Ik heb net een drie wekenlange tour door het Oosten van de VS gemaakt: Washington, Philadelphia, New York en Boston. Vier historische locaties. Maar een bezoek aan de oude centra, de musea en gedenkplaatsen, opent de vraag of Amerikanen eigenlijk wel geschiedenis hebben.
Het centrum van DC staat vol met historische locaties, zoals het Witte Huis, het Congresgebouw. Maar dat zijn niet echt historische gebouwen. Alhoewel historische figuren als Lincoln in beide huizen hebben gediend, en beslissingen zoals het Dertiende Amendement daar zijn genomen, maakt dat ze niet historisch: net als de Amerikaanse Grondwet nauwelijks is veranderd, zijn de locaties van de Amerikaanse politiek nauwelijks veranderd: in het Witte Huis, het Congres en het Hoge Gerechtshof gaat politiek op dezelfde plaats door. En in de periode dat wij er waren werd bijvoorbeeld Elena Kagan benoemd als Opperrechter.
En dan zijn er de monumenten: voor Washingon, Jefferson, Lincoln en FDR staan er prominente monumenten aan de National Mall in Washington. Maar dit zijn eigenlijk geen historische locaties. Ze herdenken dat er iemand heeft geleefd die historisch was. Toen ik op de stappen van het Lincoln-monument stond had ik een mooi uitzicht op het Washington-monument, maar het enige wat de locatie echt bijzonder maakte was dat Martin Luther King op die plek zijn "I have a dream speech" heeft gehouden. Maar dat is weer niet echt geschiedenis, want dat is nog geen 50 jaar geleden.
En dan zijn er de historische musea. Van oppervlakkige musea zoals het National Museum of American History, waar niet alleen de "echte" Star-spangled Banner staat, maar ook de slippers van Dorothy uit de Wizard of Oz en slippers van president Truman. Eigenlijk zijn er weinig interessant historische overblijfsels in de musea over Amerikaanse geschiedenis. Maar er zijn ook hele aangrijpende musea, zoals het Holocaust Museum, dat vertelt stap-voor-stap de geschiedenis van het anti-semitisme en de Holocaust in Europa: de beelden, de artefacten, de verhalen, ik kan moeilijk onder woorden brengen hoe aangrijpend dat is. De ironie van een bezoek aan museum over de holocaust is mooi onder woorden gebracht door Layla de Jong, die als toerist een bezoek aan Auschwitz bracht. Het opvallende aan dat museum is dat het over Europese geschiedenis gaat, over de geschiedenis die Joodse migranten hebben mee genomen uit Europa. Geen Amerikaanse geschiedenis dus.
Philadelphia lijkt op het eerste gezicht wel een historische stad: het is de voormalig hoofdstad van de VS en hier hebben mensen als Franklin gewoond en is de Grondwet geschreven. Om dat te herinneren is het National Constitution Centre op gericht. De achtergrond van de Amerikaanse grondwet wordt geschetst, en er worden verschillende gebeurtenissen waarbij constitutioneel recht een belangrijke rol speelt, besproken. Dan gaat het om vragen als migratie, de macht van de centrale overheid, de steeds groter groeiende groep waarvoor gelijke rechten gelden. En dat zijn vragen die nog steeds spelen in de VS. En juist toen wij in de VS zijn speelden deze vraagstukken weer: denk aan de juridische strijd over Proposition 8. Het National Constitution Center is ook eigenlijk geen museum over de politieke geschiedenis van de Verenigde Staten, maar een museum over de politieke methode die de Verenigde Staten heeft gekozen om conflicten en onenigheden op te lossen: de combinatie van rechters die individuele rechten beschermen, directe volksvertegenwoordiging en regionale en nationale overheden. Het museum is een manier om burgers te scholen in de politieke principes van de Verenigde Staten. Het is dus geen museum over geschiedenis, maar over politiek.
Het historische centrum van Philadelphia ("the most historic square mile of the United States") is soms een beschamende plek: het huis van Benjamin Franklin staat er niet meer, maar omdat het zo'n grote Philadelphiaan is, moet de locatie toch voor het nageslacht worden bewaard. Het belangrijkste achterblijfsel: de locatie van de grote Amerikaan zijn WC had. Niet echt wereldgeschiedenis dus. Dat geldt ook voor de Freedom Trail, die
historische locaties in Boston met elkaar verbindt. Boston is de stad waar de Amerikaanse Revolutie is begonnen. Tussen de historische locaties is onder andere de kerk waar Washington
eens een dienst heeft bijgewoond, de zaal waar net niet werd besloten om
de Boston Tea Party te houden (want te klein), en het huis van een man
die Britse invasie zag aanvkomen. Daar zaten dus veel plaatsen tussen
met een beperkte historische significantie.
In Philadelphia hebben we ook een bezoek gebracht aan het kleine Afro-Amerikaans Museum. Het vertelt de sociale geschiedenis van de Afrikanen die als slaaf in de VS leefden maar terecht kwamen in een staat die slaven emancipeerde (Pennsylvania), zodat Afro-Amerikanen steeds meer het heft in eigen handen konden nemen door bijvoorbeeld zelf deel te nemen aan de Amerikaanse Burgeroorlog. Ook was er een expositie over de strijd tegen segregatie in het Zuiden, maar belangrijker nog: er was ook aandacht voor hedendaagse succesvolle vrouwelijke Afro-Amerikanen die als rolmodel kunnen dienen voor anderen omdat in de VS nog steeds armoede en slechte levensomstandigheden samen hangen met huidskleur. Ook dit grote vraagstuk in de VS is helaas nog geen geschiedenis.
In New York staat op Ellis Island het Immigration Museum. Tussen 1892 en 1954 diende het eiland als de voornaamste ingang voor migranten. Het museum vertelt het verleden van Amerikaanse migratie: de sociale geschiedenis aan de ene kant: de levensomstandigheden van die migranten die kwamen om in Amerika over gouden wegen te lopen, en er achter kwamen dat juist zij welkom waren om die wegen aan te leggen, en de politieke geschiedenis aan de andere kant: het voortdurende debat over immigratie. En ook dat is een goed voorbeeld van een strijd die nog niet gestreden is. Net toen wij in New York waren, liep het debat over migratie sterk op door de Arizona Immigratie wet, die illegale immigratie in het Zuid-Westen moet beperken. Want het is niet de periode 1892-1954 die de grootste migratie naar de VS zag, maar juist nu.
Het is dus een curieus mengsel, die historische locaties in de Verenigde Staten. Het is een land dat zo jong is dat er weinig geschiedenis is, en dus de slippers van en de bijna-plekken ook maar als historisch moeten worden gelabeld. In een jong land kunnen ook de meeste politieke conflicten, zoals rond de de gevolgen van slavernij, segregatie en immigratie, nog niet zijn op gelost. Als je die relatieve jonge leeftijd combineert met het feit dat Amerika een land is dat is gebaseerd op een gedeeld ideaal in plaats van een bloedband tussen haar inwoners, en nog steeds grote migratie kent, dan begrijp je waarom een voortdurende nadruk op de politieke instellingen en idealen noodzakelijk is: Amerika moet aan iedere nieuwe generatie Amerikanen haar idealen mee geven.
Dat zorgt er te samen voor dat Amerika geen echte geschiedenis heeft om in musea uit te stallen. De interessante "historische" musea gaan over politieke vraagstukken die nog steeds spelen of politieke keuzes die nog steeds relevant zijn. Kortom: Amerika heeft dus (nog) geen geschiedenis.