Teeming with cooperation skills

Gister was de grote dag: na twee weken van gesprekken met de
kandidaten hadden we met de kandidatencommissie van GroenLinks Leiden een
trainingsdag georganiseerd voor de kandidaten die we een positief advies hadden
gegeven voor de eerste 15 plekken op de lijst. Onder de bezielende leiding van
Marco de Goede een dag lang samenwerken en onderhandelen. Geheel verantwoord
vanuit antropologisch perspectief deden de leden van de kandidatencommissie aan
participant-observation. Ook ik moest een psychologische test doen, mee
onderhandelen en mee denken.

De ochtend begon met de Belbin test. De test geeft een
antwoord op hoe je je opstelt in een team, welke rol je daar hebt. Bij kwamen
er bijna precies ex aequo twee rollen uit: vormgever en monitor. De meeste
kandidaat-raadsleden waren vormgevers: gedreven en gericht geven zij vorm aan
het proces. Dat betekent ook dat ze als star en koppig over komen. Zij weten
welke kant het op moet en dat moet het ook. Monitor is duidelijk mijn meer
wetenschappelijke kant: kritisch en analytisch denken zij mee. Vervolgens zien
ze wel allemaal problemen en bezwaren, maar als ze tevreden zijn dan kan je er
vanuit gaan dat het goed zal gaan. Ik herken mezelf wel in die twee rollen:
doordacht en gepassioneerd. Vanuit dat perspectief begrijp ik ook beter waarom
samen werken me soms beter en minder goed af gaat: dat hangt er vanaf of ik me
meer op mijn monitor of vormgever kant richt en er in het team andere
vormgevers zijn. Meerdere vormgevers in een team leidt tot conflicten.

Maar als ik verder na denk over zo’n test komen er allerlei
problemen naar boven: hoe ik me op stel in een team of gezelschap is sterk
afhankelijk van de andere leden van dat team. Twee voorbeelden: binnen
GroenLinks wisselt mijn rol ook regelmatig. Bijvoorbeeld bij de
programmacommissie van GroenLinks Leiden, waar we qua politieke ervaring min of
meer gelijk waren, trad ik meer sturend op: ik probeerde de vergadering kort te
houden en had wel een aantal ideeen over hoe dingen moesten worden aangepakt.
Bij de kandidatencommissie, waar ik in zit met een oud-fractievoorzitter,
oud-raadslid en oud-duo ben ik meer ondersteunend (als secretaris) en
kritisch-analytisch (in de gesprekken).

Ik speel met een groepje vrienden regelmatig World of
Warcraft
. Een spel waarbij team work en samenwerking heel belangrijk is. Ik heb een stuk minder kennis en
ervaring dan de anderen. Ik ga dus geen richting geven of kritisch zitten na
denken. Ik doe wat me gevraagd wordt en probeer het gezellig te houden. Dat
past veel meer in de teamrollen van groepswerker of de bedrijfsman. Een van die
vrienden, een overduidelijke monitor in het dagelijks leven, ontpopt zich op
World of Warcraft als een plannende, coordinerende, sturende
voorzitter/vormgever.

Een van de mooiste verhalen in dit verband gaat over een
andere vriend van mij: iemand die altijd te laat komt, met wie het moeilijk een
afspraak plannen is omdat hij geen agenda bij houdt, die niet het initiatief
neemt om bij elkaar te komen. Met wie het overigens wel altijd heel gezellig
is. In de vriendengroep waar hij, ik en nog wat andere zitten is hij de
slacker. Maar in andere vriendengroepen schijnt hij degene te zijn die alle
initiatieven neemt, plant, coordineert en organiseert. Omdat een van onze
gezamelijke vrienden altijd het initiatief op zich neemt hoeft hij dat bij ons
niet te doen. Maar die andere vriendengroep, dat zijn muzikanten, en daar is
hij de minst grote slacker.

 

 Die Belbin rollen zijn dus geen wetten van Meden en Perzen. De
rol die je in neem in een team is afhankelijk van de rest van dat team. Co-constitutive team roles: a post-Belbinian perspective

Leave a Reply