Waarom superhelden een probleem zijn voor filosofen II

Stel dat we in een samenleving leven met vampiers of superhelden en gewone mensen. Welke claims kunnen gewone mensen maken ten opzichte deze wezens? En welke claims kunnen zij ten opzichte van gewone mensen maken? Deze vragen wil ik de komende week beantwoorden. In deel I gisteren schetste ik het fundamentele verschil tussen deze superhelden en andere minderheden. Vandaag deel II waarin ik wil kijken naar dit probleem vanuit egalitair liberaal perspectief.

Quicksilver Case

Ik wil hier verschillende filosofische antwoorden schetsen op het vraagstuk wat te doen met een minderheid die fundamenteel beter is qua vermogen dan de meerderheid.

Laten we voor het gemak er vanuit gaan dat deze minderheid (die we X-mensen noemen) verschilt van de meerderheid (laten we hen W-mensen noemen) in één eigenschap. Televisieseries en comics gaan vaak uit van iets wat we op zijn best een rariteitenkabinet zouden kunnen noemen, een veelheid aan eigenschappen van mutanten, vampiers of andere supermensen. Ik kies voor een eigenschap, namelijk andere perceptie van tijd, zoals Quicksilver in X-Men Days of Future Past. In vergelijking met mensen met deze eigenschap zijn normale mensen computers uit de jaren ’70 die uren doen om een berekening te maken, zij zijn een huidige computer: supersnel. Dat geeft deze mensen een superieur vermogen om te redeneren maar ook om te handelen. Dit maakt het een economisch superieur: ze produceren meer per uur. Maar ze zijn ook beter geschikt om beslissingen te nemen als bestuurder van een bedrijf of een land.

Noblesse oblige

Voor liberale egalitaristen speelt eigen keuze een cruciale rol. Ik denk dat met name aan het werk van Ronald Dworkin. Zijn paradigmatische casus is een lichamelijk gehandicapte. Hij wil dat zij een eerlijke kans maken in de samenleving. Dat betekent dat sommige gehandicapten speciale voordelen moeten krijgen. Een rolstoel is het mooiste voorbeeld: sommige mensen kunnen niet lopen daarom kunnen ze maatschappelijk niet participeren. Een rolstoel geeft hen een gelijke kans deel te nemen aan de maatschappij. Er is een ongelijke behandeling om voor een eerlijk speelveld te zorgen.

De fundamentele claim die Dworkin maakt over mensen die geboren zijn met een lichamelijke beperking is dat zij recht hebben op compensatie, alsof zij zich voor hun geboorte hebben verzekerd voor hun beperkte vermogens. Mensen kiezen er niet voor om met een beperking geboren te worden en zouden daarom geen nadeel mogen hebben ten opzichte van anderen. Mensen die zonder beperkingen zijn geboren moeten allemaal een beetje bijdragen zodat we voor het beperkte aantal gehandicapten rolstoelen kunnen kopen.

Als we vanuit dit perspectief naar onze X-mensen zouden kijken dan ontstaat het volgende beeld: mensen kiezen er niet voor om met een voordelige mutatie geboren te worden.  Ze zouden daarom geen voordeel mogen hebben ten opzichte van anderen. W-mensen zouden zich allemaal verzekerd willen hebben voor hun gebrek aan vermogens. Dat betekent dat X-mensen de premies zouden moeten betalen voor de uitkeringen die bedoeld zijn om een gelijk speelveld te creëren voor W-mensen. Ze zullen hun vermogens moeten inzetten om veel geld te verdienen om daar het grootste deel van af te dragen.

John Rawls zou hier een klein amendement op maken: hij zou niet streven naar een gelijk speelveld maar naar een situatie waarin de X-mensen zich zodanig inzetten voor de samenleving dat de W-mensen daar het meeste voordeel van hebben. Ze moeten hun vermogens inzetten als bijvoorbeeld onderwijzer, onderzoeker of ondernemer zodat ze bijdragen aan de welvaart van alle burgers.

Noblesse oblige dus; of in comic book taal: ‘with great power comes great responsibility‘. Waar dit de facto op neer komt is iets wat we ‘slavery of the talented’ noemen: de vrijheid van mensen met talenten wordt zodanig beperkt dat ze geen voordeel hebben van hun eigenschappen maar toch moeten bijdragen voor de anderen. Dit wordt mooi uitgebeeld in deze SMBC-comic.

De vraag is waarom superieure wezen zich hier aan zouden onderwerpen; misschien uit een rechtvaardigheidsgevoel. Maar erg rationeel zou het niet zijn. Het levert ook een probleem op in de fundamenten van liberaal egalitarisme. Dit zijn theorieën die voortbouwen op het gedachtegoed van Kant. Kant’s morele theorie komt neer op één fundamentele claim: dat we mensen nooit moeten behandelen als middelen maar als doelen-op-zich-zelf. Vereisen dat sommige getalenteerden in een vorm van slavernij terecht komt waarbij ze bovenmenselijke presentaties leveren maar daar niet bovenmenselijk voor beloond worden omdat de rest van de wereld daar voordeel van moet hebben toont weinig respect voor mensen.

Daarom zouden Kantianen misschien een fundamenteel andere weg op moeten gaan. Die ik morgen zal verkennen,

Leave a Reply