Onderwijsplan DWARS

Geen van de huidige partijen heeft een visie op onderwijs, roept DWARS
manmoedig. En dus komt zij met een plan. Een plan wat als je er naar
kijkt verdacht veel lijkt op wat er nu al gebeurd. Er zijn twee
aspecten van het onderwijsplan waar ik echt over in zit: de elitaire
orientatie en zijn haagse visie.

De hele onderwijsvisie focust op de HAVO/VWO met het ideeen om
een soort basisvorming en profielen te combineren (wat overigens erg
lijkt op het huidige stelsel). Het grootste probleem in het
huidige onderwijs is echter niet de HAVO en het VWO, maar het VMBO: het
onderwijs van de minst kansrijke jongeren. Hier is schooluitval het
hoogste en werken nu de minst goed opgeleide leraren, onder de zwaarste
druk. Terwijl er een grote brand woedt op een
etage, gaat DWARS op een andere etage de kamers anders inrichten.
De
opzet gaat, net als het huidige stelsel, van bepaalde leerlingen uit:
de VWO scholier. Op het VMBO werkt een stelsel van een brede
basisvorming, zoals het huidige niet. Je kan mensen die praktisch zijn
ingesteld niet dwingen om dag achter dag theorie te gaan op slurpen.
Als je respect hebt voor mensen die goed zijn in techniek, of in
verzorging of in landbouw, dan moet je hen de kans geven zich daarin te
ontplooien.

Dit soort grootste visies op onderwijs waren, tot enkele jaren geleden, met name populair bij de PvdA. Namelijk vanuit Den Haag en toen nog Zoetermeer een onderwijs
model over iedereen is uitgooien: one size fits all onderwijs. Er is
geen ruimte voor experimenten, voor onderwijssystemen die door de
Haagse beleidsmaker niet bedacht heeft of voor innovatie. DWARS doet
aan deze cultus mee en legt een nieuw model op, nu geinspireerd door
diversiteit en wereldburgerschap, maar het blijft een van bovenafopgelegde visie. DWARS
heeft, net als het ministerie eerder, de waarheid in pacht over hoe het
onderwijs georganiseerd moet worden. Als er een ding in het onderwijs
moet veranderen is het het idee dat het ministerie weet wat goed voor mensen
is. Er moet meer ruimte komen voor experimenten.

Het is mijn
mening dat je het huidige stelsel op een ander punt moet aanpakken,
namelijk de financiering. Hiermee worden beide bovengenoemde aspecten geaddresseerd. Ik heb daarover eerder dit plan

geschreven (overigens een draft-versie in het Engels, je kan het stuk over Roemer, Dworkin en Rawls scannen, skimmen of skippen). Het basis idee is dat iedere leerling vanaf het begin van de basisschool een bepaalde hoeveelheid vouchers krijgt om onderwijs mee in te kopen op scholen die zelf bepalen wat ze doceren. De hoeveelheid vouchers is gebaseerd op de toekomstperspectieven van de leerling: leerlingen uit arme of laagopgeleide gezinnen krijgen meer vouchers dan leerlingen uit rijke, goedopgeleide gezinnen. Hiermee krijgen kansarme mensen de kans om beter en intensiever onderwijs te kopen. Daarnaast verdienen leerlingen die het goed doen tijdens hun school carriere meer vouchers om meer onderwijs in te kopen (met name vervolg onderwijs). De scholen, die onafhankelijk van de centrale overheid het onderwijs organiseren, worden gefinancieerd op basis van het aantal vouchers dat ze krijgen. De scholen zijn vrij om het onderwijs vorm te geven, als ze willen. Leerlingen zijn vrij om zelf te kiezen waar zij onderwijs in willen en hoe dat gegeven wordt. Geen model dat van boven af wordt opgelegd maar eigen keuze voor de leering en de school. Daarnaast gaat in dit model, de meeste aandacht (financiering) naar die studenten die dat het meest nodig hebben.

Leave a Reply