Dirk-Jan Verdonk schreef een vegetarische geschiedenis van Nederland. Een mooi kijkje in de geschiedenis van groene politiek, activisme en het dagelijks leven.
Het boek bestaat uit zes casussen, die chronologisch worden gepresenteerd. We beginnen bij de eerste idealistische vegetariĆ«rs als Domela Nieuwenhuis en Felix Ortt. Bij Domela Nieuwenhuis zien we hoe vegetarisme al vroeg verbonden is met andere linkse idealen. Bij Felix Ortt, die probeerde een vegetarische landbouwcommune te stichten zien we hoe idealisme het verliest van de realiteit. Vervolgens bezoeken we het succesvolle vegetarische restaurant Pomona uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Dan slaan we ongeveer 25 jaar over en kijken we naar de kabouterrevolutie en de groei van de alternatieve winkeltjes, met hun ongeorganiseerde gezelligheid. Daarop volgen twee hoofdstukken over dierenrechtenactivisme: dat begint bij Wakker Dier en eindigt bij het dierenterrorisme van de jaren ’00.
De eerste drie delen zijn de sterkste delen omdat ze meer dan een geschiedenis van dierenrechtenactivisme, een geschiedenis zijn van het vegetarische dagelijks leven. Het biedt een antwoord in de vraag wat vegetariĆ«rs aten voordat er gehacktballen in de schappen van de supermarkt lag: rauwkost, schijngehakt gemaakt van linzen en allerhande kroketten. Maar hierachter ligt een hele discussie over wat gezond voedsel is en of vlees daarvoor nodig is. Want aan het einde van de negentiende eeuw wordt er voor het eerst systematisch onderzoek gedaan naar voedsel, voedingswaarden en gezondheid. Groenten worden eerst weggezet als ‘genotsmiddel’ zonder voedingswaarde maar ook de eerste schandalen over bedorven vlees komen naar buiten. Als vlees tijdens de Eerste Wereldoorlog op de bon moet, moeten huisvrouwen leren om gebalanceerd vegetarisch te koken. Door het restaurant Pomona wordt vegetarisch eten hip.
In het derde hoofdstuk, over Pomona, zien we de hoe vegetarisme populairder wordt, maar daarna volgen we meer kleine groepen buiten de mainstream. We eindigen met verhalen over geweld en inbraak. Alsof dat de kern zou zijn van vegetarisme. Alsof na de Kabouterrevolutie vegetarisme eerder kleiner en sektarischer werd en met name verbonden was met buitenparlementair activisme. Vegetarisme wordt steeds groter: Jort Kelder is gezicht van een soort VVD-vegetarisme, de vegetarische slager verkoopt vleesvervangers bij de Jumbo en ook juist parlementaire politiek loopt harder voor dierenrechten, dankzij de Partij voor de Dieren.
Wat zich hier wreekt is dat het boek verschenen is in 2009 en waarschijnlijk in de 5-6 jaar daarvoor geschreven is, in een periode na de moord op Fortuyn dat terrorisme van dierenrechtenactivisme een ding leek. Tien jaar daarna blijkt, gelukkig, dat gewelddadig dierenrechtenactivisme een vrij marginaal fenomeen is gebleven maar daarmee is het boek wel meteen verouderd.