Ik heb Peter Mair altijd een heel inspirerende politicoloog gevonden: erudiet, kritisch, doordacht. Twee jaar geleden overleed hij. Hij was bezig met een boek. Wat er al als manuscript lag, is nu verschenen onder de onheilspellende titel Ruling the void. The hollowing of Western Democracy. Het is natuurlijk onmogelijk om een onvoltooid boek te beoordelen alsof het een afgerond boek zou zijn, maar wat vertelt Mair in zijn boek?
Mair richt zich op het falen van de partijen, van het vermogen van partijen om kiezers te betrekken bij de politiek en het vermogen van de partijen om te fungeren als uitvalsbasis voor politici. Het falen van partijen is volgens Mair een groot probleem omdat representatieve democratie alleen maar kan functioneren in termen van politieke partijen.
Verwijdering tussen kiezers en partijen
De eerste these is wel bekend. En Mair toont dezelfde getallen die we allemaal kennen. Teruglopende ledenaantallen, grotere electorale volatiliteit. teruglopende opkomstcijfers. Hij verwijst hierbij veelvuldig naar studies uit het begin van 2000s. Dat leidt, in mijn ogen, tot twee vragen: ten eerste, is sinds 2000 de situatie fundamenteel verslechterd. En zijn volatiliteit, lage opkomst en lage ledenaantallen een probleem?
Ten eerste, de situatie lijkt sinds de jaren ’90 niet fundamenteel verslechterd te zijn. Ledenaantallen, opkomstcijfers, volatiliteit zijn niet sterk verslechterd. Mair laat zelf zien dat de jaren met de laagste opkomst en sterkste volatiteit geconcentreerd zijn in de jaren ’90.
Ten tweede, is dit echt een probleem? Is volatiliteit, bijvoorbeeld, niet een teken van een kritisch electoraat. Is het niet goed dat kiezers weglopen als partijen hun beloften niet nakomen, slecht besturen of onderling ruzie maken? Is een democratie gezonder als kiezers dat allemaal slikken en op een partij blijven stemmen omdat ze luisteren naar priesters of vakbondsleiders?
Opkomst, is in mijn ogen, wel een zorgwekkende trend: dit zijn burgers die niet betrokken zijn bij de politiek. Daarbij wil ik wel opmerken dat de systemen die de meeste alternatieven hebben voor de partijendemocratie, de Verenigde Staten en Zwitserland, lagere opkomst hebben. In de VS worden meer ambtsdragers direct verkozen en vaak meer vanwege hun individuele reputatie dan vanwege hun partijlidmaatschap. En in Zwitserland kunnen groepen burgers vragen om referenda. Je moet je daarom afvragen een lage opkomst het gevolg is van het falen van partijen.
Verzwakken van partijendemocratie
De tweede trend die Mair observeert is dat het fenomeen ‘party government’ is verzwakt. Onder ‘party government’ bepaalt de de verkiezingsuitslag welke partij in de ministerraad komt, worden politici geselecteerd uit partijen, bieden partijen heldere beleidsalternatieven en zijn ministers verantwoordelijk door partijen. Volgens Mair zijn partijen op al deze punten verzwakt, behalve de eerste. Maar met echt overtuigend bewijs komt hij niet: in de strijd tussen Blair en Brown speelde het een rol wie het goed deed op televisie. Maar dat is een anekdote geen bewijs van een fundamenteel falen van partijen: Mair gaat er aan voorbij dat meer dan ooit hebben partijleden door interne verkiezingen direct grip op wie er partijleider wordt.
Partijen bieden ook geen beleidsalternatieven maar volgens Mair, omdat de links/rechts-dimensie verzwakt is en partijen naar elkaar toegegroeid zijn. Maar dat juist op allerlei thema’s (zoals immigratie en integratie) voor het eerst echt politieke competitie is wordt door Mair niet benoemd.
Partijen zijn, ten slotte volgens Mair ook minder verantwoordelijk voor beleid. Hij verwijst hierbij naar delegatie van verantwoordelijkheden naar niet-majoritaire instituties. Dit is een trend naar depolitisering. Voor een Nederlander klinkt dit maar al te bekend in de oren. Een van de hoofdregels van onze consensusdemocratie is depolitisering: de manier om politieke conflicten te voorkomen. En denk maar aan het idee van publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie uit de jaren ’50, waar politici werknemers en werkgevers samen verantwoordelijk maakten voor beleid. Dit is volgens mij niet onverenigbaar met partijendemocratie.
Onthechting, Europeanisering en Populisme
Dan zijn er drie opmerkelijke ontwikkelingen die Mair ziet: ten eerste de onthechting van partijen van hun maatschappelijke banden. Dit was de kernthese van zijn zeer invloedrijke artikel samen met Katz uit 1995. Dit vermindert het vermogen van partijen om verschillende maatschappelijke belangen te integreren en de eisen van burgers te articuleren. De beweging van partijen van de maatschappij naar de overheid leidt tot een verandering in de rol van partijen: van vertegenwoordiger van het volk bij de overheid naar de vertegenwoordiger van de overheid bij het volk. Partijen zijn de PR-bureau’s van de overheid, citeert Mair Andeweg.
Ten tweede, is er de Europeanisering. In de Europese Unie komen een boel problemen die Mair observeert samen: burgers zijn niet betrokken bij het Europese project, komen niet op bij verkiezingen. Europese instellingen zijn bij uitstek niet-majoritaire instellingen, waarbij vaak besloten wordt door experts in plaats van door politieke meerderheden. Bovendien hebben Europese partijen nauwelijks worteling in maatschappelijke organisaties of onder burgers.
Maar in dat zelfde hoofdstuk observeert Mair de opkomst van populistische partijen in Europa. Hierin zien we volgens mij juist de kracht van partijendemocratie. Want de onvrede die Mair observeert, tegen een elite die geen contact meer onderhoudt met de maatschappij, die geen verschillende oplossingen biedt, tegen een Europees democratisch deficiet en die beleidsmaker probeert te isoleren van de samenleving, vindt uiting in populistische partijen. En zo organiseert de partijendemocratie haar eigen correctiemechanisme. Ook populisten doen met partijen mee aan verkiezingen om zo de stem van het volk te laten horen. Partijendemocratie betekent niet de organisatie van de politiek door de huidige partijen, juist de opkomst van nieuwe partijen en de ondergang van oude partijen is een belangrijk onderdeel van haar zelfcorrigerend vermogen.
Eindoordeel
Het is eigenlijk onmogelijk om een eind oordeel te geven voor een onvoltooid boek, maar het is mijn indruk dat Mair te cynisch is over de ontwikkelingen in de partijendemocratie. De ondergang van politieke partijen, kortom die Mair observeert, is volgens mij onterecht. We zien kritische burgers die misschien minder hebben met de huidige partijen, maar een partijenstelsel dat ruimte biedt voor nieuwe partijen.