Barbecueën, nee dank u

Het eind van de zomer is ook het eind van het barbecueseizoen. God-dank! Menig man moest per-se de tuin in om zelf zijn eigen maal te koken boven een koolvuur. k heb fundamenteel twee bezwaren tegen deze manier van eten: het is sterk gericht op vlees en het gaat het uit van een extreme Russische wijze van serveren.

Vlees versus Vega

Als vegetariër is barbecueën geen feest. Als vegetariërs moet je je soms door een goedbedoelde maar weinig inventieve vegetarische burger heen eten. Bij het vleesfestijn dat barbecueën heet, lijken ongeïnspireerde kartonnen schijfjes een must. Immers we gooien ook worstjes, hamburgers en ander vlees op de grill, de vegetariër moet daar ook aan meedoen. Ik ben zeker niet vegetariër geworden vanwege mijn voorliefde voor de smakeloze sojamassa die over de toonbank gaat als vleesvervanger, noch word ik gelukkig van de gekleurde zusters van de soja: de aubergine en de courgette die een zelfde gebrek aan smaak combineren met eenzelfde saaie structuur.

Nu zijn er een heel aantal vegetarische vervangers die prima op de barbecue kunnen: maïskolfjes, meloen, gepofte aardappels, gesmolten kaas in een of andere houder. Dus eigenlijk mag ik niet zeuren. Bovendien worden er vaak puike salades, brood en kaas, en vers fruit op tafel gezet. Een vegetariër kan best aardig eten op een barbecue als we afstappen van de notie dat vlees gegeten dan wel vervangen moet worden door een boordkartonnen replica.

Rusland versus Frankrijk

Maar er is een ander bezwaar dat barbecueën hangt: het is een extreme vorm van service-à-la-Russe. Dat is het serveren van eten in gangen in plaats van in een keer. Worstje voor worstje, maïskolf voor maïskolf komt het eten op tafel. Het bereiden van het eten en het eten lopen parallel. Wil dit echt werken dan is barbecueën een kunst die slechts weinigen verstaan. Terwijl de hongerige familie zich om de tafel dromt, komt het hoofdgerecht maar stapsgewijs op tafel. De honger wordt bestreden met salades en de broodjes kruidenboter. En zo stilt de behoefte voor het werk van de zwoegende koks die zweten boven de kooltjes. Het is onvermijdelijk zo dat de laatste gerechten  op tafel komen als niemand meer honger heeft. Het vlees, de vervanger en de vlijtige voorbereiding verworden tot vuilnis

Mijn idee van goed eten draait uiteindelijk om keuze: een warme volle champignonsoep en een fris-zure tomatensoep; een aardappelsalade en een macaronisalade. En alhoewel de barbecue met haar worstjes en hamburgers, maïskolfjes en smakeloze sojaschijven en brood en salade dit lijkt te bieden is dat niet het geval. De wijze van serveren betekent fundamenteel dat er gegeten wordt wat de pot schaft: eerste gaat de schaal met brood op, dan de schaal met salade, dan in volgorde de eerste paar gangen van het gebarbecuede tot, en dat is altijd vrij snel, iedereen zich vol heeft gegeten aan wat er was in plaats van wat hij wilde.

Leave a Reply