Halsema’s vrijzinnige voorstel

Ik ben nu begonnen met mijn master scriptie wijsbegeerte, die, net als mijn bachelor scriptie, zal gaan over arbeidsparticipatie. Waar mijn bachelor scriptie zich richtte op de relatie tussen arbeidsparticipatie en liberalisme, richt mijn huidige project zich op de relatie in- en exclusion en arbeidsparticipatie. Mijn huidige onderzoek inspireerde me om opnieuw terug te gaan naar mijn bachelor scriptie. Deze wou ik graag met jullie delen, bij deze een overzicht van argumentatie. De volledige versie is hier te downloaden.

In 2004 noemde Femke Halsema, politiek leider van GroenLinks, haar partij de “laatste liberale partij” van Nederland: hiermee wekte zij een stormvloed van kritiek en lof. Halsema plaatste zichzelf in een liberale traditie en wilde zo links vernieuwen. In 2005 concretiseerde ze haar ‘vrijzinnige’ koers met het manifest Vrijheid Eerlijk Delen. Hier stelde ze een aantal zeer controversiële plannen voor. De belangrijkste hiervan is het voorstel om over te gaan op een nieuw stelsel van sociale zekerheid. Dit stelsel bestaat uit een dynamische arbeidmarkt en een door overheid afgedwongen arbeidsplicht (‘participatiecontract’). Halsema breekt met het sociaal-democratische opvattingen over de verzorgingsstaat en ontwikkelt een ideaal van de verzorgingsstaat als de links-liberale emancipatiemachine.
In Vrijheid Eerlijk Delen, en in de algemenere stukken als Vrijzinnig Links en Een Linkse Lente heeft Halsema duidelijke aanwijzingen gegeven in welke hoek haar inspiratie gezocht moet worden: het hedendaagse Anglosaksische liberalisme. Ze verwijst zelf naar Isaiah Berlin. Ik meen echter dat haar pleidooi in radicaal contrast staat met het hedendaagse Anglosaksische liberalisme. Een mogelijke rechtvaardigingsgrond voor haar voorstel moet ergens anders gezocht worden, bij de radicaal linkse critici van het liberalisme.
Het voorstel om iedereen aan het werk te krijgen, staat op gespannen voet met enkele liberale uitgangspunten: zo breekt het radicaal in op de vrijheid van ieder om zijn eigen levensplan te volgen, door iedereen te dwingen arbeid daarin op te nemen. Hiermee staat Halsema in schril contrast met liberalen als Berlin die ieder gemeenschappelijk maatschappelijk ideaal van het goede leven, als paternalistisch, of zelfs gevaarlijk totalitair afdoen. Ook de sociale uitgangspunten van Rawls’ egalitarianisme stroken niet met Halsema’s plan: als wij het zouden invoeren zou de mogelijkheid om bepaalde levensdoelen na te streven aan bepaalde klassen zijn voor behouden: alleen mannen die met rijke vrouwen zijn getrouwd kunnen zich toewijden aan het vaderschap. Diegenen die met arme vrouwen  zijn getrouwd zijn gedwongen om in een creche te werken. Halsema’s nadruk op arbeid en overheidsingrijpen staat ook recht tegenover liberale begrippen als kapitaal en eigen verantwoordelijkheid.
Arbeid, participatie en overheidsingrijpen zijn echter kernideëen van de radicaal linkse traditie. De redenering van Halsema is goed te verenigen met de principes van prominente critici van het liberalisme, zoals Marx, Rousseau en Bakunin. Centraal staat bij Halsema, net als bij Rousseau, participatie. In economische zin uit dit zich, geheel in lijn met Bakunin, door. Naast participatie brengt arbeid ook nog zelfontplooiing, zoals Marx al formuleerde, om een echt mens te zijn moet je werken. De dwang waar liberalen zo bang voor zijn bestaat niet echt, immers de overheid dwingt mensen slechts te doen wat ze toch al wilden: werken en bijdragen aan de samenleving. Juist hier zit het grootste pijnpunt voor de liberalen. De relatie tussen arbeid en positieve vrijheid is heel duidelijk: door arbeid participeert men in de samenleving, wat noodzakelijk is voor echte vrijheid en ontplooit men zich zelf: arbeid maakt vrij. Halsema erkende dit zelf al, toen zij in reactie op critici haar plan als een radicaal links plan omschreef.

One thought on “Halsema’s vrijzinnige voorstel

  1. Pingback: Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen | Vrijheid Maakt Arbeid

Leave a Reply