De economie van meer, meer, meer of de economie van ervaringen.

Gisteren nam Pepijn Vloemans afscheid van Bureau de Helling, het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks. Voor zijn afscheid schreef ik het volgende:

Het materialisme. Dat is het grootste problemen van onze tijd. Onze obsessie met meer, meer, meer is een teken van een beschaving die zichzelf naar de rand van de ecologische catastrofe consumeert. Bureau de Helling ging op onderzoek uit. We zoeken een materialist op en een postmaterialist en we laten hun levenspatronen doorrekenen door een milieukundige.

De materialist

Ik ontmoet Hans bij hem thuis. Hij woont in een appartement in Nieuw Vennep. Zijn huis staat vol met plastic dinosauruspoppetjes. Hij heeft er honderden, misschien wel duizenden. We lopen langs zijn collectie. Zijn kasten puilen uit. Sommigen zijn ‘mint-on-card‘, anderen zijn tamelijk beschadigd: ‘Battle damage‘. Als ik naar twee dinosauriërs wijs, ‘Velociraptors’ zegt Hans snel, en vraag waarom hij twee dezelfde heeft, schudt hij nee: ‘De eens is een repaint van de ander. Kijk deze heeft magenta klauwen en hier zijn ze fuchsia.’

Hans is overduidelijk trots op zijn collectie. Op internet zit hij op fora met verzamelaars uit heel de wereld. Op internet vertellen ze trots over wat ze hebben vergaard. ‘Ja, eigenlijk is er niets leukers dan iemand jaloers maken omdat je net één euro meer hebt geboden op eBay’. De collectie van Hans is één van de grootste en meest complete. ‘Zeker nadat ik een deel van de collectie van een Amerikaan had over gekocht. Toen hij ging samenwonen met zijn vriendin moest hij zijn verzameling weg doen.’ Ik durf hem niet te vragen wat hij dat kostte. Maar hij vertelt er monter over: ‘Een deel daarvan verkoop ik op eBay. Dan krijg je er zo 30 dollar voor.’ Hij wijst naar een plastic speelgoeddinosaurus. ‘Mint-in-box hè. Zo houd ik misschien wel meer over aan deze aankoop dan ik er origineel voor heb betaald.’

We eten een broodje pindakaas. ‘Sorry dat er niet zo veel keuze is, wil je me misschien een peer?’ Hans eet strikt vegetarisch. Hij is geen foodie, de snoep- en chipskasten zijn goed gevuld.

Iedere dag pendelt hij met de trein op en neer naar Rotterdam. Daar werkt hij in een bioscoop. Eén van de voordelen van die baan is duidelijk zichtbaar. Waar geen ruimte was voor een kast hangt een filmposter. ‘Als een film niet meer draait dan worden de posters teruggestuurd naar de distributeur.’ Het is een soort van hergebruik. Dat past hem wel: bijna al zijn dino’s zijn tweede- of derdehands. Op vakantie gaat hij nauwelijks. In zijn weekenden struint hij verzamelaarbeurzen af, op zoek naar net die ene dino die hij mist. ‘De Jurassic Park collectie heb ik bijna compleet. Ik mis er nog 10.’

Hans is overduidelijk geobsedeerd door spullen. Op mijn vraag of hij een materialist is, zegt hij: ‘Tsja, het zijn er wel veel, hè. Soms kan je je gewoon niet inhouden. Dan moet je er een hebben.’ Het moge duidelijk zijn: Hans put zijn geluk en misschien zelfs wel zijn identiteit uit spullen. Het materialisme, competitiedrang en consumentisme zit hem in de wortels. Zijn huis staat vol met prehistorisch plankton dat door Chinese fabrieken in de mal van prehistorische dieren is gegoten.

De postmaterialist

Het was lastig om met Merijn een afspraak te maken. Nu woont hij nog in Utrecht, maar over een paar dagen vliegt hij naar Mumbai. ‘Voor mijn nieuwe boek over sociaal en duurzaam ondernemen. Ik ga ook bloggen voor De Correspondent.’ Daarna gaat hij een tijdje in Parijs wonen: ‘Ik was Nederland zo zat. Hier heerst een economische sfeer. Maar Parijs. Daar gebeurt het. Daar zie je hoe mensen bezig zijn met nieuwe initiatieven.’ Ik tref hem in zijn favoriete restaurant: Van Zuylen aan de Singel in Amsterdam. Hij pakt de kaart en bestelt een broodje filet americain. Ik vraag hem of hij een foodie is: ‘Dat moet je zo zien. Nederlanders kunnen niet koken. Nederlanders zien eten als een noodzakelijk kwaad, als een brandstof. Voor mijn laatste boek heb ik een half jaar door Azië en Australië gereisd. Ik heb alles geproefd: koe, kat, kangoeroe. Maar dit blijft toch wel mijn favoriet.’ Hij smeert nog wat extra filet op zijn broodje. Het is al ruim twee centimeter. Je kan het niet aan hem zien. Merijn fietst veel en loopt hard. ‘Veel mensen fietsen tegenwoordig de Alp d’Hues. Maar ik weet: in je eentje mountainbiken door de Gobiwoestijn. Dat is pas een uithoudingsstrijd.’

