Willem Drees en Ruud Lubbers. Dat waren staatsmannen: mensen met een visie op de maatschappij. Bestuurders van een groot kaliber. Maar boven alles mensen die grote delen de burgers aan zich konden binden. Visionaire bestuurders met charisma. Mensen die we niet snel zullen vergeten omdat ze iets hebben gerealiseerd in de maatschappij, omdat ze vertegenwoordigers waren van een nieuw tijdperk.
Soms vraag ik me af welke politici uit deze tijd als staatsman (m/v) gezien zullen worden. Wie zal er snel vergeten worden en wie zal ons bij blijven als een moedige bestuurder? Ik hoop dat een man als Balkenende snel vergeten zal worden, zoals een hele lijst van matige Christen-democratische premiers zonder visie, zonder bestuurlijke kracht en zonder bindend leiderschap: Marijnen, Biesheuvel, Cals, De Ruijs van Beerenbrouck, wie kent ze nog? Maar laten we eerlijk zijn ook aan de linkerkant zijn er politici die snel vergeten zullen worden: Gerdi Verbeet, Agnes Kant en Lousewies van der Laan. Allen waren ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek, naar voren geschoven niet vanwege hun vermogens maar omdat er niemand anders was. Met alle respect: Agnes Kant was een prachtige tweede vrouw voor een oppositiefractie, maar ze miste het charisma van haar voorganger. Gerdi Verbeet verbleekt naast Jeltje van Nieuwenhoven.
Bij Wouter Bos heb ik altijd mijn twijfels gehad: hij toonde zich een goede manager in de economische crisis, en hij was bij vlagen een goede campaigner. Maar een staatsman? Ik denk dat Wouter Bos in theorie wel wist wat hij moest zeggen, maar niet hoe het moest. Een voorbeeld: bij de verkiezingen van 2006 benadrukte Bos dat hij een bindend leider wilde zijn. Maar een bindend leider dat wil je niet zijn: dat ben je. Bos was een capabele crisismanager maar geen staatsman.
Een Nederlandse politicus werd altijd genoemd als een potentiele staatsman van de nieuwe eeuw: Job Cohen. Hij toonde zich een bindend leider in Amsterdam na de moord op Van Gogh. Als rector magnificus, staatssecretaris en burgemeester toonde hij zich een capabel bestuurder. Zijn beleid in Amsterdam was echt "sterk en sociaal": bindende sociale politiek waar het gaat om integratie maar ook hard optreden tegen georganiseerde criminaliteit. Als burgemeester van de hoofdstad toonde hij zich ook regelmatig de burgemeester "van ons allemaal".
Job Cohen heeft de potentie om een staatsman te zijn: een bindend leider die de problemen van de nieuwe eeuw kan oplossen. Zoals Drees ons land opbouwde na de oorlog, Lubbers de verzorgingsstaat betaalbaar hield in een economische crisis zou Cohen de problemen rond immigratie en integratie kunnen overstijgen.