Een pseudonieme reactie op mijn weblog over de (afwezigheid van) Amerikaanse geschiedenis heeft me aan het denken gezet. Mijn stukje over Amerika heeft denk op twee punten mensen op het verkeerde been gezet. Ten eerste mist het stukje een rigoreuze definitie van geschiedenis en ten tweede lijkt te impliceren dat het door mij gestelde afwezigheid van Amerikaanse geschiedenis negatief zou zijn.
Ten eerste, zonder definitie kan ik met gemak alles wat misschien geschiedenis zou kunnen zijn met een snel argument weg zetten. Zo wees de reactie mij erop dat ik de Indiaanse geschiedenis niet had genoemd, waar ik overigens in het Museum for the American Indian wel kennis van had genomen. Ik zou kunnen stellen dat dat dit geen Amerikaanse geschiedenis is, maar geschiedenis van andere volken die op het zelfde grondgebied hebben geleefd.
Het heeft denk ik geen zin om een precieze definitie van geschiedenis op te zetten. Het centrale punt van het stuk gaat namelijk niet over het al dan niet bestaan van geschiedenis, maar over hoe Amerikanen met hun verleden om gaan. Amerikanen gaan op een heel andere manier om het verleden om, dan bijvoorbeeld Nederlanders. Er zijn in Amerika geen (of nauwelijks) afgesloten hoofdstukken. In alle vraagstukken is er een lijn tussen het verleden het heden. De grote vraagstukken die speelden in de 19e eeuw (migratie, grootte van de federale overheid, de relaties tussen zwarten en blanken) blijven allemaal actueel. Historische documenten als de Declaration of Independence zouden in Nederland allang al weg gestopt zijn in een archief (waar is de Acte van Verlatinghe overigens?). In Amerika blijft dit document een actuele rol spelen in politieke discussies. De vraagstukken die in Nederland in de 19e eeuw speelden (relatie tussen Koning en parlement, tussen protestanten en katholieken, de kolonisatie van Indonesie) zijn allemaal grotendeels afgesloten hoofdstukken.
Ik heb nog nooit een land gezien als Amerika, waarin verleden zo sterk aanwezig is, dat je kan stellen dat het nog geen geschiedenis geworden is. Dat is in mijn ogen niet iets negatiefs of slechts, maar iets wat te bewonderen waard is. Een discussie over migratie heeft in Nederland weinig historisch besef. In Amerika richt die discussie zich nu op het veertiende amendement van de grondwet, en zelfs in programma's als de Daily Show wordt er verwezen naar historische parlementaire debatten uit de 19e eeuw, over dat amendement. In Amerika leeft het verleden: omdat het politieke stelsel geen grote schokken heeft gehad, maar eigenlijk continu heeft gefunctioneerd sinds 1789. Amerikaanse presidenten staan in de schaduw van Lincoln en Washington. En omdat het als civic nationalist staat voortdurend nieuwe groepen toe laat en deze vormt in de politieke idealen van hun founders. Amerikaanse musea over Afro-Amerikaanse geschiedenis, de Amerikaanse Indiaan, en over de Grondwet herinneren daaraan. Dat is volgens mij iets wat prijzenswaardig is.
Ik ben daarom ook een stuk positiever over het idee van Nationaal Historisch Museum dan ik zeg 3 jaar geleden was. Dit zou volgens mij een prachtige manier kunnen zijn om na te denken over onze eigen geschiedenis, niet als iets dat afgelopen is, maar iets dat onze samenleving heeft gevormd en blijft vormen. Een plek waar we vorm kunnen geven aan onze eigen Nederlandse identiteit: als een land waar democratie gelijdelijk is ontstaan omdat elites zich pragmatisch en flexibel opstelde; als een land dat gebaseerd is op de notie van godsdienstvrijheid en waar dat hand in hand kon gaan met vrijheid van meningsuiting. En als land dat altijd als een veilige haven heeft gediend voor vrijdenkers, dissidenten en politieke vluchtelingen. Die aspecten van onze geschiedenis moeten we nu, zeker nu, in het oog houden.