Wegwerp politici

De aankondiging van Kathalijne, vorige week zette me aan het denken over hoe wij, als GroenLinks onze kamerleden behandelen: als wegwerp artikelen.

GroenLinks doet haar beste de beste kamerleden te krijgen. Vaak zijn die niet van eigen makelij, maar hebben we met namen als Rosenmoller, Peters, Bohler, Azough, Halsema, Tonkens, Van den Brand, Duyvendak, Hermann, Rabbae, Dibi gekozen voor talenten van buiten. Uit de PvdA, de vakbond, de milieu beweging haalt GroenLinks het allerbeste. Vervolgens mogen die mensen dan een beperkte periode zitten: kamerleden mogen maximaal drie termijnen. Zo worden politici geen pluche-klevers, maar, in Halsema’s woorden "passanten". Je koopt de beste politici van buiten en doet ze vervolgens na drie keer weg. Is dat duurzaam?

Daarnaast: Wat is nu het perspectief van het gewone partijlid. Voor hen heeft GroenLinks een voortdurend veranderende top: nieuwe mensen, nieuwe gezichten, nieuwe richtingen. Zelf hebben goede mensen van binnen weinig perspectief op een eigen politieke cariere, maar een beperkt (en afnemend) deel van de kamerleden is van GroenLinks-huize: er zijn weinig wethouders die kamerlid worden, weinig partijtijgers die binnen de partij stijgen. Nu zijn er uitzonderingen: Tineke, Jan, Tof, Kathalijne, Kees, Joost en Ineke komen allemaal "uit de eigen stal". Ze zijn fractiemedewerker geweest, lokaal actief etc. 

Dit is een hele logische voedingsbodem voor wantrouwen en frustratie: het kader ziet een voortdurend veranderend theater van nieuwe talenten van buiten GroenLinks de partij leiden zonder dat zij zelf ooit perspectief hebben om ergens aan de top te komen. Dat is voortbehouden aan talenten van buiten. Binnen GroenLinks bestaat een grote oude garde van klassieke socialisten en donkergroenen. De top bestaat met name uit nieuwe liberalen, vaak van buiten. Moeten we in deze situatie verbaasd zijn dat zoveel GroenLinksers de fractie gesloten vinden? Dat er zoveel wantrouwen is in de relatie tussen kader en top? Dat kader en top zulke andere ideeen hebben over onze koers?

Belangrijker echter: de termijnen zijn ooit ingevoerd om te voorkomen dat een bepaalde groep binnen de partij te veel macht had omdat ze op een bepaalde zetel zitten. Dus niet om van politici passanten te maken, maar om de macht tussen GroenLinksers eerlijker te verdelen. Het zou dan ook volgens dit systeem niet onrechtvaardig zijn als iemand hopt: van wethouder, naar TK, naar EK, naar EP. We willen dat politici niet te lang op een plek blijven, niet dat ze daarna verdwijnen uit de politiek. Daarmee gaat, ook volgens Tjeenk-Willink, het geheugen van de kamer achteruit en politieke ervaring verloren. Belangrijker echter: het vervreemt de top van onze partij van de basis. Omdat figuren van identificatie, politici waar je je vertrouwen insteekt, voortdurend wisselen, onstaat er geen binding tussen top en kiezers.

Dit geldt ook voor  de gewone kiezer. Omdat GroenLinks politici gedwongen zijn zo kort te zitten (en veel kamerleden korter dan de statutaire termijn zitten), zullen kiezers, in de groeiende personendemocratie, minder loyaal zijn. Als kiezers zich verbonden voelen met personen en die personen wisselen voortdurend, dan zal hun electorale binding verminderen. Uit onderzoek blijkt weleens dat GroenLinks kiezers het minst loyaal aan GroenLinks, zelfstandig en kritisch stemmen ze nog wel eens strategisch, PvdA. Maar misschien is een deel van de kiezers niet loyaal, omdat onze eigen politici ook "niet loyaal" zijn.

Ik pleit niet voor het afschaffen van termijnen die de democratie in GroenLinks beschermen, of voor verplichte termijn voor kamerleden. Ik pleit voor een duurzamere omgang met politici. Geef die talenten van buiten (en van binnen) een perspectief op een politieke carriere in plaas van een sabbatical als kamerlid. Dat verbetert de kwaliteit van onze kamerleden, de binding tussen top en basis en de binding tussen partij en kiezer.

Leave a Reply