De paradox van de gemeenteraadsverkiezingen

De gemeenteraadsverkiezingen zullen voor veel journalisten,
politici en opiniemakers een dag van paradoxen zijn: zij zullen de
gemeenteraadsverkiezingen zien als een peiling voor de landelijke verkiezingen,
maar de lokale partijen zullen de grootste groepering in Nederlandse
gemeenteraden worden. Wat moeten we dan met deze uitslag: een landelijke
verkiezing een paar maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen waarin juist
lokale groeperingen het grootste zullen worden. Hoe moeten we dit begrijpen?

De journalisten hebben gelijk: de gemeenteraadsverkiezingen
zijn de peiling voor de Tweede Kamerverkiezingen. Het moment voor kiezers om te
laten merken wie zijn willen dat de campagne gaat domineren. En zij zullen
massaal kiezen voor lokale politieke groeperingen. Waarom?

Het is eigenlijk heel simpel: de onvrede met de grootste
gevestigde partijen is groot. Het CDA en de PvdA hebben het voor veel kiezers
afgedaan. Landelijk vormen de PVV en D66 de belangrijkste vluchtheuvels voor
mensen die de middenkoers van CDA en PvdA niet bevalt. Echter in bijna geen
enkele gemeente doet de PVV voor mee. De kiezers gaan niet terug naar het CDA
maar zullen uitwijken naar lokale groeperingen, Trots op Nederland en de VVD. Lokale
groeperingen zoals Leefbaar Rotterdam of Leefbaar Leiden lijken eigenlijk erg
op de PVV: ook zij hebben een conservatieve orientatie. Ze willen hun stad
houden zoals die is. Geen ruimte voor “nieuwe” stadsbewoners, wat in Leiden dan
zowel over studenten als migranten gaat. De verkiezingen kunnen voor de PVV
alleen maar uitlopen op een deceptie. Ze kunnen het nooit zo goed doen als bij
de Europese verkiezingen. Tweede partij van het land. Nee Wilders mag blij zijn
als hij tweede wordt in Almere (of all places). Vanwege hun “onverwachte” winst
zullen twee partijen momentum op pakken: Trots op Nederland en de VVD. Maar
lokale groeperingen kunnen hier boven alles van profiteren: de ontevreden
conservatieve kiezer moet ergens naar toe.

Maar ook de ontevreden progressief heeft moeilijk kiezen.
D66 doet in lang niet alle gemeenten mee (242 van de ongeveer 400). In veel landelijke gebieden doen de
Democraten niet mee. Ook de progressieve kiezers moeten een kant op. Opnieuw
kunnen lokale politieke groeperingen de uitweg zijn: ze staan dichtbij de
burger en komen vaak op voor democratisch bestuur. De uitslag van D66 zal dus
altijd tegenvallen. Zeker in raadszetels: in kleine gemeenten zijn relatief
meer zetels te verdelen dan in grote gemeenten. Omdat grote gemeenten zijn
gebonden aan maxima en kleine gemeenten een minimum aantal zetels hebben. D66
kan nooit de geschapen verwachtingen waar maken. Mee spelen met de grote
jongens. Het blijft een stoel aan de kindertafel voor Alexander bij deze
verkiezingen.

Samen zullen de ontevreden progressieve en conservatieve
kiezers de lokale partijen het grootst maken. Een helder geluid aan Den Haag:
er is grote ontevredenheid onder de burgers over politieke koers van dit
land.

Leave a Reply