Ongeschreven wikipedia artikelen: President van de Republiek der Nederlanden

Er zijn wikipedia-artikelen die eigenlijk geschreven hadden moeten worden, zoals deze President van de Republiek der Nederlanden. 

figuur2President van de Republiek der Nederlanden

De President van de Republiek der Nederlanden is het staatshoofd van de Republiek der Nederlanden. De functie van President is voornamelijk ceremonieel; de uitvoerende macht ligt bij het kabinet onder leiding van de minister-president. De President wordt voor een termijn van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

Historische Achtergrond

In 1946, enkele maanden na de bevrijding werd er in Nederland een referendum gehouden over de monarchie. Het Huis van Oranje had veel steun verloren in de Tweede Wereldoorlog. Na het ongeval op de Noordzee waarbij Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana in de meidagen van 1940 omkwamen, keerde Prins Bernhard terug naar Nederland. Hij was als de facto regent voor zijn dochter Beatrix. Op zijn eigen verzoek werd hij benoemt tot stadhouder der Nederlanden voor de Duitse bezetter. Op 5 mei 1945 tekende Prins Bernhard de overgave van de Duitsers in Nederland en werd hij gevangen gezet.

Na de bevrijding was het duidelijk dat Prins Bernhard niet aan kon blijven. De nieuwe regering onder leiding van Schermerhorn schreef een volksraadpleging uit over de Nederlandse staatsvorm. De stemming werd net aan gewonnen door de Republikeinse zijde. Zij stonden met name sterk in Noord-Nederland en de grote steden. De steun voor de Oranjes kwam met name uit protestants-Christelijke hoek en volgde de bijbelgordel.

In 1946 en 1948 werden de benodigde Grondwetswijzigingen doorgevoerd. In die tijd nam de Raad van State de functie van staatshoofd waar.

Bevoegdheden

In het Nederlands staatsbestel heeft de president vier taken:
1) De president vertegenwoordigt de Republiek der Nederlanden naar buiten toe. Hij legt staatsbezoeken af, ontvangt ambassadeurs en staatshoofden. Verdragen met het buitenland worden in zijn of haar naam ondertekend.
2) De president heeft een wetgevende functie. Als voorzitter van de Raad van State kan hij of zij over wetgeving adviseren en als lid van de regering bekrachtigt hij of zij wetgeving. Sinds Den Uyl gebruiken presidenten onregelmatig dit recht om wetgeving te vetoën. De president benoemt ook rechters, stadhouders en burgemeesters. In deze rol is een contraseign van een minister altijd vereist.
3) De president heeft daarnaast het initiatief voor kabinetsformaties. Hij of zij ontvangt na de verkiezingen zijn of haar vaste adviseurs (de voorzitters van beide Kamers der Staten Generaal) en de fractievoorzitters in de Tweede Kamer om hem of haar te adviseren over de vorming en samenstelling van een nieuwe coalitie en de benoeming van één of meerdere informateurs. Aan het einde van de formatie beëdigt de President de nieuwe bewindspersonen. Als een kabinet gevallen is, heeft de president het recht om de Tweede Kamer te ontbinden.
4) De president heeft ten slotte een symbolische functie. Hij of zij symboliseert de eenheid van de natie. De president speelt een belangrijke rol in het discussies over fundamentele kwesties. De president houdt een jaarlijkse kersttoespraak op Eerste Kerstdag waarin hij of zij maatschappelijke kwesties aankaart. President Albayrak heeft onder meer gesproken over integratie, immigratie, globalisering en Europese integratie.

Verkiezing

De President wordt voor een periode van zes jaar gekozen door de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal. Deze bestaat uit alle leden van de Eerste en de Tweede Kamer. Iedere Nederlander die actief kiesrecht voor de Tweede Kamerverkiezingen heeft, is verkiesbaar voor het ambt van president. Het is gebruikelijk dat de leiders van de coalitiepartijen met elkaar afspreken wie ze willen als kandidaat en omdat zij een meerderheid hebben, kan de coalitie bepalen wie de volgende President wordt. Oppositiepartijen kiezen vaak ook een gezamenlijke kandidaat uit. De Verenigde Vergadering stemt zonder debat en in een geheime stemming voor de kandidaten. Om te worden verkozen dient een kandidaat de relatieve meerderheid te behalen.

figuur Overzicht

Sinds 1948 zijn er 10 presidenten geweest.

