“O ja, daar ben jij van: science fiction.” zei iemand toen ik op de vakantie World War Z aan het lezen was. Nou zijn zombie films of boeken helemaal niet mijn ding. Maar World War Z is een fascinerend boek. In een fascinerend genre.
Wel fictie, geen romanWorld War Z is wel fictief maar geen roman. Het behoort tot een wonderlijk genre: van niet-verhalende fictie. Het boek vertelt over de uitbraak van de zombieplaag in verschillende interviews met betrokkenen. Het andere boek dat ik die vakantie las, was For Want of a Nail, een politieke geschiedenis van Amerika als de Amerikaanse revolutie was mislukt. Alternatieve geschiedenissen worden vaak in deze vorm vertelt. Zo is het wel fictie, maar geen roman.[1]
Wat als
Waartoe deze vorm van fictie ons in staat stelt is om na te denken in verschillende scenario’s. Het geeft ons de mogelijkheid om na te denken over de vraag ‘Wat als?’ In World War Z onderzoekt Max Brooks wat er zou gebeuren als er een zombieplaag zou uitbreken. Hoe reageert China als er onder haar burgers een nieuwe vorm van hondsdolheid zou uitbreken? Met geheimhouding en een conflict met Taiwan om het gezicht te redden. Hoe reageren bedrijven op de angst voor een nieuwe ziekte? Met een vaccins en luchtzuiveraars die niet werken. Hoe reageert de Verenigde Staten op een uitbraak van een zombieplaag? Met Shock & Awe waarvoor de zombies bijzonder ongevoelig zijn.
En zo is het boek een harde analyse van het onvermogen van de politiek om problemen op te lossen. In een fascinerende scene zegt een Amerikaanse politicus over de uitbraak van de zombieplaag: ‘Politiek kan er niet voor zorgen dat het stopt met regenen. Het enige waarvoor je kan zorgen is dat het dak niet lekt op de mensen die voor je stemmen.’
Maar het is ook een onderzoek van de menselijke natuur: als blijkt dat zombies niet tegen de kou kunnen dan trekken veel mensen naar het noorden. Daar vormen zich kleine tentendorpjes. Eerst is het allemaal heel gezellig, met kampvuren en gitaren. Naar mate het voedsel en de brandstoffen opraken wordt de sfeer grimmiger. De baby van de buren is verdwenen, maar moeder kwam aan met mals vlees.
Alternatieve geschiedenis
For Want of a Nail schetst een andere alternatieve mogelijkheid. Wat als de Amerikanen de revolutie hadden verloren. Volgens de auteur, Robert Sobel, waren er dan twee staten ontstaan: een Confederatie van Noord-Amerika die deel blijft van het Britse Gemenebest en de Verenigde Staten van Mexico, die gesticht wordt door revolutionairen.
Sobel schetst twee Amerika’s: een gematigd, isolationistisch, welvarend Amerika, de Confederatie, en een extreem, arm en agressief Amerika, de Verenigde Staten. Sobel legt zo eigenlijk de spanning in Amerika weer: de Verenigde Staten is het revolutionaire deel, de Confederatie is het Verlichte deel. Maar de Verenigde Staten behoudt ook slavernij, heeft spanning tussen de verschillende etnische groepen, wordt gedomineerd door een machtig bedrijf en vervalt regelmatig in dictatuur. Het eindigt als een dictatuur met een socialistische inslag. De confederatie schaft slavernij snel af, heeft een parlementair stelsel en behoudt een vrijemarktstelsel.
Zou Amerika echt opgesplitst zijn in een verlichtliberale deel en een militair-socialistisch deel? Met name over dat laatste twijfel ik: het extreem-rechtse deel, rascistisch, dictatoriaal, met een grote macht voor bedrijven, vermengt met het extreem-linkse deel dat geneigd is tot socialisme en economische gelijkheid.
Denken in scenario’s
Verhalen versterken de mede-menselijkheid zo stelde Martha Nussbaum al. Ze helpen om je te verplaatsen in andere mensen. Niet-verhalende fictie versterkt het vermogen om te na te denken over alternatieve mogelijkheden, in scenario’s. Wat als is volgens mij de centrale vraag voor de politiek. Dat betekent niet denken in utopieën. Maar juist in verschillende mogelijkheden. Als dit kabinet gevormd wordt, wat gebeurd er dan? Wie worden er ministers? Wie volgen hen op: in de Kamer maar ook de colleges? Dat zijn maar een paar voorbeelden: ‘wat als?’ kan op kleine schaal en op grote schaal. Niet-verhalende fictie scherpt de fantasie die nodig is om die vraag na te denken.
[1] Het is zo eigenlijk het tegenovergestelde van een biografie, (wel een roman maar niet fictief). In deze simpele ordening heb je dan nog wel fictie-wel roman (de klassieke roman) en noch fictie, noch roman (een wetenschappelijk boek).