Het Rode, het Blauwe of het Groene Geluk?

Mijn bezoek aan Het Schip in Amsterdam heeft mijn interesse in volkshuisvesting sterk gestimuleerd. Daarom heb ik Het Rode Geluk van Jos van der Lans gelezen. Het is een geschiedenis van wat ooit een van de grootste woningbouwverenigingen van Amsterdam was: de Algemene Woningbouw Vereniging. Het fascinerende aan volkshuisvesting is dat het naadloos aansluit bij de groene, rode en blauw agenda van GroenLinks.

Het Rode Geluk vertelt de geschiedenis van de sociaal-democratische woningbouwvereniging. In de beginjaren veranderde AWV het leven van arbeiders in Amsterdam radicaal: daarvoor woonde arbeiders in erbarmelijke omstandigheden, in kleine kamers van huisjesmelkers in krottenbuurten. Deze aflevering van Andere Tijden geeft een goed beeld van het leven in Amsterdam voor de sociale woningbouw. De AWV bouwde goede, volwaardige en betaalbare huurhuizen voor arbeiders. Maar de AWV bood meer dan een huis: het was een volwaardig deel van een de socialistische zuil. Als de arbeiders van hun werk terugkeerden naar hun arbeidershuisjes werden ze meteen opgenomen in het socialistische verenigingsleven, waar de woningbouwverenigingen een belangrijk onderdeel van waren. En zelfs na hun werkzame leven konden ze bij de AWV in een bejaardenhuis terecht. Zo bouwde de AWV mee aan het socialistische gemeenschapsleven.

Maar het boek geeft ook een mooi beeld van de Amsterdamse gemeentepolitiek: de PvdA heeft altijd de Amsterdamse politiek gedomineerd maar in de jaren '70 vindt er een dramatische verandering plaats in het linkerblok. De PvdA en de CPN hadden altijd grote bouw- en stadsvernieuwingprojecten gesteund. Maar in de jaren '70 ontstaat er onder de bevolking grote tegenstand tegen het slopen van delen van de oude binnenstad voor nieuwbouw en metrolijn. Plotseling zijn grote stadsvernieuwers die in de traditie van Wibaut staan, regenten, bestuurders en technocraten. Ze staan tegenover de buurten en sociale bewegingen als de Provo's, de Kabouters en de krakers. Deze weten zich politiek vertegenwoordigd door de Nieuw Linkse stroming binnen de PvdA, de PSP en de PPR die in de jaren '70 Roel van Duyn als wethouder levert (in En Tranen beschrijft Van Duyn zijn (verloren) strijd als wethouder tegen de Amsterdamse regenten). Zij eisen democratisering van de bouwprojecten, meer invloed en inspraak van bewoners op wat er in hun leefomgeving gebeurd. De stad moet leefbaar blijven en dat vereist een kleinschaligere opzet, die meer van de oude stad instandhoudt.

Wat mij fascineert aan volkshuisvesting is dat het zo'n breed spectrum aan onderwerpen beslaat. Dat komt in Het Rode Geluk ook naar voren. Dat had ik al gemerkt bij het schrijven van het Leidse verkiezingsprogramma:

  • Aan ene kant past het onderwerp prima in de rode, sociale agenda van GroenLinks: dan gaat het om goede levensomstandigheden, om betaalbare huren, en de ontwikkeling van gemeenschappen.
  • Maar ook juist in de groene stroming speelt huisvesting een belangrijk rol: dan gaat het niet alleen om energiegebruik, isolatie en duurzaam bouwen, maar ook juist om de ontwikkeling van groene, levende, menselijke steden.
  • Op verschillende manieren sluit volkshuisvesting ook goed aan bij de blauwe agenda van GroenLinks, gericht op een open samenleving: het gaat om inspraak en invloed die mensen uit kunnen oefenen op hun eigen leefomgeving, maar ook om de manier waarop een stad in ruimtelijke zin omgaat met de verschillen tussen bevolkingsgroepen en gevoelens van onveiligheid (niet voor niets is Wonen nu gekoppeld aan het onderwerp Integratie). En ten slotte kunnen gebouwen prachtige voorbeelden zijn van toegepaste kunst: er zijn in mijn ogen weinig dingen zo mooi als die stukken van Amsterdam Zuid en Amsterdam West die zijn neergezet door woningbouwcorporaties in de jaren '20. Er zijn weinig onderwerpen waarin Groen, Sociaal en Open op zo'n mooie manier allemaal samen komen.

Leave a Reply