Vandaag was ik weer mee op de GroenLinks parkentoer. De laatste keer, in het Westerpark in Amsterdam. Gelukkig kon ik achter de bar staan, lekker cocktail mixen en drankjes schenken, voor de toehoorders van de speeches van Femke Halsema, Marijke Vos en Judith Sargentini en voor de kinderen die in het park waren. Zo heb ik dus geen nieuwe kiezer gesproken. Immers 90% van de toehoorders van de speeches van de drie GroenLinks vrouwen waren GroenLinks leden. En de kinderen in het park zijn niet stemgerechtigd.
Natuurlijk zijn mensen op een GroenLinks campagne event GroenLinks’ers. Zelfs bij de speeches van Barack Obama bestaat het publiek met name uit Democraten. Die juichen lekker luid als de boel op de televisie worden uitgezonden. Zo’n campagne event is een media moment. Niet meer, niet minder. Maar er was weinig (lokale) media mee op de GroenLinks parkentoer. Dan wordt die parkentoer een netwerk- en borrelbijeenkomst in een park voor GroenLinks kader. Gezellig maar zonde van de tijd.
De incrowd van GroenLinks vindt zo’n campagne event natuurlijk hartstikke leuk. Als de parkentoer herhaald wordt ben ik er natuurlijk ook weer bij. Keigezellig.
Je ziet het wel vaker met campagnes: de logica van de partijkader neemt de campagne over. Laat mij twee kleine voorbeelden geven: de GroenLinks site over de Europese verkiezingen heet "Zin in Europa". Niemand buiten GroenLinks begrijpt dat GroenLinks zin in Europa heeft. Hoe zo zin in in Europa? In langdurige veetransporten? In Letse homohaat? In privatisering van de zorg? In nog een termijn met Barosso? Natuurlijk weet ik wel waarom GroenLinks "zin in Europa" heeft, immers GroenLinks heeft "zin in de toekomst", en voor de Europese verkiezingen is dat dus "zin in Europa". Niemand buiten het partijkader begrijpt daar iets van. Overigens niemand buiten GroenLinks begrijpt de leus "zin in de toekomst". Zin in welke toekomst? Klimaatverandering? Wilders aan de macht? Voortdurende oorlog in Irak? We hebben natuurlijk "zin in de toekomst" gekregen na het twee jaar durende toekomstproject. Maar daar heeft geen kiezer last van gehad.
Maar ook andere partijen lijden er onder. Campagne voeren voor de eigen parochie. Ik denk dat posters van de Partij voor de Dieren er ook wat trekjes van hebben. Op de poster van de Partij voor de Dieren staat een nogal bloedige dode stier met de leus "kies nu partij voor de dieren". Een "leuke" poster voor leden van de partij voor de dieren. Dat zijn, als de campaigners in Leiden zaterdag enige indicatie zijn nogal wereldvreemde verdwaasde mensen die het lijden van het hele dierenrijk op hun schouders dragen. Zij worden aan gegrepen door zo’n poster. Hun veganistische hart gaat sneller kloppen. De gemiddelde PvdD stemmer heeft echter helemaal niets met een dode stier. Dit zijn linkse apolitieke mensen die niet voor Europese eenwording zijn. Die stemmen op de Partij voor de Dieren omdat ze niets hebben met de bestaande partijen en wel wat willen doen voor de dieren. Een dode stier, denk ik, schrikt deze wat naieve, lieve kiezers af. Maar ja, de PvdD heeft nu leden en die willen ook wat: een foto van bloedige stier.
Dode stieren, borrels in het park, zin in Europa. Daar heeft geen kiezer iets aan, maar ja, de partijleden vinden het zo leuk.