Of hij materialistisch is: ‘Nee. Helemaal niet. Ik wil geen spullen verzamelen. Als Flop en ik naar Parijs gaan past alles in onze Mini Cooper: wat kleren en wat boeken. Ik ben niet op zoek naar spullen, maar naar ervaringen. Dat merk ik trouwens helemaal met mijn radiodocumentaire over de consumptiesamenlevingen: we willen geen producten meer maar experiences Ik denk dat daar een kans ligt voor een nieuwe economie.’

Ik vraag hem naar wie voor hem als schrijver zijn voorbeeld is. Het is even stil. ‘Zo moet je dat niet zien. Je baant als schrijver je eigen weg. Nietzsche noemen ze wel de filosoof met de hamer, maar volgens heeft iedere filosoof een kapmes nodig.’ Ik probeer het anders: zijn er Nederlandse schrijvers met wij hij wedijvert. Resoluut: ‘Nee daar gaat het niet om. Dat is zo’n houding van: ‘it is not enough to win, others must lose.’ Die primitieve competitiedrang daar ben ik wel bovenuit gestegen.’

Hij bestelt nog een focaccia met mozzarella en tonijn. Verontschuldigend zegt hij: ‘Ik ben wel vegetariër geweest, maar ik hield het gewoon niet uit, weet je.’ Hij speelt met zijn wijnglas. ‘Je gaat het toch missen. Ik in elk geval. En trouwens in Australië kan je dat echt niet volhouden. Ik eet eigenlijk alleen biologisch vlees.’

Merijn doet aan participant-observation. Hij zoekt het op: hij vertrekt naar Parijs. Hij doet mee: hij eet kat in Thailand. En hij probeert te ontleden wat mensen drijft als blogger voor De Correspondent. ‘De moderne mens verzamelt geen schelpen, muntjes of steentjes meer als aandenken van reizen en ontdekkingen. En zelfs ook geen foto’s. Je verzamelt ervaringen, herinneringen, verhalen. Eigenlijk gaan we daarmee terug naar de prehistorie. De tijd van jagers en verzamelaars. Daar paste ook alles in Mini Cooper. Bij wijze van spreken.’

De wetenschapper

‘Het is een rare opdracht’ zegt Sophie de Vries, de gepromoveerde milieukundige werkt aan de klimaatdoorrekeningen voor het Planbureau voor de Leefomgeving. ‘Normaal rekenen we hele voorstellen voor het kabinet. Maar we kunnen wel even kijken.’ We spreken haar op haar werkkamer in Bilthoven, het raam kijkt uit op een natuurgebied. Aan de muur hangt een groot wit bord met daarop formules en lijnen verbonden met pijlen.

Ik geef haar de twee lijstjes: Hans en Merijn. Man, beiden in het zelfde jaar geboren. De één met een materialistische levensstijl. De ander met een postmaterialistische levensstijl. Met een rode pen gaat ze langs de beschrijvingen: ‘Hoeveel plastic dinopoppetjes? Hoe zwaar ongeveer? En van hoever komen ze?’  Ze knikt. Achter alle posten komt een getal te staan. ‘Normaal gaat het in kiloton CO2 maar we rekenen nu even in een ander orde van grootte.’

Na een minuut of vijf zijn aan alle posten aantallen toegekend. Ze pakt een rekenmachine. ‘Ik had het al verwacht. Kijk, de helft van die dinopoppetjes van Hans zie ik als tweedehands consumptiegoederen. Dat heeft netto een negatief CO2-resultaat omdat ze anders de verbrandingsoven in zouden gaan. En als je dan kijkt: vegetarisch dieet, geen auto, geen vliegreizen. Dan kom ik op een klein CO2 saldo uit. Maar die Merijn: vleesconsumptie, autogebruik, en met name die vliegreizen, hè. Amerika, Azië, Australië. Dat hakt er toch in. Maar het grootste verschil is toch wel wat je dagelijks doet. Een aankoop is incidenteel: maar iedere dag waarop je kiest voor rijst met tofu of stamppot met worst, maak je een keuze voor het milieu. En biologisch vlees is slechter voor het klimaat, dan niet-biologisch vlees. In een megastal kunnen alle gassen worden afgevangen, maar in de vrije natuur gaat dat zo hop de atmosfeer in’

Aantekening van Sophie de Vries

Ik wijs haar nog op zijn boeken over duurzaam ondernemen. ‘Lastig, lastig. In de eerste plaats heeft zo’n boek natuurlijk een positief CO2-resultaat.’ Ik probeer bewustwordingseffecten. Op de achterkant van mijn lijstje tekent ze een lijn: ‘Kijk dit is de opwarming van het klimaat. En deze lijn …’ Ze tekent een lijn vlak boven de opgaande lijn van het klimaat ‘… is het aantal boeken over duurzaamheid. Zo op het eerste gezicht betekent extra boeken over duurzaamheid meer klimaatverandering.’

Leave a Reply