Het schamele succes van linkse moties

De algemene beschouwingen zijn hét moment waarop partijen het kabinetsbeleid kunnen bijstellen. Bij de laatste algemene beschouwingen werden 24 moties in stemming gebracht. Slechts drie daarvan werden aangenomen. Jolande Sap was de eerste indiener van één daarvan. De andere moties kwamen van coalitiepartij CDA en gedoogpartij SGP. Een succesje voor GroenLinks dus. Maar GroenLinks is niet altijd zo succesvol in het binnenhalen van moties.

GroenLinks-Tweede Kamerleden dienden sinds de beëdiging van het kabinet-Rutte 199 moties en amendementen in. Dit is weinig in vergelijking met andere oppositiepartijen als de PvdA, D66, ChristenUnie en SP, die allemaal ruim boven de 200 moties zitten – alleen de kleine fracties SGP en de Partij voor de Dieren dienden minder moties in. Veel moties van GroenLinks halen bovendien geen meerderheid. D66, ChristenUnie en SP halen ongeveer 100 voorstellen binnen. De SP scoort overigens procentueel niet beter dan GroenLinks: zij haalt meer voorstellen binnen, maar dient er ook veel meer in. De PvdA weet als grootste oppositiefractie 136 voorstellen aangenomen te krijgen. GroenLinks blijft steken op 48.


‘Linkse’ motie minder kans op succes
Wat verklaart het succes van moties? Er is een heldere links-rechtsstructuur waarneembaar in de mate waarin partijen moties krijgen aangenomen. Partij voor de Dieren, SP en GroenLinks krijgen het minst moties aangenomen. Als linkse partijen, staan zij het verst van dit kabinet. De PvdA, D66, ChristenUnie en SGP – en hun voorstellen – staan dichter bij het centrum. Over het algemeen worden alleen niet-ingrijpende moties aangenomen. De moties van GroenLinks-Kamerleden die het halen, vragen om informatie of verzoeken de regering zich – vaak in internationaal verband – ergens voor in te zetten.

De motie die Sap indiende tijdens de algemene beschouwingen stelde dat de norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product voor ontwikkelingssamenwerking behouden moet blijven, zelfs als er straks nog meer bezuinigd gaat worden. Die 0,7-norm is staand kabinetsbeleid; GroenLinks heeft met de motie voorkomen dat dit kabinet – dat al op ontwikkelingssamenwerking bezuinigt – nog verder op ontwikkelingssamenwerking gaat korten. Meer verregaande voorstellen zouden waarschijnlijk niet op de steun van CDA of VVD kunnen rekenen, en zonder hen is er geen meerderheid. Moties die vragen om een serieuze aanpassing van het kabinetsbeleid, ofwel de meerderheid van de GroenLinks-moties, halen het dus niet.

De data voor dit onderzoek zijn verzameld door Tom Louwerse en Simon Otjes (Universiteit Leiden). Dit artikel is ook verschenen op de website van het GroenLinks Magazine.

Leave a Reply