Sympathie voor Geert Wilders

Meindert Fennema, professor politicologie en voormalig GroenLinks
duo-raadslid in Bloemendaal schreef een biografie over Geert Wilders. Het boek
geeft een aardig beeld van hoe Wilders in 1990 begon als leerling van
Bolkestein; en hoe hij uiteindelijk na de laatste verkiezingen op het punt is
gekomen om mee te onderhandelen over de nieuwe regering. Over het leven van
Wilders voor de politiek schrijft
Fennema weinig: zijn familie, zijn jeugd of zijn reizen naar Israel komen
nauwelijks aan bod. In die zin biedt het boek weinig nieuwe inzichten.

De nieuwe inzichten die Fennema heeft geprobeerd te bieden
liggen meer op het persoonlijke vlak: hij heeft geprobeerd zich te verplaatsen
in de geest van Wilders. En zo krijg je toch meer gevoel voor de benauwde
positie van de meest beveiligde politicus van Nederland. Maar deze persoonlijke
insteek leidt ook tot onduidelijkheid: zo schrijft Fennema over de toespraak
van Máxima
waarin zij ontkende dat ‘de’ Nederlander bestaat, dat dit een ”onversneden
GroenLinkse toespraak” (p.143) was. Het is onduidelijk of dit is wat Fennema
weet dat Wilders dit dacht of dat dit is wat Fennema zelf denkt over die
toespraak.

Een ander persoonlijk element dat Fennema probeert te laten
zien, zijn de persoonlijke verhoudingen achter de schermen van de politiek: zo
schrijft Fennema dat alhoewel Wilders en Halsema elkaars politieke opponenten
zijn, Halsema een van de weinige kamerleden is die in staat is geweest om door
de persoonlijke isolatie rond Wilders heen te breken. Halsema en Wilders zijn
misschien wel politieke opponenten maar geen electorale concurrenten. Dat
Halsema toen Wilders moest onderduiken vanwege bedreigingen herhaaldelijk haar
medeleven had getoond, kan hier ook aan hebben bijdragen.

Maar eigenlijk is Fennema op zijn scherpst als hij niet het
gevoelsleven van Wilders probeert te doorgronden, maar als hij zijn politieke
stellingname analyseert. Volgens Fennema ontbreekt bij Wilders veel aspecten van
rechts-extremisme: Wilders neemt het op voor homo’s, vrouwen en Joden. Sterker
nog, in de ogen van Fennema, is anti-semitisme “van rechts naar links
verschoven” (p.135). Anti-semitische leuzen zijn volgens Fennema nu te horen op
pro-Palestijnse demonstraties “die door de SP en GroenLinks worden ondersteund”
(p.136). Fennema gaat nog een stap verder door te stellen het anti-fascisme
rechts is geworden: Wilders verzet zich tegen, wat hij ziet als een totalitaire
ideologie, de Islam. En alhoewel deze argumentatie ongelofelijk veel is af te
dingen, heeft Fennema hier wel een punt: het is te gemakkelijk om Wilders weg
te zetten als een “gewone racist” (p.136) of een politicus die haat en angst
zaait voor electoraal gewin. Op zijn eigen manier probeert Wilders de open
samenleving te beschermen tegen, wat hij ziet als, een bedreiging hiervan.

En zo eindig je na het lezen van Fennema’s boek toch met iets
meer gevoel voor de persoon Wilders en iets meer inzicht in zijn politieke
stellingname.

Dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Oktober 2010.

Leave a Reply