Formidable Opponent: Internet Bill of Rights

GroenLinks organiseerde een debat over
internetrechten
. Daar kwam eigenlijk maar een geluid uit de zaal en de panelleden: bescherm ons recht om al dan niet illegaal op het net anoniem te doen en laten wat willen. Dat lijkt me een wat eenzijdige analyse. Daarom vanavond toch nog een echt debat: drie perspectieven op internetrechten, volgens het format van Stephen Colbert’s Formidable Opponent: een gematigd liberaal perspectief, een radicaal-links perspectief en een recht-door-zee rechts perspectief.

In het debat stonden twee rechten centraal: de
burgerrechten (“civil rights”) en auteursrechten (“copy right”). Het internet creeert een nieuwe manier
om informatie te verspreiden tussen individuen. Films, muziek, digitale
spelletjes, teksten gaan over het internet als of het niets is. Op websites, via
peer to peer servers gaat informatie rond over het internet met reusachtige
hoeveelheden en onbegrijpelijke snelheden: en (bijna) allemaal illegaal. De muziekindustrie ziet hun afzet hierdoor dalen. Zij eisen actie van
de overheid tegen burgers die het auteursrecht in breken. Burgerrechten
moeten hiervoor op zij geschoven worden. En daar zit de crux: om het auteursrecht te
beschermen moeten onze burgerrechten beperkt worden. Dit is een typisch
geval van een conflict tussen fundamentele rechten: het recht op privacy
enerzijds en het recht op bezit anderzijds. Twee klassieke, negatieve rechten.
Moet de overheid bezit beschermen of het briefgeheim? Als iemand een gestolen
boek verstuurt via de post, mag je dan het postpakket openen? Als je weet dat
90% van de postpakket gestolen boeken bevat mag je dan alle postpakketten
openen? Kortom: welk recht telt zwaarder briefgeheim of bezit? Een moeilijke afweging.

Het is gemakkelijk om het debat in liberale termen van rechten te duiden, maar achter dit conflict tussen rechten ligt echter
een economisch machtverschil: tussen muziekbedrijven die hun winsten zien dalen
en burgers die op een gemakkelijke manier muziek, spelletjes, teksten en films
willen uit wisselen. Patenten en auteursrechten maken van bedrijven monopolieen.
Zij zijn de enigen die de “Alice in Wonderland” mogen verspreiden. Grote
machtige bedrijven en kleine burgers vinden zich tegenover elkaar. In een echte vrije markt is dat niet zo: niemand heeft het patent op aardappels. En dat iedereen aardappels kan maken maakt de markt echt vrij: concurrentie werkt alleen als er geen middelen zijn om concurrenten buiten de markt te houden. En zonder die concurrentie kunnen bedrijven hun prijs op leggen aan burgers. Het is aan de overheid om de economische macht van grote bedrijven te doorbreken.

Op het internet is misdaad heel gemakkeijk want het blijft maar virtueel en zeker voor zo iets onschuldigs als muziek zou het allemaal maar moeten mogen. Maar we hebben in dit land regels en die zijn er niet zonder reden. De muziekindustrie is een rare business op het plezier en vermaak van een grote groepen mensen, baseert een kleine mensen hun bestaan. Niet alleen secretaresses en schoonmakers maar ook juist ontwerpers en musici. Maar sommige mensen zijn te lui om een paar euro te betalen voor een CD, omdat het zo makkelijk is om het gratis te downloaden. En het is virtueel dus niet echt illegaal. In de virtuele wereld gelden andere regels: daar mogen we anoniem schelden, haatzaaien en stelen, dingen die we in de werkelijkheid niet durven. Maar in de echte wereld en de virtuele wereld gelden dezelfde wetten en regels. En die wetten en regels zijn er meten een reden: mensen zijn afhankelijk van de muziekindustrie voor hun reeele hebben en houden. En we moeten deze hardwerkende burgers beschermen tegen virtuele piraterij.

One thought on “Formidable Opponent: Internet Bill of Rights”

  1. Pingback: Is piratenangst terecht of niet? | Geen Vrijheid zonder Gelijkheid

Leave a Reply