Partij van de Toekomst 3: Vrijheid en Solidariteit

Ik wil in een aantal blogs de idealen van
GroenLinks zoals vastgelegd in het nieuwe beginselprogramma bespreken: na participatie en de partijdemocratie, en internationale solidariteit
en samenwerking
, nu over  solidariteit en vrijheid, om later milieu en
moralisme en structuur en de opbouw van het stuk te bespreken.

In de controverse over Vrijheid Eerlijk Delen bleek wel dat binnen GroenLinks de strijd tussen links-liberaal en klassiek socialist de grootste was. Tussen individualistisch en gemeenschapsgezind, tussen vrijheid en solidariteit, tussen vrijzinnig en kritisch GroenLinks, tussen Femke en Leo. De vraag rijst in hoeverre het nieuwe beginselprogramma in staat is om deze tegenstelling te overbruggen. Ik heb zelf in dit debat altijd een ambigue positie in genomen, als liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten. Ik zal nadat ik heb gekeken in hoeverre Kritisch GroenLinks blij kan zijn met dit programma kijken in hoeverre ik er zelf blij mee kan zijn.

Ik denk dat de kritisch GroenLinkse koers zich kenmerkt door kritiek op de liberale koers in vijf elementen:

  1. Een nadruk op de tegenstelling tussen insider/outsider speelt de arbeidersklasse uit elkaar;
  2. GroenLinks moet haar relatie met de vakbonden versterken;
  3. Inkomens moeten eerlijker verdeeld worden;
  4. De overheid moet een grotere rol spelen in de economie;
  5. En GroenLinks moet de nadruk leggen op solidariteit en niet op vrijheid.

Insider/Outsider
Het beginselprogramma herhaalt de kritiek die al in Vrijheid Eerlijk Delen stond, over de verouderde
verzorgingsstaat die allochtonen, vrouwen, lager opgeleidden,
gehandicapten geen perspectief biedt. Wat vroeger leek te voldoen, voldoet niet meer. De termen "insider" en "outsider" worden niet genoemd, ook wordt er niet afgegeven op de insiders, de blanke vakbondsmannen van middelbare leeftijd. Maar deze tegenstelling is de enige maatschappelijke tegenstelling waar het beginselprogramma op duidt.
De nadruk op deze tegenstelling is misschien afgezwakt, maar niet ingeruild.

Vakbonden
Het woord "vakbeweging" komt 1 keer in het
programma voor, in een geschiedenisparagraaf, het woord "bedrijf" 13 keer, vaak in positieve zin. GroenLinks lijkt haar bondgenoot meer te zien in bedrijven dan ik vakbonden.
Dat
is tekent voor de visie die het programma heeft op de relatie tussen
werkgevers en werknemers. Hoe ziet GroenLinks de relatie tussen abeid en kapitaal? Weggemoffeld in "wij zijn democratisch" staat
een zin over bedrijfsdemocratisering. Waar is onze visie op de
economische globalisering? Op de opkomst op het locust-kapitaal? Op de ongelijke machtsverhouding tussen werknemers en werkgevers?

Inkomensherverdeling
Radicale inkomenspolitiek wil het beginselprogramma ook niet voeren. De nadruk
waar het gaat om inkomensherverdeling gaat niet verder dan het fatsoenlijk bestaansminimum, dat zo uit het PvdA-beginselprogramma lijkt over te zijn genomen, en perspectief op participatie in de arbeidsmarkt. Streeft GroenLinks niet meer naar een rechtvaardige verdeling van inkomen?  Waar is ons verhaal
over de groeiende kloof tussen rijk en arm? Over exhibitionistische zelfverrijking aan de top?

Staat & Markt
Waar bij de
verzorgingsstaat het behoud van het huidige systeem voor ons niet
genoeg was, willen we bij privatisering wel pas op de plaats gemaakt
worden: de overheid mag de verantwoordelijkheid voor het publieke
belang niet afschuiven op anderen. Is dat onze hele visie op de rol van
de overheid in de economie: niet aan morrelen! Een zoenoffer aan de Kritisch GroenLinksers?

Solidariteit
De tegenstelling tussen individualisme en gemeenschapszin komt ook tot uiting in "wij zijn open". Hier wordt gemeenschapszin wordt gereduceerd tot de liberale begrippen verantwoordelijkheid en tolerantie. Lotsverbondenheid, solidariteit, een meer socialistische invulling van het begrip gemeenschapszin missen. Gemeenschapszin in een uniforme samenleving zou een leeg begrip zijn volgens het nieuwe programma, maar is dit soort liberale gemeenschapszin niet even hol?

Een heel sterke brug tussen de meer nieuw-liberale en de meer klassiek-socialistische stroming wordt in dit programma niet gelegd: solidariteit wordt vervangen door verantwoordelijkheid, een eerlijke verdeling van inkomen door een "fatsoenlijk" minimum, vakbonden door werkgevers, en de tegenstelling tussen insiders en outsiders blijft staan, alleen de pas op de plaats waar het gaat om marktwerking.

Liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten
Ik heb zelf in het debat tussen Kritisch en Vrijzinnig GroenLinks een bijzondere positie ingenomen. Ik ben veel liberaler dan het "arbeid = vrijheid"-liberalisme, en veel socialer dan het "wat voldeed, voldoet"-socialisme.
 Ik geloof in liberalisme als de vrijheid om je eigen idee van het goede leven in de praktijk te brengen. Dat betekent dat de politiek geen aannames moet doen over hoe mensen hun leven willen inrichten maar daar hun vrij in willen laten. Van een zin als "We willen allemaal prettig werk kunnen doen" gruwel ik dan ook: mensen moeten zelf bepalen of ze werk prettig vinden of niet!
Ik realiseer me dat ik met deze positie een extreme plaats binnen GroenLinks inneem, dus heb ik me een wat bescheidenere positie in genomen: er moet een balans zijn tussen de nadruk op participatie en de nadruk op ontspanning. Werk is niet alles en mensen moeten de kans krijgen om arbeid te combineren met vrijwilligerswerk, vrije tijd, zorg, en opleiding. Met een zin als "De verzorgingsstaat wordt langs twee invalshoeken gemoderniseerd", namelijk meer participatie en meer ontspanning, lijkt het nieuwe beginselprogramma die balans in elk geval te zoeken.

Leave a Reply