Louis Beel was de eerste president. Hij werd verkozen op 16 juli 1948. Beel wordt gekozen met 101 stemmen voor en 49 onthoudingen. De onthoudingen kwamen uit protestants-Christelijke hoek. Daar waren grote bezwaren tegen de Republiek. Beel was voor zijn presidentschap minister-president geweest. Hij wordt als premier opgevolgd door Willem Drees. Beel gold als een actieve president die zijn positie en de Raad van State gebruikte om de Grondwet van 1948, die hij mede geschreven had, te beschermen. Beel wordt in 1954 herkozen. Hij krijgt 119 stemmen (en 31 onthoudingen). De Anti-Revolutionairen, alhoewel nu regeringspartij, verzetten zich nog steeds tegen de Republiek en onthouden zich van stemming. Na twee periodes stelde Beel zich niet opnieuw kandidaat. Hij werd lid van de Raad van State.

In 1960 wordt de Anti-Revolutionaire president van de Hoge Raad der Nederlanden Jan Donner gekozen tot president. Hij verslaat de sociaal-democratische Senaatsvoorzitter Jan Jonkman met 144 tegen 78 stemmen en drie onthoudingen. De keuze voor Donner was een zoenoffer om de Anti-Revolutionairen te overtuigen de presidentsverkiezingen te accepteren. Donner volgde Beel op als ‘hoeder’ van de grondwet. Na één termijn stelde Donner zich niet herkiesbaar: hij was toen 75. Donner trad wel toe tot de Raad van State maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

In 1966 werd Frans Schokking, namens de CHU burgemeester van Den Haag, gekozen tot president. Hij versloeg de sociaal-democratische senator en verzetsheld Jaap Burger met 120 tegen 101 stemmen en 4 onthoudingen. Schokking was een opvallende keuze. De CHU eiste dat nadat de KVP en de ARP het presidentschap had gekregen, de positie op. De CHU had echter geen schikte kandidaten op het nationale vlak en kandideerde uiteindelijk de burgemeester van Den Haag. Voor de benoeming werd gesproken over het oorlogsverleden van de kandidaat. De Raad van State onderzocht de zaak en oordeelde dat Schokking president kon worden. Vanwege het oorlogsverleden was de beëdiging in Amsterdam onrustig. In 1970 komt de ‘Pinto-affaire’ echter volledig in de openbaarheid. Schokking trad vrijwillig af. Hij werd na zijn presidentschap Hoogheemraad in Rijnland.

In 1970 werd Carel Polak, minister van Justitie namens de VVD, verkozen tot president. Met 133 stemmen tegen 79 stemmen en 13 onthoudingen versloeg hij Burger, die zich wederom kandidaat had gesteld. De keuze voor Polak toont dat de centrum-rechtse partijen vasthielden aan het rotatieprincipe. Polak werd als minister van Justitie opgevolgd door Molly Geertsema. Hij gold als een activistische president die vanuit de Raad van State de grenzen van het presidentschap op zochte een koerst op een liberale agenda met name waar het burgerrechten betrof. Na zijn presidentschap trad Polak toe tot de Raad van State.

1976 werd Joop den Uyl, minister-president namens de PvdA, verkozen tot president. Hij werd verkozen in een driezijdige verkiezing: Den Uyl is kandidaat namens de progressieve drie, Senaatsvoorzitter Theo Thurlings namens de drie Christelijke partijen en Polak namens de VVD en DS70. Den Uyl kreeg maar 98 stemmen, Thurlings 81 en Polak 40 en er waren zes onthoudingen. Den Uyl wordt als premier opgevolgd door E. van Thijn. Den Uyl werd gekozen vanwege de democratische vernieuwingsagenda van de progressieve drie: ze hadden een grondwetswijziging door de Staten-Generaal geloodst voor een direct gekozen executieve president. In anticipatie van de tweede lezing werd Den Uyl gekozen. Hij opereerde de eerste twee jaar als een executieve president. Vanuit de oppositie maar ook vanuit de ARP en KVP kwam er sterke kritiek op deze ‘imperial presidency’. Hiermee ondermijnde zijn optreden de stabiliteit van het kabinet.

In 1977 won Van Thijn de Tweede Kamerverkiezingen maar verloor hij de formatie-onderhandelingen tot grote frustratie van Den Uyl die als president het formatieproces probeerde aan te sturen. Er kwam een nieuwe coalitie van CDA en VVD. Ze lieten de grondwetswijzing vallen. Den Uyl zat zijn termijn uit (tot 1982) maar was nauwelijks in staat om beleid te beïnvloeden. Hij gebruikte als president voor het eerst het recht om wetgeving te vetoën: in 1981 vetot hij het Banenplan. In 1982 stelde Den Uyl zich niet opnieuw kandidaat. Hij trad toe tot de Raad van State.

