Anti-Techniek veldentheorie

Ik heb deze blog eerst met vulpen uitgeschreven, u weet wel, op papier, voordat ik eindelijk in tzp met een Oost-Duits toetsenbord op een eeuwenoude PČ van Sovjetrussische makelijk. Er gaat een anti-techniek veld van mij uit. Om mij heen vallen langzaam alle apparaten stil. Computers, USB sticks, Ipods, telefoons, camera’s.

Ik ben in het prachtige, zonnige Ljubljana op een zomerschool van de ECPR. Zo’n zomerschool wordt niet alleen bezocht door zo’n 300 graduate students van over de hele wereld (van Japan tot Nederland, van Canada to Palestina). Maar ook door hun 300 macbooks. Ik kon niet achter blijven. De angst voor slechte Oost Europese compouters, gecombineerd met het feit dat ik mijn eigen data mee kon nemen en dus verder kan werken aan mijn onderzoek, The West Wing kon kijken en iedere avond mijn vriend kon skypen, overtuigde me ervan om in de spur of the moment de nieuwste macbook te kopen. Met een hip touch pad, de meest milieuvriendelijke technologie en dat prachtige appel design. Mijn trouwe ipod ging ook mee, want ik ben nergens zonder muziek.

Tijdens de treinreis durfde ik mijn macbook nauwelijks aan te raken, zo mooi en nieuw. Mijn Ipod, toch al bijna 4 jaar oud gaf het op tijdens de treinreis. Soit dat ik: er staat meer muziek op mijn laptop.

Ik behandelde mijn macbook de eerste paar dagen als een prins. Toch genoot ik met volle teugen van hem. De colleges statistiek waren stukken beter te volgen als je onder tussen met dezelfde input, dezelfde output krijgt als de docent. Die tweede avond was het rustig op de campus. Ik wilde The West Wing gaan kijken. Ik start mijn laptop op: een blauw scherm. 5 minutenlang, 30 minutenlang. Ik bel mijn vriendje in Nederland, hij belt mijn broer, een apple expert. Ik moet waanzinnige toetsencombinaties indrukken. Opnieuw opstarten. Het heeft geen zin. De volgende dag wijst een mede-cursist me op de lokale apple winkel. Daar ligt hij een paar dagen ter diagnose. Onder tussen verlies ik ook nog mijn USB stick met alle bestanden voor mijn werk. De apple winkel belt. Ze hebben de originele installatie discs nodig van OSX. Die liggen nog in Leiden. Ik bel mijn vriend. Hij stelt voor ze per koerier te versturen. Voor 60 euro zijn ze de volgende dag hier. Voor de rest maak ik geen kosten want Apple heeft het eerste jaar gratis garantie.

Gister kwam het pakketje aan. Ik in de pauze naar de apple winkel. Binnen twee uur is OSX opnieuw geinstalleerd. Ik kom terug. Daar staat hij, hij werkt weer! De hele avond spendeer ik aan het herinstalleren van allerlei programmas. Onder tussen Skype ik uitgebreid met mijn vriend.

Eindelijk geen trage oostblok PCs meer, eindelijk geen Oost Duits QWERTZ toetsenbord waar van alles onder verborgen zit. Alles op die prachtige zilveren mac. Om een programma te installeren start ik hem op nieuw op. Het blauwe scherm staart me weer aan. Daar vervliegt mijn droom om te skypen, te werken en college 2.0 te volgen.

Vanochtend weer terug naar de mac winkel met mijn installatie CDs. Half uur heen, half uur terug. Het maakt me allemaal niet meer uit. Die prachtige prins, die zilveren schone, die hippe jongen met zijn multifingertrackpad blijkt een onbetrouwbare vlegel. Was het niet Vergillius die al schreef: "varium et mutabile semper Malum MacLiber." 

Er gaat dus een soort antitechniek veld van mij uit. Mijn Ipod (voor altijd op slot), mijn mac (voor eeuwig een blauw scherm) en mijn USB stick (tot het einde der tijden verloren) zijn al geslachtofferd. Eergisteravond bel ik mijn vriend. Als ik zeg dat alles wat elektronisch in mijn buurt kapot gaat, wijst hij er fijntjes op dat ik nog een telefoon heb die werkt en een camera die nog foto’s maakt. Nog diezelfde avond valt de camera van een mede-studenten uit als ik in de buurt ben en sluit de telefoon mijn kamergenoot zich af voor de buiten wereld, als ik hem aanraak.

Misschien moet ik maar in Timor Leste gaan wonen. Het land met de minste internet gebruikers van de hele wereld. Weg van de techniek. Heidegger zou trots op me zijn.

Leave a Reply