DWARScongres tussen publiek en privaat

Een van mijn nieuwe hobby horses is het onderscheid tussen de publieke en de private sfeer. En alhoewel het DWARScongres eigenlijk over dierenrechten ging, liep het onderscheid tussen politiek en maatschappij door het congres heen.

Een van de grootste discussies op het congres betrof het dierenrechten manifest/handvest. Het stuk dat anderhalf jaar was aangenomen werd nu eindelijk gewijzigd naar aanleiding van felle kritiek. Een van de wijzigingen betrof het woord liefde: in het origineel hadden dieren recht op liefde, nu alleen nog maar op respect en integriteit. Ik ben erg blij met dit amendement liefde behoort niet tot de sfeer van de politiek. De hoogste waarde van de politiek is rechtvaardigheid, hieruit volgen allerlei universele rechten en plichten waar iedereen zich aan moet houden. In persoonlijke relaties (in de private sfeer) gelden allerlei andere waarden, waarvan liefde de belangrijkste is: een vader moet zijn kind verzorgen niet omdat ze daar recht op heeft, maar omdat hij van haar houdt. Dit betekent overigens niet dat ik het met Jesse oneens ben dat politieke actie geinspireerd kan worden door (naasten)liefde, maar dat geldt ook voor woede, haat en ambitie. Een recht op liefde is voor mij een onmogelijk mengsel van publieke en private principes.

Naar aanleiding van het debat, nam het congres een motie aan van Esther die, na enige amendering van Selcuk las: "het congres spreekt uit dat ieder DWARSlid op een eigen manier invulling geeft aan het dierenrechtenhandvest/manifest." De originele intentie was om ieder DWARSlid te dwingen vegetarier te worden. Ik vind niet dat de overheid mensen kan dwingen om een bepaalde culinaire preferenties te hebben, er is een "scheiding van smaak en staat". Iedereen is vrij om zelf te bepalen wat hij wilt eten: smaak behoort tot de private sfeer. De overheid moet er echter wel voor dat de culinaire voorkeur van de een, de vrijheid van de ander niet beperkt en dat daar anders compensatie voor is: door, bijvoorbeeld vlees veel duurder te maken (en het geld te gebruiken voor meer dierenwelzijn).

Het laatste debat ging over de overheid en de sexuele moraal, min of meer tussen Arend, wat feministische DWARS’ster en Femke Halsema, kort samengevat door Lot. Hier liepen twee debatten door elkaar: Is de huidige sexuele moraal wenselijk? Waarbij Femke hierop ja zei en een deel van de zaal nee. En moet de overheid hier wat aan doen? Hier had de zaal niet echt een antwoord op, Halsema wou slechts op treden waar het mensen echt onvrij maakt of vernederd, en wilde de overheid meisjes (en jongens) sterker maken door ze sociaal-economische kansen te bieden. Ik ben het Femke Halsema eens: het eerste debat behoort niet tot de publieke sfeer, maar tot de private: dat is een kwestie van smaak. Dat Femke opvallend minder preuts was dan de DWARS’ers is een private aangelegenheid, over smaak valt niet te twisten, en heeft niets te maken met dwarse politiek.  Dat betekent overigens niet dat ik vind dat Halsema helemaal de juiste politieke keuzes maakt. Ze legt te sterk de nadruk op negatieve vrijheid: het is de rol van de overheid om jongeren (in positieve zin) vrij te maken, hun te leren autonoom en kritisch keuzes te maken en de middelen te geven dat te doen.

Op de terugweg merkte Vincent, met recht op, dat een politieke partij iets anders dan een overheid is: een partij, en zeker een politieke jongerenorganisatie staat ergens tussen staat en maatschappij, maar haar principes hebben wel betrekking op het publieke.

Leave a Reply