Zijn vrijzinnigheid en moralisme te verenigen? Daarover is het debat in GroenLinks weer geopend. Sinds 2004 speelt
vrijzinnigheid een steeds sterkere rol in de partij. Dat leidde tot een felle
discussie tussen gemeenschapsgeoriënteerde moralisten en vrijzinnige
vernieuwers. Met het nieuwe programma van uitgangspunten, dat benadrukt dat
GroenLinks staat voor een combinatie
van openheid en gemeenschapszin, leek er een compromis gevonden te zijn. Echter
in een nieuwe cyclus van discussie-avonden over “vrijzinnig paternalisme” die
georganiseerd wordt door het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks en de GroenLinks
Academie, is de discussie weer helemaal terug. De centrale kwestie is dat
GroenLinks aan de ene kant GroenLinks steeds een vrijzinnige liberale partij
is, maar aan de andere kant staat GroenLinks ook voor een groene en sociale
samenleving. Zo’n samenleving vereist dat mensen hun gedrag veranderen. Kan de
politiek mensen aan de ene kant vrij laten en aan de andere kant mensen toch
sturen om de juiste keuzes te maken? Kunnen vrijzinnigheid en moralisme
verenigd worden?
Bij de eerste
discussie-avond kwamen er twee visies naar voren, hoe vrijzinnigheid en
moralisme verenigd konden worden. Joel Anderson, als filosoof verbonden aan de
Universiteit van Utrecht, gaf een kritische beschouwing over het boek “Nudge”
van de Amerikaanse econoom Thaler en jurist Sunstein. Een Nudge is een
aanpassing van de manier waarop mensen hun keuzes maken. Mensen worden niet
gedwongen het goede te kiezen, maar ze worden daar naar toe te bewogen.
Bijvoorbeeld, in een supermarkt beslissen mensen niet altijd rationeel. De plek
waar een product staat is heel belangrijk voor of het verkocht wordt. Zo worden
producten die op ooghoogte staan meer verkocht dan producten waarvoor je moet
bukken. Verkopers weten dit en zetten producten zo neer dat mensen net meer of
duurdere producten kopen dan ze van plan waren. Thaler en Sunstein stellen voor
om deze irrationaliteit te gebruiken: zet de gezonde producten op ooghoogte
neer en laat mensen bukken voor ongezonde producten. Beleidsmakers kunnen op
meer vlakken de manier waarop mensen kiezen aanpassen. Zo kunnen ze mensen vrij
laten en toch laten kiezen wat beter voor hen is. Anderson was kritisch over
deze benadering. Zijn voornaamste bezwaar was dat Nudges een vorm van
manipulatie zijn die op een ondemocratische manier zouden kunnen worden
ingezet. “Het is het perspectief van de expert die weet wat goed voor mensen
is. Er is echter heel weinig aandacht voor de vraag hoe de experts beteugeld
kunnen worden. Waar ligt de grens tussen Nudges en bemoeizucht? Zolang niet
wordt uitgelegd dat en waarom ze gebruikt worden, zijn Nudges ondemocratisch.”
Dick Pels,
directeur van het Wetenschappelijk Bureau had een andere, radicalere visie op
het paternalisme. Hij observeert
in de huidige samenleving “een tendens die individuen ziet als soevereine entiteiten
die recht hebben op hun eigen mening en om zo te handelen als ze zelf willen.
Dat is een groot gevaar voor onze cultuur.“ Tegenover dit doorgeslagen
individualisme is een tegenbeweging noodzakelijk: “een samenleving heeft een
elite nodig die een voorbeeld geeft van goed gedrag. Een politieke partij moet
een normatieve richting aangeven door een idee van het goede leven formuleren
en dat uit te dragen.” De vraag rijst welk idee van het goede leven GroenLinks
heeft. “De kern daarvan is dat mensen het beste uit zich zelf moeten halen, dat
ze een eigen idee van het goede leven kunnen ontwikkelen. Dat betekent bijvoorbeeld dat mensen geen slaaf zijn
van het consumentisme. Het vereist dat mensen matiging, zelfkritiek en
zelfbeheersing ontwikkelen. Maar ook dat GroenLinks moet optreden waar zware
gemeenschappen de individuele vrijheid van bijvoorbeeld vrouwen of homo’s
schenden. “ Pels verwijst graag naar Jacques de Kadt die pleitte voor
‘socialisme ten behoeve van het individualisme’. Het gaat hier eigenlijk om
‘paternalisme ten behoeve van het individualisme’. In deze zin streeft Pels een
vrijzinnige vorm van het paternalisme na: mensen moeten worden verheven tot het
vrijheidsideaal. En daarvoor mogen “vrij zware paternalistische middelen kunnen
worden ingezet.”
Nudge van Thaler
en Sunstein en ‘paternalisme ten behoeve van het individualisme’ van Pels zijn
allebei vormen van vrijzinnig paternalisme. Beide proberen ze vrijheid en
moralisme te verenigen. Thaler en Sunstein willen mensen vrij te laten en hen
toch te sturen naar een juiste keuze. Zij proberen de kool en de geit te
sparen: tegelijkertijd vrijzinnig en paternalistisch zijn. De relatie die Pels
voorstelt tussen het paternalisme en vrijzinnige politiek is anders.
Paternalisme is noodzakelijk voor het liberalisme. De politiek moet
paternalistisch optreden zodat mensen een vrij leven kunnen leiden. Echter de
vraag die Anderson stelde over Thaler en Sunstein is evenzeer van toepassing op
Pels: Dit is het perspectief van de expert die weet wat goed is. Hoe wordt
deze beteugeld? En waar ligt de
grens tussen bemoeizucht en libertair paternalisme?
Een kortere versie van dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Oktober 2010