Echte solidariteit tussen generaties

De hedendaagse economie bevoordeeld ouderen boven jongeren. Een jongere heeft minder inkomen en minder zekerheid dan iemand die ouder is. Denk er maar over na: jongeren hebben vaker flex-werk, hebben vaker deeltijd werk, krijgen minimumjeugdloon, krijgen minder loon, omdat ze korter bij bedrijven zitten dan oudere collegas, minder werkervaring en minder vaak een afgeronde opleiding hebben. Daarnaast hebben ouderen over hun leven de kans gekregen om meer geld en goederen te verzamelen. Jongeren moeten nieuwe dure huizen kopen of huren of moeten lang op een huur of koophuis wachten omdat ouderen in goedkope huizen blijven zitten. Jongeren worden vaker ontslagen (LIFO) en hebben minder arbeidsbescherming dan ouderen. En krijgen mensen op middelbare leeftijd vaak de erfenis van hun ouders. Uiteraard zit in deze opsomming veel verschillende soorten jongeren: mensen die nog studeren, mensen die net zijn gestart op de arbeidsmarkt, etc. Maar de lijn is duidelijk: jongeren komen er in vergelijking met ouderen veel minder goed vanaf, met name waar het inkomen en zekerheid betreft.

Tegenover dit gebrek aan zekerheid en inkomen staat echter dat jongeren iets hebben wat ouderen niet (meer) hebben: een kans om iets van hun leven te maken. Jongeren beginnen met een clean slate aan een nieuw leven. Je zou kunnen zeggen dat alle jongeren (gedwongen) inkomen en zekerheid ruilen voor de kans om een eigen leven op te bouwen. Dat klinkt als een goede ruil, maar is dat niet. Om iets van je leven te maken heb je juist inkomen nodig. Als je een opleiding wil volgen, een eigen bedrijf je wil beginnen of een huis wil kopen, heb je juist geld nodig. Een kans is zinloos zonder de middelen om iets van die kans te maken.

Ik zie je denken: maar jij, je studeert toch, met financiele steun van je ouders. Die helpen je toch om iets van je leven te maken? Je hebt de middelen en de kansen. OK, misschien heb ik die wel, maar dan zijn die middelen oneerlijk verdeeld. Omdat mijn ouders rijker (of vrijgeviger) zijn dan de ouders van sommige andere jongeren kan ik beter gebruik maken van die kansen dan hen, en omdat mijn ouders armer (of gieriger) zijn dan de ouders van weer andere jongeren kan ik minder goed gebruik maken van mijn kansen dan hen. Dat lijkt me typisch een geval van onrechtvaardigheid: vanwege iets waarvoor ik niet gekozen heb (mijn ouders) ben ik beter af dan anderen. Je zou moeten streven naar een gelijkere verdeling van deze middelen.

Een oplossing is voorgesteld door Ackerman en Alscott een "stake in society" (.pdf). Geef mensen die succesvol hun middelbare school afmaken een aandeel in de maatschappij van $ 80,000 (zo’n  55,000 euro). Dat bedrag kunnen zij vrij uitgeven aan wat ze maar willen: een opleiding, een huis, een eigen bedrijf. Zo geef je iedereen gelijk wat hun ouders ze zouden geven en koppel je de kansen van jongeren aan middelen om hun kansen te gebruiken. Dat bedrag op de bank geeft ook een vorm van zekerheid. Zelfs als je het niet gebruiken zou geeft het ongeveer 200 euro rente per maand. Op middelbare scholen zou je dan aandacht moeten besteden aan de stake die eraan komt: je wordt natuurlijk voorbereid op de verantwoordelijkheid over je eigen toekomst die je nu materieel krijgt.

Inkomen zonder verantwoordelijkheid? Hoe gaan we dat betalen dan? Ackerman en Alscott stellen voor om de uitkering te betalen uit de erfenissen. Met als basaal principe dat je aan het eind van je leven terugbetaald wat je van de overheid heb gekregen. Intergenerationele solidariteit dus. Anders dan bij het basisinkomen of een bijstandsuitkering is dit geen gift, maar je leent het geld als het ware van je toekomstige zelf.

Kijk dat is nog een positieve, vrijzinnige kijk op de kansen jongeren in contrast met de negatieve dwang en paternalisme dat we van sommige sociaal-democratische taatssecretarissen kennen.

Leave a Reply