Groen, Sociaal en Effectief?

De centrale vraag die Nederland door de economische crisis en de noodzaak van
bezuinigingen op haar bord krijgt is de rol van de centrale overheid. Voor een
vrijzinnig linkse partij als GroenLinks is dat altijd een ingewikkelde vraag geweest: het
GroenLinks beginselprogramma uit 1991 spreekt in dit verband over selectief overheidsingrijpen: "Soms is ingrijpen en sturing noodzakelijk, soms dient de overheid juist terug te treden." Het verkiezingsprogramma uit 1998 opent met deze discussie: welke balans moet
er zijn tussen overheid en markt om ervoor te zorgen dat de autonomie van de
burger maximaal wordt versterkt: het programma waarschuwt voor de klassieke maakbaarheidsmodellen, die geen oog hebben voor "de schaduwzijde van zo’n alles besturende overheid en [het verlangen van] mensen [om] directere greep te hebben op hun eigen leven en leefomgeving." Halsema schetste in haar Vrijzinnig Links hoe
volgens haar de overheid zich soms moet terug treden om de "negatieve vrijheid"
van burgers te vergroten maar soms juist moet optreden om de positie van de
burger te versterken en zo bij te dragen aan "positieve vrijheid". Op
kernpunten van het GroenLinks programma keert deze problematiek terug: het speelt zowel in groen als sociaal.

Waar het sociaal beleid aan gaat, speelt deze discussie
natuurlijk klassiek tussen de terugtredende overheid van de VVD en de
ingrijpende overheid van de SP. Echter de discussie binnen GroenLinks over de centrale rol van de overheid overstijgt deze simplistische indeling: de vraag is, als je aanneemt dat een overheid mensen moet
ondersteunen om maatschappelijk te participeren, hoe kan je dat het best kan
aanpakken. Ga je voor maatwerk? Laat je gemeenten vrij om zelf te organiseren
hoe ze mensen weer aan het werk te krijgen? Stimuleer je competitie tussen
re-integratiebedrijven op kwaliteit? Is dat de beste manier om mensen weer in
staat te stellen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven? Of
stel je juist heldere regels vanuit een centrale overheid om ervoor te zorgen
dat de rechten van werkzoekende beschermd worden? De vraag is dus: Wat is de beste manier om de
positie van de burger te versterken? Een optredende of een terugtredende centrale overheid?

Maar ook in het milieubeleid speelt deze tegenstelling: wat
is de beste manier om ervoor te zorgen dat we de productie van groene energie
vergroten? En hoe stimuleer je groene innovatie? Moet de overheid zich op het
micro-niveau met deze ontwikkelingen bemoeien: door zelf te investeren
windparken? Of door specifieke ontwikkelingen te stimuleren met specifieke subsidie-maatregelen?
Of treedt je als centrale overheid terug en heb je vertrouwen in de
vindingrijkheid van mensen: de groene belastingverschuiving van arbeid naar vervuiling die
GroenLinks al jaren voorstaat is geschoeid op markt-liberale principes:
bedrijven door prijsprikkels stimuleren om zelf te onderzoeken hoe ze minder
kunnen vervuilen en meer werkgelegenheid kunnen creëren. De vraag is dus: hoe kunnen we het
beste duurzame ontwikkeling stimuleren? Door een overheid die zich op een
micro-niveau bemoeit met specifieke ontwikkelingen, of een overheid
die op een macro-niveau bepaalde doelen stelt en de rest overlaat aan creatieve
en innovatieve bedrijven?

Het gaat niet
zo zeer om een tegennstelling tussen links (“overheid”) en rechts
(“markt”). We delen de
beleidsdoelen: meer duurzame energie en meer maatschappelijke participatie. Dat
is onze linkse en groene agenda. Het gaat ook niet zo zeer om de vraag of de
samenleving maakbaar is: we geloven in de mogelijkheid van maatschappelijke
verandering. Het gaat om de vraag wat de meest efficiente en effectieve middelen zijn om onze doelen te
bereiken: is dat direct optreden van de overheid om specifieke ontwikkelingen te stimuleren en een gelijke behandeling van burgers te verzekeren? Of moeten we
vertrouwen hebben in bedrijven en gemeenten om innovatieve en creatieve
oplossingen te zoeken die werken voor specifieke situaties?

Leave a Reply