Voorkeurstemmen

De kandidatenlijst van een partij is naast een lijst van kandidaten voor de Tweede Kamer ook een belangrijk campagnemiddel: het laat aan de kiezers zien hoe divers de partij is. Het is een manier voor jonge talenten om zich te profileren. Maar het is ook een manier om kiezers net over de streep te trekken met een kandidaat die hen aanspreekt. GroenLinks koos voor een prominente lijstduwer en een aantal regionale kandidaten aan het eind van de lijst. Heeft dat allemaal zin gehad? Op het eerste gezicht niet. GroenLinks is een van de partijen waar het meest op de lijsttrekker wordt gestemd. 92% van de stemmen op GroenLinks gingen naar de lijsttrekker. Alleen bij de PVV (95%) en bij de SGP (93%) gingen er (relatief) meer stemmen naar de lijsttrekker. Zelfs bij de PvdA waar de campagne sterk gericht was op de persoon Cohen, ging maar 82% van de stemmen naar de lijsttrekker. Bij GroenLinks was de campagne ook sterk gericht op Halsema. Veel stemmen bij de PvdA gingen echter naar de eerste vrouw. Als zo'n groot deel van de stemmen naar de lijsttrekker gaat dan blijft er maar een klein deel van de stemmen over voor de andere kandidaten. In totaal gingen er bij GroenLinks 577.126 stemmen naar Halsema en 50.970 naar de overige kandidaten. Bij GroenLinks, anders dan bij het CDA of D66 zijn er dan ook geen kandidaten met voorkeursstemmen de Kamer in gekomen.  Welke kandidaten, behalve Halsema, zijn dan wel (relatieve) stemmenkannonen?

Voorkeursstemmen

Er zijn vier belangrijke patronen: zittende Kamerleden krijgen ruim zes keer meer stemmen dan mensen die nog niet in de Kamer zitten. En vrouwelijke kandidaten doen het ook relatief goed: zij krijgen twee keer zoveel stemmen als mannelijke kandidaten. Zo gaan, zelfs als de lijsttrekkker een vrouw is, de meeste voorkeurstemmen naar de tweede vrouw op de lijst: Jolande Sap. Allochtone kandidaten doen het ook goed. Zij halen bijna twee keer zoveel stemmen als autochtone kandidaten. De enige kandidaten buiten de top #10 van GroenLinks die goed scoren (naast lijstduwer Kathalijne Buitenweg), zijn Nadya van Putten, Ahmed Harika en Hayat Barrahmun. Dit zijn ook de enige allochtone kandidaten na plek #10. Opvallend is de afwezigheid op de lijst van een kandidaat met een Turkse afkomst, terwijl kamerkandidaten Albayrak (PvdA), Koser-Kaya (D66) en Karabulut (SP) respectievelijk 129005, 18837 en 10007 stemmen weten binnen te halen. Bijna alle kandidaten kregen (relatief) het meeste steun in die kieskringen waar ze woonden. Deze relatie was zo sterk dat Rik Grashoff meer stemmen kreeg in het kieskring Dordrecht, waar hij woont, dan in de kieskring Rotterdam waar hij tot voor kort wethouder was. 26% van de stemmen die niet op Halsema zijn uitgebracht zijn uitgebracht op een kandidaat in zijn of haar eigen kieskring. I Echter voor de echte regionale lijstduwers gaat dit nog maar om een paar honderd stemmen. Geen van deze kandidaten komt boven de 1000 stemmen uit. Dus hebben speciale regionale lijstduwers zin gehad? Regionale spreiding is belangrijk maar voor GroenLinks-stemmers tellen ook andere factoren, met name geslacht en etniciteit, blijkt uit de patronen. De laaggeplaatste allochtone kandidaten haalden veel meer stemmen op dan de speciale regionale lijstduwers. Maar al die voorkeursstemmen helpen slecht een beetje, de stemmen vallen in het niet in vergelijking met de stemmen die zijn uitgebracht op de lijsttrekker. 

Dit artikel is ook verschenen in het GroenLinks Magazine van Juni/Augustus 2010.

Leave a Reply