Minder Partijen?

Gerd Leers pleitte in de Volkskrant vanochtend voor een
kiesdrempel van 5%
. Dat zou de versplintering van de Nederlandse politiek tegen
gaan en zo bijdragen aan de bestuurbaarheid van Nederland.

Laat ik voor opstellen: de Nederlandse politiek
versplintert. Nog geen twintig jaar geleden haalden het CDA en de PvdA samen
ruim 100 zetels in de Tweede Kamer. In de laatste peilingen is een stabiele
drie-partijencoalitie een unicum. Vanuit de marge worden nieuwe en kleine
partijen electoraal steeds sterkere spelers. Haalden de vier grootste
partijen in 1989 nog 90% van de stemmen, in 2006 blijft de teller voor de vier grootste
op 79% steken en in de laatste peilingen halen de vier grootste partijen 67%
van de stemmen. En daarbij komt nog eens bij de samenstelling van de lijst met grootste partijen hevig verandert: in 2006 was de SP, jarenlang een marginale partij, een van de
top 4 en nu zal de PVV misschien niet de grootste worden maar lijkt zij niet
uit de top 4 te slaan. Politicologen gebruiken het effectieve aantal politieke
partijen
om te kijken hoe versplinterd het parlement wordt. Deze maat kijkt ook naar de relatieve grote van partijen. Deze was in
1989 4 en in 2006 5,5 en in de laatste peilingen zelfs 7. Kortom: het
Nederlandse parlement versplintert. En met meer partijen wordt het lastiger
regeren.

Naamloze_afbeelding_1_2
Maar gaat een kiesdrempel van 5% daartegen werken? In de
figuur hiernaast zie je een overzicht van hypothetische Nederlandse parlementen (1989-2006)
met een kiesdrempel van 5%. We gaan uit van de verkiezingsuitslag zonder
strategisch gedrag van partijen of kiezers. In 1989 en 1994 zijn er vier
partijen met meer dan 5% van de stemmen: het CDA, de PvdA, VVD en D66. In 1998
breekt GroenLinks boven de 5% uit. In 2002 komen LPF en SP erbij. In 2003
verdwijnt D66 onder de 5%. De VVD en het CDA hebben dan zonder D66 ook een
meerderheid. In 2006 vallen de LPF en GL onder de 5%, maar de PVV komt
boven de 5% uit. Zelfs met een kiesdrempel van 5% wisselt de samenstelling van
de Tweede Kamer sterk, stijgt het aantal partijen en weten populistische
bewegingen de Tweede Kamer binnen te komen. Overigens: als populistische bewegingen niet
meer dan 5% van de stemmen zouden halen, zouden we toch ook geen kiesdrempel
nodig (denken te) hebben?

Pvvcorrect
Waar de situatie tot 2006 nog redelijk georganiseerd was,
laten de laatste peilingen een ander beeld zien: in de figuur hiernaast zie je
de samenstelling van de Tweede Kamer op basis van de gemiddelde van de laatste
peilingen van de Hond, NIPO en de Politieke Barometer, zonder kiesdrempel, met
een drempel van 5% en met een drempel van 10%. Zonder kiesdrempel zullen 11 partijen in de Tweede Kamer komen: van Trots met 1 zetel tot de
PvdA met 34 zetels. Met een kiesdrempel van 5% vallen er slechts drie partijen
uit de Tweede Kamer: de SGP, de PvdD en TON. Ze zijn samen 5 zetels waard. De
samenstelling van de Tweede Kamer verandert nauwelijks. Een van de drie
partijen is de SGP, het constitutionele geweten van de
Tweede Kamer, die eerder bijdraagt aan politieke stabiliteit in Nederland dan daar vanaf doet. Pas bij een kiesdrempel van 10% verandert de samenstelling van de
Kamer drastisch. De CU, de SP, GL en D66 verdwijnen uit de Kamer. De PVV, de
VVD, het CDA en de PvdA blijven over. Alhoewel er meer stabiliteit in de Kamer
zal zijn, is de kiesdrempel niet een manier om de bestuurbaarheid van Nederland
te vergroten. Het CDA en de VVD hebben samen geen meerderheid. Er is alleen
maar een coalitie mogelijk van de PvdA met het CDA (uitgesloten door de PvdA)
en van de PvdA met de VVD (uitgesloten door de VVD), van of CDA, VVD en PVV
(niet een stabiele meerderheid), of van PvdA en PVV (in Almere en Den Haag niet mogelijk gebleken).

En dan hebben we nog niets eens gekeken naar strategisch gedrag: als er een kiesdrempel van 5% was geweest in Nederland, hadden, bijvoorbeeld, de kleine Christelijke partijen eerder een verband gesloten. Die zijn samen historisch gezien ongeveer goed voor 5% van de stemmen. En een breder verband van GL en SP komt sinds 1994 ook altijd boven de 5% van de stemmen uit. Een kiesdrempel zal kleine partijen dwingen om samen te werken, maar zal ze niet uit de kamer kunnen houden. In Duitsland is er een kiesdrempel van 5% en zijn er drie partijen die rond die 5% hangen, in de laatste 20 jaar: de FDP, die Gruenen en die Linken. De kiesdrempel heeft het toe treden van die laatste twee partijen niet voorkomen. Ze werden gevormd door coalities van progressieve en groenen enerzijds en linkse socialisten en oude communisten anderzijds. En de aanwezigheid van deze partijen heeft coalitievorming  ingewikkelder gemaakt, daar kan een kiesdrempel van 5% niets aan doen.

Al met al heeft een kiesdrempel van 5% dus geen enkele zin.
Het land wordt er niet bestuurbaarder op: dan moeten de grote partijen minder
onderling uitsluiten en conflicten maken. Meer of minder partijen maakt niets
uit. 

Leave a Reply