In 1982 werd Dries van Agt verkozen tot president. De demissionaire Christen-democratische premier werd door de fractievoorzitter van het CDA, Lubbers, onder druk gezet om zich te kandideren voor het presidentschap. Dit maakte de weg vrij voor Lubbers om premier te worden. Van Agt vond Jos van Kemenade als tegenkandidaat: Van Agt kreeg 132 stemmen en Van Kemenade 75 (en 18 onthoudingen). De beëdiging van Van Agt was net als de beëdiging van Schokking zeer onrustig. Er zijn nu zelfs rellen in Amsterdam. Krakers voeren actie tegen woningnood onder de leus ‘Deze beëdiging is een belediging’.
Van Agt gold binnenlands als een passieve president, die zich minder richtte op wetgeving en meer op de reputatie van Nederlandse in het buitenland. Van Agt bracht een zeer groot aantal staatsbezoeken en leidde een groot aantal handelsmissies. Aan het einde van zijn eerste termijn probeerde Van Agt – te vergeefs – te onderhandelen tussen Israël en de PLO tijdens de eerste Intifadah. In 1988 werd Van Agt herkozen zonder tegen kandidaten met 214 stemmen en 11 onthoudingen. Van Agt werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap.

In 1994 werd Maarten van Traa gekozen tot president. Het sociaal-democratische Tweede Kamerlid was daarvoor sterk in de achting van zijn collega’s gestegen als voorzitter van de IRT-enquêtecommissie. Tegenover Van Traa stelden GroenLinks en het CDA Jacques de Milliano, voorzitter van Artsen zonder Grenzen, kandidaat. Hij gold als de ‘kandidaat van het volk’, de eerste presidentskandidaat die geen politieke functie had gehad. Van Traa kreeg 132 stemmen en De Milliano 78 (15 onthoudingen). Van Traa maakte van integriteit het centrale thema van zijn presidentschap. Hij overleed, op de helft van zijn eerste termijn, in 1997 in een auto-ongeluk.

De Paarse coalitie stelden in 1997 VVD-senator Frits Korthals Altes kandidaat voor het presidentschap. CDA en GroenLinks stelden de professor Christelijk-sociaal denken, Jan Peter Balkenende, kandidaat. Korthals Altes kreeg steun van 136 Kamerleden en Balkenende van 74. Met Korthals Altes keerde het presidentschap terug naar zijn functie als hoeder van de grondwet. In 1999 vetot Korthals Altes tot grote onvrede van D66 de referendumwet. Korthals Altes stelde zich na één periode niet meer kandidaat (hij is dan 72). Hij werd lid van de Raad van State na zijn presidentschap maar vanwege zijn hoge leeftijd was het een symbolische positie.

In 2003 werd de CDA-minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, kandidaat gesteld door de regerende coalitie. De gezamenlijke oppositie stelde Jeltje van Nieuwenhoven kandidaat: de eerste vrouwelijke kandidaat voor het presidentschap. De Hoop Scheffer kreeg 128 stemmen en Van Nieuwenhoven 88 (9 onthoudingen). De Hoop Scheffer koos voor een internationaal actief presidentschap zonder wetgevende ambities. Hij stelde zich in 2009 niet De Hoop Scheffer opnieuw kandidaat, omdat hij benoemd zou worden tot President van de Europese Raad.

In 2009 eiste de PvdA-leider Wouter Bos dat de volgende president een reflectie zou ‘van de groeiende diversiteit in Nederland’. De sociaal-democraten stelden staatssecretaris Nebahat Albayrak kandidaat. De VVD en de PVV stelden gezamenlijk VVD-prominent Rita Verdonk kandidaat. Verdonk beloofde een meer executief presidentschap, waar Albayrak een grotere nadruk legde op de symbolische functie. Albayrak versloeg Verdonk met 175 stemmmen, terwijl Verdonk 46 stemmen kreeg (4 onthoudingen). Albayrak is de eerste vrouwelijk president en de eerste president die buiten Nederland geboren is. Albayrak gebruikt het presidentschap om positieve voorbeelden van multiculturele samenleving publiek uit te lichten en om te wijzen op misstanden in het integratieproces.

Leave a Reply