Democratie versus rechtvaardigheid?

Het is een tweede vraag hoe liberalisme en democratie zich tot elkaar verhouden. Als ik een liberaal ben zou ik dan ook democraat moeten zijn? Eigenlijk zou dat niet hoeven in een perfecte liberale staat zou de overheid neutraal zijn ten opzichte van ideeen van het goede leven en de levensplannen van mensen. Dat betekent dat beslissingen niet gerechtvaardigd worden door de toestemming van mensen maar door hun rechtvaardigheid. En wat sommige democratieen zouden toe staan is voor liberalen niet rechtvaardig: onze democratie dwingt illegalen om op straat te leven, andere democratieen brengen misdadigers om, uit wraakgevoelens. Wat democratisch toegestemd is, hoeft niet per se liberaal rechtvaardig te zijn. 

 De vraag is dan waarom je democraat zou zijn. Ik denk dat hier drie grote onderliggende redenen voor zijn: je kan democratie zien als een politiek rechtvaardige procedure, als een moreel rechtvaardige procedure of als uiting van politieke aporeia.

 Liberalen zien democratie in de eerste plaats als een politiek gerechtvaardigde procedure: liberalen onderschrijven democratische principes als verkiezingen, als een middel om rechten te beschermen. Het onderliggende idee is dat als een overheid democratisch is, een overheid gedwongen wordt om moreel neutraal te zijn. Burgers zullen een paternalistische overheid niet accepteren. Dat is natuurlijk niet helemaal waar (meerderheden kunnen paternalisme ten opzichte van meerderheden toe staan), en daarom leggen liberalen beperkingen aan wat een overheid kan (denk aan grondwetten, rechters, burgerrechten). Constitutionalisme beperkt democratische principes omdat niet democratie maar liberalisme prioriteit heeft. In die zin is constitutionele democratie een uiting van politiek liberalisme.

 Republikeinen gaan een laag verder: hun idee van de rechtvaardige maatschappij bevat een concreet idee van het goede leven. Volgens republikeinen is deelname aan collectieve besluitvorming, burgerschap, op zich zelf waardevol en prachtig. Tijdens referenda, verkiezingscampagnes en deliberatieve bijeenkomsten zijn burgers actief bezig met de democratie, ze oefenen hun burgerschap uit. Dat maakt hen betere mensen. Zo'n directe democratie is dus een uiting van politiek republicanisme, maar ook van een notie van het goede leven als burger.

 Een derde rechtvaardiging van democratie is aporeia: partijendemocratie is uiting van de afwezigheid van een bindend politiek ideaal. Republikeinen en liberalen hebben allebei een andere notie van de rechtvaardige samenleving en democratie is daar een onderdeel van. Maar onze huidige democratie lijkt meer gebaseerd te zijn op een aporeia over wat de goede samenleving is. Daarover is verschil van mening tussen socialisten en liberalen, tussen vrijzinnigen en Christenen. We kunnen dit probleem echter niet oplossen. Er lijkt geen bindende set politieke principes te zijn die alle burgers delen. Dus vallen we maar terug op democratie. Zoals liberalisme een oplossing is voor morele aporeia, is democratie een oplossing voor politieke aporeia. Omdat we niet een gedeelde notie hebben van de goede samenleving, proberen we maar die notie te realiseren waar een meederheid van de burgers achterstaat of beter gezegd dat compromis waar een meerderheid zich aan wil binden.   

One thought on “Democratie versus rechtvaardigheid?

  1. Pingback: 725 and counting | Geen Vrijheid zonder Gelijkheid

Leave a Reply