid van mensen te benadrukken. Links kiest voor
kleinere verschillen tussen inkomens en rechts kiest ervoor mensen te belonen
voor hun inzet.

Dit is echter een zeer beperkt beeld van hoe partijen staan
tegenover de sociale voorzieningen. Zo verbaast het veel mensen dat een partij
als de PVV (“rechts”) zich zo sterk verzet tegen de verhoging van de
AOW-gerechtigde leeftijd en zich sterk laat horen waar het gaat om de
gezondheidszorg. Maar je ziet dat
rechtse partijen zich vaker inzetten voor bepaalde groepen aan de “onderkant”.
Erica Terpstra is een mooi voorbeeld van een VVD politica die zich hard maakte
voor ouderen en gehandicapten. Maar ook Fortuyn wilde de inkomens van ouderen
versterken. En binnen het CDA ligt bezuinigen op de voorzieningen voor ouderen
en gehandicapten ook nooit goed. Sterker nog, de ouderenpartijen uit de jaren
’90 stelden zich op veel sociaal-economische thema’s rechts op: lage
uitkeringen, verplicht solliciteren en snel weer aan het werk. Behalve waar het
om ouderen en gehandicapten ging.

Daarom is het misschien nuttig om een onderscheid te maken
tussen verschillende groepen armen. Je zou een onderscheid kunnen maken tussen
armen die het niet verdienen om arm te zijn en armen die het aan zich zelf te
wijten hebben. Lui of echt behoeftig. In de Engelse Poor law wordt dat
deserving en undeserving poor genoemd.

Het lijkt alsof rechtse politici een sterk onderscheid maken
tussen mensen die het niet verdienen om arm te zijn, zoals ouderen en
gehandicapten, en mensen die dat wel verdienen, zoals veel werkelozen en mensen
aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Aan de voorzieningen voor de “onverdiende
armen” mag je eigenlijk niet komen. De AOW is daar een goed voorbeeld van, in
het verleden waren het juist de rechtse partijen die hierop niet wilden
bezuinigen, de fiscalisering van de AOW werd weggezet als Bos-belasting en de
PVV verzet zich sterk tegen de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Rechtse partijen zien weinig in regelingen voor arme mensen,
die dat “aan zich zelf te wijten hebben”: die moeten niet te veel in de watten
gelegd worden, die moeten worden gestimuleerd wat van hun eigen leven te maken.
Sobere regelingen, lagere lonen, kortere uitkeringen. Een partij als de SP,
maar ook andere linkse partijen, zet zich vaak juist in voor zulke groepen: kan
het niet wat menselijker? Kunnen de lonen niet hoger? Kan zo’n regeling niet
inkomensafhankelijk?

Rechtse partijen beroepen zich vaak op eigen
verantwoordelijkheid om regelingen voor armere mensen af te breken: mensen
moeten zelf wat van hun leven maken, niet afhankelijk gemaakt worden van
publieke voorzieningen. Maar er spelen ook vaak morele argumenten een rol: je
moet werken, want dat is de enige manier om wat van je leven te maken. Voor
kinderen zorgen, vrijwilligerswerk, op de bank hangen: daarvoor betaalt de
hardwerkende Nederlander niet.

Progressieve, linkse politiek moet dit idee van behoeftige
en luie arme mensen niet overnemen. Aan de ene kant omdat ouderen en
gehandicapten niet “zielig” zijn en niet allemaal onze sympathie, compassie of medelijden
nodig hebben: we moeten ervoor zorgen dat ook juist deze mensen zelf
verantwoordelijk kunnen blijven voor hun eigen leven. Dit zijn geen zielige
mensen die we moeten verzorgen en beschermen, maar mensen die ook regie en sturing
moeten kunnen houden over hun eigen leven.

Aan de andere kant denk ik
niet dat we mensen in uitkeringen snel moeten afdoen als luie mensen die
strengere arbeidsmoraal moeten worden aangeleerd. Niet alleen omdat zulke
morele oordelen geen rol hebben in vrijzinnige progressieve politiek –alhoewel
dat voor mij altijd op de achtergrond blijft spelen– maar ook omdat
inkomensverschillen voor een groot deel niet kunnen worden terug gebracht op
eigen verantwoordelijkheid: zeker als armoede en werkloosheid in hoge mate van ouder
op kind wordt door gegeven.

Leave a Reply