Klub Kobalt, de Kuur en de Kwaal

Klub Kobalt, de vernieuwingsbeweging in GroenLinks zet zich af tegen de bestaande partijen en hun verouderde organisatie. De diagnose die ze stellen is onvoldoende onderbouwd. Dat leidt tot een kuur die misschien wel erger is dan de kwaal.

De Kwaal

Kort samengevat is het probleem dat Klub Kobalt wil oplossen: “Ondanks de grote politieke betrokkenheid, zijn nog maar weinig mensen lid van een politieke partij.”

Ze onderbouwen dat als volgt:

[1] “[Het] aantal [partijleden] wordt (…) steeds minder.”

[2] “De opkomst bij verkiezingen laat ook al jaren een dalende trend zien.”

[3] “Een handjevol diehard congresgangers (…) bepaalt op partijcongressen wie de volksvertegenwoordigers zijn van hun partij en met welk programma zij het land in gaan.”

Ieder van deze drie punten is zwak onderbouwd. Ik kijk hier naar data vanaf 1989, omdat GroenLinks toen is opgericht. Is sinds de oprichting de relatie tussen kiezer en politiek zodanig veranderd dat we opnieuw moeten nadenken over het fenomeen partij?

[1] Het totale ledental van in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen is uitermate stabiel. Figuur 1 illustreert dit. Van een grote partijpolitieke exodus is geen sprake: begin jaren ’90 verloren partijen nog leden maar zeker sinds 2002 neemt het ledental van partijen zelf een beetje toe.

[2] De opkomst bij verkiezingen vertoond een zelfde opmerkelijke stabiliteit: in figuur 2 zijn de opkomst bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, gemeenteraad, Europees Parlement en provinciale staten getoond.  Het idee van een massale politieke onthechting wordt niet geboekstaafd.

[3] De structuur van partijen is verouderd volgens Klub Kobalt. Wat juist opvallend is, als je de organisatie van politieke partijen bekijkt is de ongekende democratisering die partijen sinds 2000 hebben doorgemaakt: CDA en VVD stappen af van een afgevaardigdencongres en kozen voor een ledencongres. One man, one vote. De PvdA koos voor een hybride vorm tussen afdelingsvertegenwoordigers en leden. GroenLinks werd zo democratisch dat de samenstelling van de lijst een soort tombola is geworden. CDA, VVD, GroenLinks en PvdA organiseerden ledenraadplegingen voor het partijleiderschap. Ook de partijvoorzitter, Europese en Eerste Kamerlijsttrekker werd in veel partijen direct verkozen. Zo wordt het voor mensen interessanter om lid te worden, omdat ze direct invloed hebben. Denk maar aan het succes van de G500 die bij met name het CDA vanwege het ledencongres hun ideeën  in het programma kregen.

Kortom: het beeld dat Nederlanders massaal de partijpolitiek de rug toe keren wordt niet onderbouwd door de opkomst bij verkiezingen of het ledenaantal van partijen. De betrokkenheid van Nederlanders bij politiek lijkt juist tamelijk stabiel.

De Kuur

Het is maar zeer de vraag of de oplossing die Kobalt biedt het probleem niet meer zal verergeren in plaats van bestrijden. Kobalt kiest voor vervagen van het onderscheid tussen partijlid en sympathisant. Ze willen dat leden en sympathisanten mee kunnen beslissen over de standpunten van de partij. Dat deze sympathisanten geen binding met de partij hebben vinden ze prima: Kobalt pleit voor politieke polygamie. Stimuleer dubbellidmaatschap en accepteer dat mensen zich niet meer lang aan een partij willen verbinden maar kiezen voor specifieke activiteiten en projecten.

Zo holt Kobalt de waarde van het partijlidmaatschap uit: als je geen lid hoeft te worden om invloed uit te kunnen oefenen op de partij maar dat ook als sympathisant kan, dan is er geen reden meer om lid te worden van een partij. Dat is dus een rare oplossing, als zoals Kobalt je zorgen maakt om de ‘teruglopende’ ledenaantallen van partijen.

De Crisis

Ik leeft niet op een roze wolk. Er is een probleem in de Nederlandse politiek. Maar dat is niet de onthechte relatie tussen burger en politiek, maar tussen burgers en specifieke politieke partijen. Als we naar het ledenaantal van de klassieke grote drie partijen (CDA, VVD en PvdA) kijken dan zien we een sterke, bijna lineaire terugval. Ieder jaar verliezen deze partijen gezamenlijk ongeveer 5000 leden. In de afgelopen vierentwintig jaar zijn deze partijen ongeveer de helft van hun leden verloren.

Bij verkiezingen is eenzelfde trend zichtbaar. Bij de Europese verkiezingen van 1989 haalden deze partijen ongeveer 80% van de stemmen op. Bij de Europese verkiezingen van 2009 was dat nog maar 40%.

Er is sprake van een exodus uit de grote drie partijen. Zij zijn steeds minder staat om kiezers aan zich te binden. Voor zo ver als er een crisis in de partijdemocratie is, is dit een crisis van de bestaande partijen.

De partij die het sterkst gestegen is in de kiezersgunst en in ledenaantal is niet een partij voor moderne polygame twijfelaars, maar de op de leest van de klassieke massapartij geschoeide SP. Deze partij haalde in 1989 nog 31.989 stemmen, in 2012 was dat 909.853. Een verdertigvoudiging! Deze partij had in 1992 15.122 leden (tamelijk veel overigens voor een partij zonder zetels). Dat zijn er nu 45.815. Qua leden is de SP nu groter dan de VVD. De SP is geen partij van vrijblijvende vrijwilligheid of van politieke polygamie. De SP heeft gekozen voor het model van de massapartij: ze vereist actieve deelname en loyaliteit van haar leden. Haar Kamerleden komen voort uit de partij. Je mag niet meepraten op een ledenraadpleging als je niet gecanvast hebt. Dat blijkt een succesvolle strategie om kiezers en leden te binden.

Leave a Reply